Narratief medicijndispenser 5

Mijke van Goch, Zorgboog, 2020

Onderzoeksvraag

Wat zijn de ervaringen van cliënten, mantelzorgers, verpleegkundigen en verzorgenden met de inzet van medicijndispenser bij ouderen in wijkcluster Deurne ten behoeve van vergroting van de zelfredzaamheid?

Medicijndispenser en zelfredzaamheid

Het was de eerste week van maart 2020. Meneer Meyer en meneer Adriaans krijgen binnenkort een medicijndispenser. Ze zijn de eerste twee cliënten die binnen De Zorgboog een medicijndispenser krijgen en uit mogen proberen. Beide heren zijn erg nieuwsgierig naar het apparaat. De medicijndispenser is een elektronische medicijndispenser die cliënten motiveert en observeert bij hun medicatiegebruik. Het apparaat is geladen met een speciale baxterrol waarin de medicijnen zitten en geeft een seintje af op het moment dat de cliënt medicatie in moet nemen. Door op de “OK” knop te drukken komt het baxterzakje uit de medicijndispenser en kan de cliënt de medicijnen pakken en innemen. Voorheen kwamen de verpleegkundigen en verzorgenden van De Zorgboog de medicijnen altijd geven bij meneer Meyer en meneer Adriaans, maar met de medicijndispenser kunnen zouden ze dit dadelijk zelf kunnen doen. Meneer Meyer is 82 jaar oud en woont zelfstandig thuis in Deurne. Meneer Adriaans is 75 jaar oud en woont zelfstandig in een huurkamer van verzorgingstehuis de Nieuwenhof in Deurne.

Vrijdag 13 maart was het voor meneer Adriaans zover, de medicijndispenser werd geïnstalleerd. Doordat de medicijndispenser’s door het coronavirus beperkt leverbaar waren, moest meneer Meyer nog even wachten. Ongeveer een maand later, vrijdag 10 april, werd de medicijndispenser bij hem binnengebracht. Meneer Meyer had veel zin om het uit te proberen, het leek hem een prachtuitvinding. Meneer Adriaans wist niet goed wat hij moest verwachten van het apparaat, hij had immers hiervoor nog nooit van een medicijndispenser gehoord. Eén verwachting was voor beide heren duidelijk. Met de medicijndispenser zouden ze dadelijk zelf hun medicijnen in kunnen nemen.

Wijkverpleegkundige Hilde is contactpersoon van beide heren. Ze hoopte en verwachtte dat ze de heren met de inzet van de medicijndispenser meer zelfredzaamheid en eigen regie kon geven. Meneer Adriaans en meneer Meyer hechten allebei namelijk veel waarde aan zelfredzaamheid en eigen regie. Ze zijn beide nog erg zelfstandig en willen ook heel graag zelfstandig zijn. Ze verzorgen zichzelf en doen de boodschappen. Dat ze nu met de medicijndispenser zelf hun medicijnen in kunnen nemen, draagt voor beide heren bij aan een groter gevoel van vrijheid, zelfredzaamheid en eigen regie. Meer zelfredzaamheid betekent voor meneer Adriaans dat hij nu met de medicijndispenser voor zijn gevoel helemaal zeggenschap heeft over zijn medicatieproces. Hij kan nu zelf zijn medicijnen innemen, zonder dat de verpleegkundigen of verzorgenden zich daarmee bemoeien. Door die zeggenschap ervaart hij ook een groter gevoel meer eigen regie. Hij heeft het weer meer zelf in de hand. Jet is de vrouw van meneer Adriaans. Ze wonen niet meer samen, maar hebben wel nog contact. Jet twijfelde voor de inzet van de medicijndispenser of meneer Adriaans wel echt zelfredzaam is en of hij in staat is om de medicijnen met de medicijndispenser ook daadwerkelijk zelf in te nemen. Vanwege het coronavirus is Jet erg weinig op bezoek geweest en heeft ze niet meegekregen hoe de medicatie-inname nu gaat. Volgens Jet heeft ze er ook weinig over te zeggen, want meneer Adriaans doet het toch zoals hij dat zelf wil. Daarom wil Jet het medicatieproces rondom meneer ook graag loslaten. Verzorgende Marieke komt regelmatig bij meneer Adriaans en zij vond het ook nog wel spannend hoe meneer met de medicijndispenser om zou gaan. Volgens Marieke is meneer Adriaans wel zelfredzaam, maar ook een beetje eigenwijs. Hierdoor twijfelt ze nog wel een beetje aan de therapietrouwheid. Een aantal weken nadat de medicijndispenser ingezet was, zag verzorgende Marieke dat meneer Adriaans zijn medicijnen goed inneemt en hij met de medicijndispenser meer zelfstandig is. Ze had het idee dat meneer nu ook meer oplet wat voor medicatie hij inneemt. Verzorgende Marieke vindt daarom dat de zelfredzaamheid van meneer Adriaans met de inzet van de medicijndispenser wel verbeterd is. Voor meneer Meyer betekent meer zelfredzaamheid dat hij, doordat hij de medicijnen zelf inneemt, niet meer hoeft te wachten op de zorg en zo eigen regie heeft over hoe zijn dag eruit ziet. Hij voelt een grotere mate van vrijheid. Dat is voor hem het grootste voordeel van de medicijndispenser. ’s Ochtends om acht uur gaat het seintje van de medicijndispenser af. Op dat moment neemt hij zijn medicatie in en kan hij zelf bepalen wat hij de rest van de dag gaat doen. Dat vindt hij heerlijk. Voorheen kwamen de verpleegkundigen of verzorgenden vaak pas tussen elf en twaalf en zat meneer Meyer tot die tijd aan de keukentafel te wachten totdat de verpleegkundige of verzorgende kwam. Wijkverpleegkundige Maartje komt regelmatig bij meneer. Volgens Maartje draagt de medicijndispenser bij meneer Meyer alles bij aan zijn zelfredzaamheid. Door de medicijndispenser hoeven de verpleegkundigen en verzorgenden niet meer te komen en leert een cliënt voor zichzelf zorgen. Romy is de dochter van meneer Meyer. Ze woont in de buurt en is erg betrokken bij meneer. Aan de ene kant begrijpt ze wel dat de controle die haar vader nu heeft over de medicatie voor haar vader bijdraagt aan het gevoel van zelfredzaamheid. Aan de andere kant vindt ze het gebruik van de medicijndispenser ook helemaal niet zelfredzaam. Er komt namelijk nog steeds een seintje wanneer de medicijnen ingenomen moeten worden. 

Met de medicijndispenser nemen meneer Adriaans en meneer Meyer zoals verwacht zelfstandig en correct hun medicijnen in, op het juiste tijdstip. Voor beide heren is het lastig om de medicatie helemaal zelfstandig in te nemen, daarom hebben de verpleegkundigen en verzorgenden van De Zorgboog dat overgenomen. Toen meneer Adriaans nog thuis woonde, nam hij zijn medicatie wel zelf in. Volgens Jet ging dit niet goed en experimenteerde meneer wel eens met zijn medicatie door sommigen bijvoorbeeld niet in te nemen. Daarom is het medicatiebeheer toen overgenomen door de verpleegkundigen en verzorgenden van De Zorgboog. Volgens wijkverpleegkundige Hilde is het wel de wens van meneer om zijn medicijnen zelf in beheer te hebben. Met de medicijndispenser gaat dit goed. Zodra het seintje van de medicijndispenser gaat, staat meneer Adriaans op, loopt hij naar de medicijndispenser, pakt hij het afgescheurde baxterzakje met de medicijnen uit de medicijndispenser en neemt deze medicijnen in. Het seintje van de medicijndispenser, ziet meneer als een herinnering om zijn medicatie in te nemen. Die waarschuwing vindt hij wel prettig, maar hij denkt dat hij het zonder die medicijndispenser ook wel zelf kan. Hilde, Marieke en Jet denken daarentegen dat meneer deze waarschuwing wel nodig heeft om therapietrouw zijn medicatie in te nemen. Meneer Adriaans gebruikt ook inhalatoren. Deze kunnen niet in de medicijndispenser. Hij weet goed op welke tijden hij deze in moet nemen en neemt deze dan in naast de medicijnen die uit de medicijndispenser komen. Maartje, Marieke en Hilde vinden het alle drie een nadeel dat niet alle medicijnen in de medicijndispenser kunnen. Als een cliënt bijvoorbeeld een kuur heeft, kan dit niet in de medicijndispenser en zal er een andere oplossing bedacht moeten worden. Bij meneer Meyer hebben de verzorgenden en verpleegkundigen het medicatieproces overgenomen, omdat het voor meneer lastig was wat hij nou allemaal in moest nemen. Hij ging van geen medicatie naar vijf of zes pillen in één keer. Volgens dochter Romy zag meneer op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer. Meneer wilde zijn medicatie echter wel graag zelf innemen. Nu met de medicijndispenser kan dit. Voor beide heren is het fijn dat ze met de inzet van de medicijndispenser de medicijnen op het juiste tijdstip. Meneer Adriaans gebruikt bijvoorbeeld oxazepam. Voor zijn bloedspiegel is het beter dat hij dit medicijn altijd op de goede tijden inneemt. Meneer Meyer heeft maar één keer per dag medicijnen. De dokters hadden tegen hem gezegd dat hij deze rond acht uur in moest nemen. Omdat de verpleegkundigen en verzorgenden altijd veel later dan acht uur kwamen, kreeg dhr. zijn medicatie ook automatisch te laat. Nu krijgt hij zijn medicijnen wel altijd om acht uur, wat natuurlijk beter is voor zijn gezondheid. Meneer Meyer en Romy vinden dit wel een pluspunt van de inzet van de medicijndispenser.

Door de inzet van de medicijndispenser zijn er minder contactmomenten tussen de cliënt en de verpleegkundigen of verzorgenden. Jet en Romy vinden dit beide een nadeel van de medicijndispenser. Jet verwachtte voor de inzet van de medicijndispenser dat Meneer Adriaans door die minder contactmomenten dadelijk minder zijn verhaal kwijt zou kunnen. Voorheen liepen de verpleegkundigen en verzorgenden minimaal vijf keer per dag binnen en meneer vond dat wel gezellig, dan heeft hij wat te buurten. Jet was bang dat hij dit erg gaat missen en zij juist weer meer verantwoordelijk wordt hiervoor. Na een paar weken ervaart Jet ook daadwerkelijk dat meneer Adriaans wat betreft sociaal contact ook meer afhankelijk is van haar. Hij belt veel naar Jet en vraagt dan of ze wat vaker komt. Meneer zelf geeft ook aan dat hij het sociale contact met de verpleegkundigen en verzorgenden erg mist. De verpleegkundigen en verzorgenden komen nu elke avond eventjes om prednison klaar te leggen voor de volgende ochtend. Die prednison kan ook niet in de medicijndispenser. Daarnaast komt er elke woensdag een verpleegkundige of verzorgende tijdens het vulmoment van de medicijndispenser. Voor meneer Adriaans is dit een stuk minder dan voorheen. Hij voelt zich na de inzet van de medicijndispenser meer eenzaam. Daar was hij voor de inzet van de medicijndispenser al een beetje bang voor. De coronatijd speelt hier ook wel een grote rol in denkt hij. Dit begon ongeveer tegelijk met de inzet van de medicijndispenser. Voor hem valt er nu in een keer veel sociaal contact weg. Meneer kan nu ook niet meer zomaar eventjes een kopje koffie gaan drinken op het terras of in het restaurant van de Nieuwenhof. Hij hoopt dat de eenzaamheid minder wordt als de coronamaatregelen voorbij zijn. Dhr. Meyer heeft daarentegen geen last van eenzaamheid. Hij vond het ook wel gezellig om een praatje te maken met de verpleegkundigen en verzorgenden en mist dat wel, maar hij vindt het aan de andere kant juist ook fijn dat ze nu niet meer hoeven te komen. Dochter Romy vindt het ook erg jammer dat er minder contactmomenten zijn. Ook al hecht haar vader niet veel waarde aan sociaal contact, voor haar gevoel was het wel fijner dat haar vader iedere dag iemand spreekt. Hij heeft nou eenmaal niet zo’n groot sociaal netwerk. Romy zag het dagelijkse medicatiemoment daarnaast niet alleen als moment voor de medicatie, maar ook om te checken hoe het met hem gaat. Meneer Meyer heeft jicht en heeft hier soms erg veel last van. De verpleegkundigen en verzorgenden die voorheen elke dag kwamen, signaleerde het als meneer last had van jicht en daardoor moeilijk liep en dikke voeten of polsen had. Romy merkt dat ze na de inzet van de medicijndispenser haar vader vaker belt om te controleren hoe het met hem gaat en te vragen of hij nog pijn heeft. Zelf trekt meneer Meyer namelijk niet snel aan de bel. Op dat gebied wordt met de inzet van de medicijndispenser juist wel zelfredzaamheid verwacht. Nu de verpleegkundigen en verzorgenden minder komen, moeten Meneer Meyer en meneer Adriaans tussendoor zelf om hulp vragen als er iets is. Hilde en Maartje hadden er wel vertrouwen in dat meneer Meyer dit gaat doen, maar Romy denkt van niet. Zo is hij niet. Meneer zelf vindt dat hij sterk moet zijn en niet moet klagen. Door de minder contactmomenten ervaren Maartje, Marieke en Hilde minder controle over de situatie rondom meneer Adriaans en meneer Meyer. Ze zien ze minder vaak en krijgen toch minder mee. Soms is dat voor verpleegkundigen en verzorgenden best moeilijk, loslaten. Het is wel fijn dat de medicijndispenser alarm slaat als de heren de medicijnen niet uit de medicijndispenser hebben gehaald. Zo blijft de controle toch ook wel behouden. Het vulmoment wordt door Maartje, Marieke en Hilde ook gezien als algemeen controlemoment. Ze vinden het dan ook erg belangrijk om dat moment te gebruiken om de situatie rondom de cliënt te screenen, vooruit te kijken en te anticiperen op mogelijke problemen.

Het vullen van de medicijndispenser moet erg secuur gedaan worden. Het is niet moeilijk vinden Hilde, Maartje en Marieke, maar je moet wel goed opletten dat de baxterrol er recht in ligt. Anders is er meer kans op een storing. Meneer Adriaans heeft in de eerste weken erg veel storing gehad, soms wel vijf keer per dag. Dit zorgde voor veel frustratie, zowel bij meneer als bij de verpleegkundigen en verzorgenden die erbij uitkwamen. Als het seintje van de medicijndispenser af ging en het baxterzakje er een beetje scheef uitkwam, zag meneer Adriaans de storing alweer aankomen. Hij wilde de medicijndispenser in de eerste weken het liefst in de vuilnisbak gooien. Op dat moment vond hij de medicijndispenser helemaal niks. De storingen werden desondanks wel goed opgelost door de verpleegkundigen en verzorgenden. Het was een kwestie van de rol recht in de medicijndispenser leggen en opnieuw laden. Echter wist niet iedereen wat er bij een storing moest gebeuren. Voor de verpleegkundigen en verzorgenden was de medicijndispenser tenslotte ook nieuw. Zij hadden nog weinig kennis over de medicijndispenser. Dit zorgde soms voor paniek. Hilde probeerde na een paar weken de baxterrol bij het vullen van de medicijndispenser goed te schudden en de medicijnen naar een kant te duwen. Hierna waren er veel minder storingen. Blijkbaar was dat vullen dus erg belangrijk voor de werking van het apparaat. Ondanks de storingen een stuk minder zijn, is het vertrouwen in de werking van de medicijndispenser bij Meneer Adriaans toch afgenomen. Hij vindt het moeilijk om een apparaat te vertrouwen dat zo vaak niet goed gewerkt heeft. Meneer Meyer heeft daarentegen zelden last van een storing. Hij is erg tevreden over de werking en vindt het een hartstikke makkelijk apparaat. Romy is erg blij dat het een simpel apparaat is, wat haar vader goed snapt. Ook Maartje, Hilde en Marieke vinden het een gebruiksvriendelijk apparaat. Het heeft weinig knopjes en wijst zichzelf. Je hoeft niet echt technisch onderlegd te zijn om het apparaat te gebruiken. Toch merken Maartje, Hilde en Marieke dat er nog wel weerstand voor de medicijndispenser. Volgens Maartje, Hilde en Marieke komt dat omdat het technisch en onbekend is. Onbekend maakt onbemind. Daarnaast hebben veel zorgmedewerkers niet echt een technisch hart, vindt Hilde. Desalniettemin zijn Maartje, Hilde en Marieke het er alle drie over eens dat het apparaat meer ingezet mag worden. Voor hen als verpleegkundigen en verzorgenden biedt de medicijndispenser zeker een meerwaarde. Het levert tijdswinst op en is daarmee kosten besparend. Desalniettemin vinden Hilde en Maartje het als wijkverpleegkundigen erg belangrijk dat voor de inzet van de medicijndispenser goed wordt gekeken naar de wens van de cliënt en of het ook een meerwaarde biedt voor de cliënt. Het werkt volgens Hilde niet als het alleen een meerwaarde biedt voor de verpleegkundigen en verzorgenden. De cliënt moet openstaan voor meer zelfredzaamheid. Maartje vindt het best lastig om te vertrouwen dat meneer Meyer aan de bel trekt als er iets is. Ze merkt dat collega’s dat ook vinden. Maartje geeft toe dat ze zelf ook liever even langs meneer Meyer zou willen fietsen om te kijken of alles nog goed gaat. Daarom vindt Maartje het belangrijk dat de er voor de inzet goede afspraken worden gemaakt met zowel de cliënt als de familie of mantelzorgers van de cliënt. Maartje, Hilde en Marieke vinden alle drie dat er behoefte is aan scholing en training over de medicijndispenser onder de verpleegkundigen en verzorgenden om het apparaat te ervaren en er vertrouwen in de krijgen. Zij hebben dat gemist. Volgens Maartje, Hilde en Marieke is vertrouwen in de werking van de medicijndispenser in de zelfredzaamheid van de cliënt en werking van de medicijndispenser belangrijk voor de inzet van de medicijndispenser.

Na acht weken uitproberen, wil meneer Adriaans de medicijndispenser al bij al wel houden. Ondanks alle storingen levert het apparaat hem wel meer zelfredzaamheid en eigen regie op. Hij wil nog wat langer kijken of het apparaat goed werkt, zodat hij ook vertrouwen krijgt in de medicijndispenser. Meneer Meyer twijfelt geen moment of hij de medicijndispenser wel of niet wil houden. Hij is hartstikke blij met het apparaat en de vrijheid en zelfredzaamheid die de medicijndispenser hem oplevert.