Narratief medicijndispenser 6

Lisanne Reuser, Joris Zorg, 2019

Onderzoeksvraag

Hoe kan de acceptatie van medicijndispenser bij Joris Zorg worden versterkt onder zorgprofessionals en mantelzorgers?

Het verhaal van een mantelzorger, persona 2

Op een maandagmorgen zit Joop in de ontvangstruimte. Het is een koude donderdagmiddag. Joop is net bij zijn vader op bezoek geweest en wacht op Elise voor een interview. Joop is mantelzorger voor zijn vader. Zijn vader is 84 jaar oud en heeft zelfstandig op een boerderij gewoond. Twee keer per week komt er thuiszorg langs bij zijn vader om hem te wassen, hij is namelijk met de jaren in zijn mobiliteit wat achteruit gegaan. De vader van Joop heeft daarnaast wat hulp nodig met het beheren van zijn medicatie, hij heeft een grote diversiteit aan medicatie. Zijn vader is alleenstaand en heeft naast Joop geen kinderen, dus neemt Joop momenteel de volledige verantwoordelijkheid voor medicatie inname van zijn vader. Dit houdt in dat er van Joop een grote investering in tijd en energie wordt gevraagd om uit te dokteren welke medicatie zijn naaste waarvoor nodig heeft, onder andere door de arts te raadplegen. Hij maakt lijstjes van die medicatie, bestelt ze, controleert ze, vult de Baxter doosjes bij en controleert of de medicatie nog overeenkomt met de voorschrift van de arts. Omdat zijn vader wel eens wat vergeet, schrijft Joop de medicatie op in zijn agenda.

Elise komt aangelopen met warme thee en vraagt aan Joop of hij in de situatie met zijn vader, gebruik zou willen maken van een medicijndispenser? Joop heeft er wel eens vaag wat van gehoord, maar reageert afwachtend met de uitspraak dat hij niet voor is maar ook niet tegen. Na een filmpje over de medicijndispenser, dat Elise dan laat zien, reageert Joop iets enthousiaster. Hij zegt dat hij het in ieder geval wel wil proberen. Zijn vader is nog mobiel en doet nog heel veel zelf en weet nog veel heel goed, maar vergeet ook wel eens wat. Dit zou misschien een juist uitgekozen moment zijn voor inzet.

Joop kan zich wel indenken wat de inzet voor hem aan nut of meerwaarde op zou kunnen brengen. Hij heeft interesse in de medicijndispenser  vanwege zijn behoefte aan meer vrijheid en zekerheid. Wat hem betreft zou het een zorgmoment minder zijn, in de zin van dat je dan ook een keertje gewoon op de koffie kunt komen zonder dat je zorg hoeft te verlenen. Hij denkt ook dat hij zich minder druk zou maken of dat zijn vader zijn medicijnen zou innemen. Bovendien geeft Joop aan, is hij al bekend met de Baxterrol. Hij merkt op dat het ook wel makkelijk werkt omdat je alleen op oké hoeft te drukken. Dan komen de pillen er uit, en dan hoef je ze eigenlijk alleen nog maar in te nemen of je geeft ze. Hij concludeert dat het voor degene die ze geeft ook wel gemakkelijker wordt. Joop, die nu als enige verantwoordelijkheid draagt voor de medicatie van zijn vader, vindt de medicijndispenser een uitkomst als hij zelf afwezig is of uitvalt. De  zou wat hem betreft toch meer vertrouwen geven dat de juiste medicatie wordt gebruikt dan als de zorg wordt overgenomen door een andere mantelzorger zonder zorgachtergrond. Ook geeft hij aan dat het veel en lastig werk is om medicatie uit te zoeken. Wel vraagt hij zich af of dit voor alle medicatie geschikt is. Hij geeft als voorbeeld dat er ook tabletjes zijn tegen hoge bloeddruk die er niet in mogen. Dan zou je dus een situatie krijgen waarbij je een medicijndispenser hebt, maar dat je toch apart medicijnen moet geven. Maar ook in zo’n geval ziet hij wel kansen. Hij zegt: “Als je vier keer per dag een innamemoment hebt en de medicijnen één keer extra moet aanreiken, dan kan je die andere drie keren gewoon gebruik maken van de medicijndispenser, hè.”

In het vervolg van het gesprek vraagt Elise naar de samenwerking tussen Joop als mantelzorger en de zorgverleners. De zorgverleners, komen twee keer per week bij zijn vader langs komen en zijn vader heeft een goede band met hen. Joop denkt dat een goede (en vaak herhaalde) uitleg over praktische zaken wel nodig is, zoals de werking van de medicijndispenser en vergoedingen. Joop gaat er van uit dat de medicijndispenser hem geld zal kosten. Hij verwacht verder uitleg in de vorm van: ondersteuning bij het bijvullen van de medicijndispenser, een informatieavond en bijvoorbeeld een briefje met handleiding naast de medicijndispenser over wat je moet doen als je van huis wil maar wel je medicatie nodig hebt.

Joop voegt daar aan toe dat het contact tussen de verzorgende en mantelzorger en de cliënt goed moet lopen, de zorg moet wat hem betreft toegankelijk blijven. In de ervaring van Joop, zit hij tot dusverre op één lijn met de zorgverleners van zijn vader. Hij is hartstikke tevreden en verwacht geen problemen bij het delen van de verantwoordelijkheid voor zijn vader. Toch zegt hij nog wel dat hij hoopt dat het geen vreemde is die uitleg aan zijn vader gaat geven hoe de technologie werkt. Bij een eerdere interventie had hij ook gemerkt dat de vertrouwensband de acceptatie wel vergemakkelijkt. Er werd in die situatie als het ware naar zijn vader ‘toegewerkt’, en afgestemd op de zorgvraag van zijn vader.

Na een korte stilte, voegt Joop dan nog toe dat er na en tijdens inzet van de medicijndispenser wel toezicht gehouden moet blijven worden op de medicatie-inname van zijn vader. Zorgverleners moeten wat hem betreft blijven controleren door binnen te lopen, ook als de inzet succesvol is. Hij is er bang voor dat zijn vader anders gewoon klakkeloos de medicatie aanneemt en meteen inneemt zonder te controleren of het klopt. Aan zijn vader zou geleerd moeten worden om zelf ook te controleren.
Elise vat het gesprek nog eens samen met factoren waarom het inzetten van de medicijndispenser in deze individuele situatie wel geschikt is en rondt het gesprek af. Joop gaat naar huis met het idee om de medicijndispenser voor te stellen aan zijn vader en zijn zorg.