Bildung: een sterk karakter in een veranderlijke tijd

Een terugblik op de Bildungconferentie van 5 maart 2020 bij Fontys

Tekst: Corine Spaans (Innovation Origins)
Fotografie: Ted van Aanholt
Sfeerafbeelding Fontys
In een veeleisende en snel veranderende wereld, is een duurzaam karakter het enige constante waarop je terug kunt vallen, stelt Daan Roovers, Denker des Vaderlands en docent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. “Een mentale weerbaarheid tegen een wereld waarin iedereen voortdurend aan staat, waarin je je moet aanpassen en openstellen voor impulsen en je jezelf continu vergelijkt met anderen.” Ze hield haar betoog tijdens de Bildungconferentie op 5 maart, georganiseerd door het Fontyslectoraat Beroepsethiek van de leraar, waar Wouter Sanderse lector is.

Begeleide zelfvorming

Tweeënhalf jaar geleden startte Sanderse met het hogeschoolbrede praktijkonderzoek Bildung in het hbo. Binnen dit onderzoek deelden en ontwikkelden hbo-docenten van tien verschillende opleidingen hun ervaringen met en kennis over bildung. Waarbij centraal staat dat studenten meer leren dan alleen de verplichte lesstof. Het gaat in een notendop om ‘begeleide zelfvorming’, zoals filosoof Joep Dohmen, het noemt.

Een extraatje

Bildung is niet iets nieuws. De Grieken dachten al na over hoe je goed ‘menst’, vertelt Sanderse. “Bij hen stond karaktervorming centraal.” De Duitse minister Wilhelm Von Humboldt gaf er tweehonderd jaar geleden de naam ‘Bildung’ aan en gaf het een plaats in het onderwijs. Maar lange tijd werd bildung toch nog gezien als een soort extraatje, vertelt Sanderse, “een soort luxe die in de kern niet te maken heeft met het soort professionals dat we opleiden”.

Maar Bildung is de afgelopen decennia een bekender fenomeen geworden in het Nederlandse onderwijs, als antwoord op “het steeds meer sturen op meetbare opbrengsten in een klein aantal vakken”, zegt Sanderse. “Bildung biedt een perspectief om het onderwijssysteem in balans te brengen, met meer aandacht voor de persoon van de leerling en de wereld waarin ze opgroeien.” De conferentie is een afsluitende bijeenkomst van het lectoraat en het onderzoek van Sanderse.

De titel van de conferentie, “De beste versie van jezelf”, weerhield Roovers er bijna van in te gaan op de uitnodiging. “Ik kreeg al jeuk voordat ik nog moest gaan nadenken over wat ik zou vertellen.” Sanderse vroeg Roovers onder meer omdat zij in een interview met Trouw stelde dat jongeren tegenwoordig veel te weinig individu zijn, terwijl het idee van een individualistische cultuur heerst.

Sfeerafbeelding Fontys

Oppervlakkig individualisme

Roovers: “Wat ik bedoelde te zeggen is dat we niet tevreden moeten zijn met een oppervlakkig idee van individualisme: dat ik kan doen waar ik zelf zin in heb. Of een oppervlakkig idee van vrijheid: dat ik kan kiezen of ik vanavond wel of niet naar de film ga of ik kan kiezen welke opleiding ik doe.” Voor Roovers zou een Bildung-programma in het hbo erop gericht moeten zijn dat studenten een sterk karakter ontwikkelen.

“De beste versie van jezelf is een formulering die vaak gebruikt wordt. Daarom heb ik er een hekel aan. De laatste keer dat ik het hoorde was toen ik in de make-up zat.” Roovers’ wallen werden weggepoetst, haar haar gefatsoeneerd. “Tien minuten later zei de vrouw: ‘Ik heb de beste versie van jezelf gemaakt.’ Als die uitdrukking dat behelst dan heb ik er helemaal vrede mee. Maar het is wel een oppervlakkig idee van Bildung.”

Roovers verwijst in haar lezing naar Kierkegaard die honderdtwintig jaar geleden al nadacht over zelfverlies. “Kierkegaard heeft het over het verliezen van je persoonlijkheid in het voortdurend in contact zijn en het voortdurend voldoen aan de eisen van andere mensen. Hij zegt eigenlijk dat mensen zichzelf te weinig serieus nemen.” Voor Roovers een interessante hypothese om naar de jongeren van vandaag de dag te kijken. “Het lijkt alsof jongeren enorm bezig zijn met zichzelf met hun studie, sport, yoga, podcast, gezond eten. Tegelijkertijd denk ik dat al die uitingen een vorm van aanpassingen zijn. Een oppervlakkige uiting van individualiteit waarin jongeren eigenlijk heel weinig zelf kiezen.”

Marian Donner, schrijfster van onder meer het Zelfverwoestingsboek, en spreker tijdens de conferentie, is het met Roovers eens dat een sterk karakter creëren voor een buffer kan zorgen, “maar het is de vraag hoe je dat opbouwt en wat het dan is”.

Goede werknemers creëren

Een organisatie als de OESO, voor economische samenwerking en ontwikkeling, pleit ervoor dat onderwijs bepaalde persoonlijke eigenschappen creëert en dat meet, gaat Donner verder: “Het doel van de OESO is economische groei. Het is daarom voor hen van belang om zo goed mogelijke werknemers te creëren.” In een brochure geeft de OESO voorbeelden van wenselijk en onwenselijk gedrag. “Goed is lange dagen maken, stressbestendig zijn, goed spreken in het openbaar. Slecht is je uniform kleden, het hebben van een afkeer van verandering en een voorkeur van een-op-een-gesprekken boven groepsdenken.”

Bildung wordt vaak gepresenteerd als kracht tegen het neoliberale rendementsdenken, stelt Donner. “Ondertussen wordt diezelfde zelfontplooiing maar al te vaak ingezet om je beter te laten meespelen in de rat race. Om je harder te laten werken, beter te concurreren en je zo tot een goed aangepast burger te plooien.”

Sfeerafbeelding Fontys

Ruimte voor eigen conclusies

Voor Donner is een sterk karakter sowieso een niet-aangepast karakter. “Het probleem met Bildung is dat het vaak een opgelegd iets is, een curriculum vol kennis en vaardigheden die voor iedereen hetzelfde zouden moeten zijn om je beter te laten meespelen in die rat race.” Het is belangrijk dat docenten het goede voorbeeld geven, zegt Donner. “Dat er een band ontstaat tussen student en docent. Waarbij de docent ook zichzelf laat zien, zich niet beter voordoet dan hij is, de student de ruimte geeft eigen conclusies te trekken en de donkere kanten van zichzelf te onderzoeken.”

Voor die band is wel tijd nodig, voegt Donner toe. “En daar hebben we een groot tekort aan en de klassen zijn er te groot voor.” Donner zou als docent strijden voor meer tijd, “want hoe meer tijd je hebt, hoe beter je gaat kijken en praten. Dan kan die band zich ontwikkelen’.

Bestaand lesmateriaal

Binnen het onderzoek van Sanderse en de hbo-docenten was het doel om Bildung niet iets extra’s te laten zijn, maar om het op te nemen in het bestaande lesmateriaal. De deelnemende hbo-docenten ontwikkelden op een onderzoeksmatige manier studiemateriaal dat zij in de eigen lessen gebruiken. Zo ontwikkelden Monique Hamers en Jos Straathof van Fontys Hogeschool voor Journalistiek ‘Nimbin', een laboratorium voor Bildung van journalistiekstudenten. Waarbij het niet gaat om een bepaalde vorm van ‘nut’ voor de studie, maar om ‘mens te zijn’ te stimuleren via de fases: ‘denk na’, ‘kijk rond’ en ‘leg vast’.

Zonder te dirigeren

Sylvie Broos, docent aan de Economische Hogeschool Tilburg, maakte kennis met de eerste fase ‘denk na’, tijdens een workshop. “Wat ik heel erg leuk vind, is dat studenten journalistiek leren vanuit veel verschillende invalshoeken te kijken. Het is heel erg verruimend en zonder dat de docenten dirigeren.” Broos zegt elementen te kunnen toepassen in haar werk, “maar het mooie is dat Nimbin een vaste en herkenbare plaats heeft in de Hogeschool voor Journalistiek. Ik denk dat veel collega’s er tegenaan lopen dat je wel allerlei mooie dingen wilt doen, maar dat je altijd beperkt bent in de tijd.”

Multidisciplinaire kenniskring

Voor Ester Somers, docent aan Fontys Hogeschool Kind en Educatie, was haar deelname aan de kenniskring daarom ook zo waardevol. “Je stapte even uit de haast, even uit die rat race. We hielpen elkaar vorm te geven aan ons onderzoek en probeerden dingen uit.” Ook waardeert Somers dat de kenniskring multidisciplinair was. “Ik werk op de pabo, maar we zaten met mensen van social studies, journalistiek, paramedisch, economisch, sport, pedagogiek, hogeschool voor de kunsten.” Ze vindt het jammer dat het stopt: “We zouden vaker Fontys-brede kenniskringen moeten opzetten.” 

De normen die je aan jezelf stelt

“Wat ik ontdekte was dat het enige dat ik leerlingen kan leren, is dat ze hun grenzen gaan verkennen”, zegt Marinke Marcelis, docent en studieloopbaanbegeleider aan de Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving. Marcellis ontwikkelde een lesmethode waarin studenten reflecteren op intuïtief handelen. “De buitenwereld heeft verwachtingen, maar studenten hebben ook verwachtingen van zichzelf. En de norm die je aan jezelf stelt kun je veranderen.”

Sanderse vertrekt bij Fontys Hogescholen en gaat verder als universitair docent bij de Universiteit voor Humanistiek, waar hij al in deeltijd werkt. Wel blijft hij betrokken bij een project van de Lerarenopleiding van Fontys en de Hogeschool Utrecht over Bildung en het vmbo. Marcelis vindt het belangrijk dat het onderzoek verder gaat in het mbo: “Bewustwording is stap één, maar hoe kunnen we werkelijk iets gaan doen?”

Een bildungsacademie voor docenten

Voor zijn vertrek levert Sanderse eerst nog een advies af aan het College van Bestuur van Fontys Hogescholen. Over hoe verder te gaan met ‘Bildung’. Dat warm ontvangen worden, zo zei bestuurder Thijs Breukink in zijn openingswoord. Een tipje van de sluier wil Sanderse wel oplichten: “Als we nog een half jaar door waren gegaan dan waren we een bildungacademie voor Fontysdocenten gestart. Waar iedere docent in vijf bijeenkomsten kan leren hoe je ‘Bildung doet’ in je reguliere onderwijs.”

Een academie voor docenten, als ’tegenhanger’ voor initiatieven van studenten onderling, legt de vertrekkend lector uit. De Ucademy is zo’n studenteninitiatief. Opgericht door een clubje studenten van Avans Hogescholen, die iets misten in het onderwijs. Eva-Lisa Janssen, een van die studenten: “Wij noemen dat iets Bildung.

Sfeerafbeelding Fontys

We willen niet alleen opgeleid worden als  professional maar ook als goed, adequaat en empathisch mens.” De studenten besloten het zelf te gaan doen en zijn “gewoon gaan lesgeven”. Het sloeg aan, er zaten zelfs soms docenten bij Janssen in de les, vertelt ze. De Ucademy werd opgericht en groeide door naar andere hogescholen, waaronder ook Fontys Hogescholen.

Tijdens de conferentie gaf Janssen een workshop met als titel ‘Bildung: Waarom we over 10 jaar alleen nog maar lesgeven in roze konijnenpakken’. “Twee studenten wilden graag een vak geven over zelfvertrouwen”, vertelt Janssen. Die studenten vonden dat ze zelf ook zelfvertrouwen moesten uitstralen. “Daarom gingen ze elke laatste les van hun module ‘zelfvertrouwen’ in een roze konijnenpark naar school. Ook naar de eigen lessen. De lessen zijn een voorbeeld om outside the box te denken. Je gaat naast de student staan en je leert je creativiteit te gebruiken om gave lessen te ontwikkelen.”

Ans Buys, oud-directeur van de lerarenopleiding, roemt Sanderse voor zijn werk. Volgens haar is zijn nalatenschap mooi. “In de verschillende workshops zijn zoveel praktische voorbeelden gegeven, die worden echt doorverteld. En dat je mensen hebt zoals Daan (Roovers, red,) en Marian (Donner, red.) die ons soms even op een ander been zetten. Ik ben me nog bewuster van die prestatiedruk. En wat die druk betekent als ik leraar zou zijn. Want leraar blijf je heel je leven lang.”