Narratief Medicijndispenser 1

Tim Schriever, Joris Zorg, 2019

Onderzoeksvraag

Hoe kan de acceptatie van Medicijndispenser worden versterkt onder zorgprofessionals en mantelzorgers binnen Joris zorg?

Implementatie medicijndispenser vanuit het perspectief van een zorgprofessional

Het is lente 2019. Marije werkt al 20 jaar bij de thuiszorg in Oirschot. Ze houdt van het vak, het contact met de mensen. Wat ze allemaal kan betekenen voor de cliënten, daar doet ze het voor. De laatste jaren verandert er nogal wat in de zorg. Het gebruik van de telefoon wordt bijvoorbeeld steeds belangrijker. Tegen haar collega’s klaagt ze af en toe dat ze het nut van al die veranderingen niet helemaal ziet. Het is toch goed zoals het op dit moment gaat? Net zoals veel van haar collega’s heeft Marije een afwachtende houding wat die innovaties betreft. Ze vindt het normaal dat het gaat zoals het gaat. Als er noodzaak is om te veranderen, komen zulke dingen van bovenaf. Haar houding is er een van “we zien wel hoe het allemaal loopt, ik zal toch mee moeten met de tijd”.

Voor het najaar staat er een nieuwe technologie op het programma waar haar instelling een pilot mee gaat draaien. Het gaat om de Medicijndispenser.  Dit is een apparaat dat bedoeld is om mensen zelf regie te geven over de inname van hun medicatie. In de huidige situatie komen zorgverleners bij mensen thuis om de medicatie te geven zodat de juiste medicatie wordt ingenomen en het niet wordt vergeten. Bij het gebruik van de Medicijndispenser levert de apotheek baxterrollen bij de cliënten thuis. De baxterrol wordt er in gestopt, en het apparaat leest de barcode die op de baxter staat. Op deze manier wordt de medicatie op de tijden uitgegeven door de Medicijndispenser die op de baxterrol beschreven staan. Op deze tijden speelt de Medicijndispenser ook een melodie af om de cliënt te herinneren aan het medicatie moment.

Kenmerkend voor de manier waarop Marije in contact kwam met de Medicijndispenser als innovatie in de zorg was de informele wijze waarop ze er erover was geïnformeerd. Via Erica, de wijkverpleegkundige, hoorde Marije over de pilot met de Medicijndispenser die er aan zat te komen. Erica was die afgelopen zondag op een beurs geweest en had ze zien staan. Ze was samen met Maartje naar deze beurs geweest uit eigen interesse. Erica heeft een leidende rol in het team en als er iets moet gebeuren, wordt snel naar haar gekeken. Maartje is actief betrokken en voorstander van verandering, ze vindt al die nieuwe zaken interessant.

Op de wandelgang ontspon zich een gesprek tussen Marije en Erica over het nut van de Medicijndispenser. Erica sprak de verwachting uit dat de Medicijndispenser zou zorgen voor meer vrijheid van zowel de cliënt als de zorgverlener. Cliënten zouden niet meer op de zorgverleners hoeven te wachten die hun medicatie komen uitreiken. Bijvoorbeeld bij een avondje bridge. Ook verwachtte Erica dat de Medicijndispenser een hoop tijd zou opleveren voor zorgverleners om die juist aan mensen te besteden die dit het hardst nodig hebben. Wat het nut van de Medicijndispenser betreft, had Marije ambivalente gevoelens over de meerwaarde ervan. Bij gebrek aan beschikbare evidence over de meerwaarde van de Medicijndispenser, had ze er zo haar eigen voorstelling van gemaakt. Hoewel ze wel positief aankeek tegen het idee om de Medicijndispenser gewoon te gaan gebruiken, twijfelde ze of het ook daadwerkelijk iets voor de cliënt zou opleveren. Het nut zou volgens haar afhangen van het kritisch kiezen van de geschikte cliënten om de Medicijndispenser bij in te zetten. Van het systeem op zich zag ze wel het nut. In principe zou zo’n piepje volgens haar wel goed werken om mensen er aan te herinneren dat ze hun medicijnen moeten innemen. De kans op fouten zou wellicht ook minder zijn bij gebruik van de Medicijndispenser. Ook zag ze wel het voordeel dat het sommige cliënten wat meer zelfredzaamheid geeft. Dat ze zeker zijn dat ze de medicijnen hebben ingenomen en dat er niemand over de vloer hoeft te komen en dat ze niet afhankelijk zijn van de zorgverlener die dan toch meer op de achtergrond blijft. Het zou wat meer structuur bieden, bijvoorbeeld dat ze niet tot 10 uur hoeven te wachten op hun tabletjes terwijl ze die eigenlijk al om 8 uur hadden moeten krijgen. Ook zou de cliënt zich bewuster worden van welke medicatie hij precies inneemt en op welke tijden. Anderzijds zag Marije ook nadelen van de Medicijndispenser. In haar verwachting zou het bijvoorbeeld leiden tot meer eenzaamheid. Immers er zouden minder inloopmogelijkheden zijn bij mensen met weinig sociale contacten. Ook kon ze verschillende situaties bedenken waarbij de Medicijndispenser zelfredzaamheid niet zou ondersteunen. Bijvoorbeeld bij een persoon met dementie die zelf heel moeilijk kan reageren als er een belletje afgaat. Bij iemand die niet getriggerd wordt als er een piepje afgaat en bij wie het dan niet doordringt om medicijnen te pakken. In zulke situaties zou de inzet van de Medicijndispenser alleen maar onrust opleveren. Ze dacht ook aan situaties waarin het piepje afgaat terwijl er niemand thuis is, of aan personen die het piepje niet goed horen of het lastig vinden om een handeling uit te voeren zoals het uitpakken van de medicatie. Het zou wat haar betreft dus om mensen moeten gaan die een handeling nog kunnen aanleren. In gedachte zag ze mensen voor zich die al niet met een telefoon kunnen omgaan, laat staan met een Medicijndispenser. Wat haar betreft zou je dus vooral op tijd moeten beginnen, bij mensen die hun medicatie eigenlijk altijd al zelf doen. Wel zou de cliënt nog hulp nodig hebben, bijvoorbeeld om de baxter erin te doen. Kort gezegd komt het dus neer op het kiezen van de geschikte cliënt.

Na deze eerste dialoog werd kort gesproken over de pilot die zou volgen. Het was op dat moment nog niet bekend hoe en wanneer de Medicijndispenser precies ingezet zou worden. Wel werd aangekondigd dat er een scholing zou volgen. Marije voelde een troebelheid in kennisgeving omdat ze het idee had nog niet alles vernomen te hebben op het gebied van de Medicijndispenser. Aangegeven werd wel dat ideeën welkom waren, die dan teruggekoppeld mochten worden naar Erica. Het gesprek werd afgesloten met het verzoek om na te denken over cliënten waar de Medicijndispenser ingezet zou kunnen worden. 

Deze informele kennismaking had Marije wel geprikkeld. Ze was nieuwsgierig maar ze bleef ook met vragen zitten over hoe de Medicijndispenser precies zou werken voor haar patiënten en wie verantwoordelijkheid zou krijgen om de Medicijndispenser daadwerkelijk in te zetten. Door deze onduidelijkheid voelde ze nog weinig urgentie om zelf aan de slag te gaan met de Medicijndispenser. Ze besloot af te wachten. Bovendien beschouwde ze Erica als de expert waarvan ze verwachtte dat die het wel allemaal zou uitzoeken en regelen. Toch is ze zelf na die dag op internet wat meer informatie gaan zoeken op Internet. Ze heeft globaal bekeken wat de Medicijndispenser inhield om een beetje een idee te krijgen hoe het allemaal zit. Ze vroeg zich ook af of de cliënten dit wel zien zitten, die moeten het immers uiteindelijk toch zelf willen. Na wat verschillende sites te hebben bekeken besloot ze om het verder maar op zich af te laten komen en te wachten op wat de scholing zou brengen. Dit met de gedachte “ik moet het nog maar in de praktijk zien” en “als het in de praktijk niet werkt kunnen we altijd nog een andere oplossing zoeken”.  

Een paar maanden later in november 2019, was er nog steeds veel onduidelijkheid en onzekerheid over wat er met de Medicijndispenser zou gebeuren. Hoewel er betrokkenheid leek te ontstaan om met Medicijndispenser aan de slag te gaan, ging het om een passieve vorm van betrokkenheid. Afgezien van het selecteren van cliënten die eventueel voor de Medicijndispenser in aanmerking zouden kunnen komen, gebeurde er niet zo veel. Verschillende verpleegkundige gaven aan dat ze het wel lang vonden duren. Ook de cliënten waren nog weinig betrokken. Sommigen waren al in augustus geïnformeerd maar vervolg was er niet aan gegeven. Er was een algemeen gebrek aan informatie over wanneer de Medicijndispenser ingezet zou worden en hoeveel mensen die zouden krijgen. Ondanks deze knelpunten was er binnen het team wel begrip voor deze aanpak. Een van de verpleegkundige zei bijvoorbeeld ‘’ik snap wel dat het over bepaalde lijnen moet gaan’’. Ook was er nog steeds vertrouwen dat het wel geregeld ging worden. Erica werd nog steeds als expert gezien van wie leiderschap om het allemaal te regelen, werd verwacht.

Inmiddels is het december 2019. De introductie van de Medicijndispenser, zal niet lang meer op zich laten wachten. Wat het implementeren van de Medicijndispenser in de zorg betreft, heeft Marije wel een aantal ideeën. Wat haar betreft is het sleutelwoord: wederzijds vertrouwen kweken tussen de zorgverlener, de zorgvrager en de eventueel naasten rondom de meerwaarde van het gebruik van de Medicijndispenser. Marije hoopt dat ze voldoende tijd krijgt om met de cliënten aan de slag te gaan en ze niet te overspoelen met de implementatie van de Medicijndispenser. Ze heeft het idee dat het anders juist voor onrust zal zorgen. Ze vindt het vooral belangrijk te weten of ze zelf verantwoordelijkheid krijgt als het gaat om het kiezen van de cliënten. Als verpleegkundige komt ze immers iedere dag bij de mensen over de vloer en kent ze hen het beste.

Marije geeft wel aan dat ze het, tijdens het implementatieproces, prettig zou vinden als ze met iemand contact op kan nemen mocht het niet lukken met de Medicijndispenser. Een soort evaluatie moment zou ze fijn vinden. Nieuwe collega’s begeleiden en duidelijk uitleg geven over de Medicijndispenser vindt ze ook belangrijk. Op deze manier weet je dat iedereen op een juiste manier kan werken met de Medicijndispenser. Marije vindt ook dat er vertrouwen moet zijn vanuit de cliënt. Bij de baxterrollen gaat er bijvoorbeeld regelmatig iets fout maar omdat het team ertussen zit worden deze fouten uitgefilterd.

Om dit wederzijds vertrouwen te realiseren, heeft Marije ideeën over werkzame strategieën. Cruciaal voor het vertrouwen bij de implementatie van de Medicijndispenser. Allereerst is het belangrijk om te investeren in verpleegkundigen om het belang van de Medicijndispenser te zien. Op deze manier richten zich de neuzen dezelfde kant op. De verpleegkundigen moeten het immers samen gaan doen. Het is echt een kwestie van het samen doen. Het kritisch samen bekijken waar de Medicijndispenser ingezet kan worden, kan helpen om eigenaarschap te creëren. Bij de implementatie is het verder van belang om het gewoon te gaan doen en elkaar binnen het team hierbij te ondersteunen. Binnen het team moet ook een contact persoon worden aangesteld om eventueel voor opheldering te zorgen. Voor het creëren van vertrouwen in de Medicijndispenser bij cliënten, is het van belang dat cliënten zelf kunnen aangeven dat ze het willen. Begeleiding en een duidelijke uitleg in het begin is wel nodig. Net zoals de mogelijkheid om steeds opnieuw uitleg te krijgen. Ook ondersteuning in de vorm van meekijken met de cliënten kan helpen om de cliënten te laten wennen aan het gebruik van de Medicijndispenser. Het betrekken van familie of mantelzorgers kan de draagkracht ondersteunen. Het nut van de implementatie dient ook bij naasten duidelijk te zijn om hun steun te ontvangen.

Na deze lange aanloop, gaat het dan nu echte gebeuren! Afgelopen dinsdag heeft Marije een mail ontvangen over scholingsdagen voor de Medicijndispenser. De scholingsdagen vinden over drie weken plaats. Dit voelt als een opluchting. Eindelijk komt er duidelijkheid over de inzet van de Medicijndispenser. Ook krijgt ze uitleg door een deskundige die kennis heeft over de Medicijndispenser. Dit geeft vertrouwen. Ze verwacht dat al haar vragen over de Medicijndispenser dan verder beantwoord worden. Spannend vindt ze het echter nog wel. De meeste zorgen heeft ze op dit moment dat ze zelf de controle verliest. De onzekerheid speelt nog een rol bij Marije. Ze is nieuwsgierig geworden maar ze heeft ook nog twijfels of het echt toepasbaar is in de praktijk en iets oplevert. ‘’ Eerst zien dan geloven’’.