Leefstijlondersteuning met robotica 5

Dewi van Roy, Vitalis, 2021

Onderzoeksvraag

Wat zijn de ervaringen van cliënten, naasten en zorgprofessionals met de inzet van een zorgrobot bij cliënten ten aanzien van vergroting van de zelfredzaamheid binnen de dagstructuur op de revalidatie afdeling Brunswijck?

Narratief

Het is oktober 2021. Binnen de revalidatieafdeling Unit 1 van Vitalis Brunswijck wordt nog weinig gebruik gemaakt van zorgtechnologie. Elle werkt als stagiaire op de afdeling en is op zoek naar een afstudeeronderwerp met betrekking tot zorgtechnologie. Zorgorganisatie Vitalis zegt dat ze openstaat voor innovatie en de inzet van zorgtechnologie en via de Technologische OntdekPlek maakt Elle kennis met een zorgrobot. Femke, medewerker van de Technologische OntdekPlek, vertelt over de verschillende mogelijkheden van zorgtechnologie welke beschikbaar zijn. Elle maakt de keuze voor een zorgrobot, ze denkt dat deze het beste een bijdrage kan leveren aan de revalidatie. Ze besluit aan de slag te gaan met deze zorgrobot en wil deze als proef gaan inzetten bij een cliënt op de afdeling.
Begin maart 2021 komt de zorgrobot op de afdeling te staan, het is een robot die verbale begeleiding geeft bij dagelijkse activiteiten. De ergotherapeut Diede geeft aan, aan de slag te willen gaan binnen korte termijn met diverse mogelijkheden zoals een medicijndispenser en deze zorgrobot. Diede zegt dat er binnen de afdeling meer gebruik gemaakt kan worden van zorgtechnologie en geeft aan bezig te zijn met een pilot voor de inzet van de medicijndispenser en later aan de slag te willen gaan met de zorgrobot. Karin en Lynn werken als zorgverleners op de afdeling en hebben een positieve kijk op de mogelijkheden die zorgtechnologie kan brengen voor cliënten op de revalidatieafdeling. Ze hopen dat deze robot bijdraagt aan een betere revalidatie voor de cliënt. Wel vragen ze zich af of de robot geschikt zal zijn voor iedere cliënt. Femke denkt dat dit mogelijk een goede toevoeging kan zijn op de afdeling en is nieuwsgierig naar de resultaten.
Een week later wordt de zorgrobot tijdelijk op kantoor geplaatst om de netwerkverbindingen te regelen, dan komen verschillende zorgprofessionals regelmatig even binnenlopen, ze reageren nieuwsgierig, door vragen te stellen of te lezen in de boekjes die bij de robot staan. Het instellen van de zorgrobot op de afdeling blijkt nog een uitdaging, er is een netwerk nodig waar een wachtwoord aan gekoppeld is. Deze is aanwezig binnen Brunswijck, echter is het wachtwoord bij niemand bekend. Drie weken later wordt er gebruik gemaakt van een mobiel netwerk van een telefoon. Per mail krijgen alle twaalf zorgprofessionals binnen het team de inloggegevens om zelf met de robot aan de slag te gaan.
Diezelfde week begint Elle met het zoeken naar een cliënt die voldoet aan de in- en exclusiecriteria en deel wil nemen aan de pilot. Ze zegt dat de cliënt deel mag nemen wanneer hij/ zij cognitieve problemen heeft en niet deel kan nemen als de cliënt niet meer mobiel is, ondanks inzet van hulpmiddelen zoals rolstoel, rollator of trippelstoel. Verder mag de cliënt niet samen op een kamer liggen met een andere cliënt en mag de cliënt geen ernstige gehoorproblemen hebben. Drie weken na de start voor het zoeken naar een passende cliënt, ziet Elle een opname staan die geschikt kan zijn. Enkele dagen na zijn opname ontmoet Elle dhr. Peeters (85 jaar, getrouwd).
Dhr. Peeters, een cliënt op de revalidatieafdeling voldoet aan alle criteria en wordt gevraagd door Elle of hij deel wil nemen aan de pilot met de robot. Daarnaast overlegt Elle met de dochter van dhr. Peeters, Yvonne. Beide zeggen nieuwsgierig te zijn naar de werking van de robot, vooral Yvonne vertelt dat ze hoopt dat het een positieve invloed heeft voor de dagstructuur en zelfredzaamheid van haar vader.
Enkele dagen later wordt de zorgrobot dan eindelijk ingezet bij dhr. Peeters. Nadat dhr. Peeters COVID-19 heeft doorgemaakt, komt hij na een opname uit het ziekenhuis revalideren bij Vitalis Brunswijck. Dhr. had voor de ziekenhuisopname al eens momenten dat hij niet meer alles goed meekreeg. Tijdens de ziekenhuisopname was dhr. Peeters wel eens gedesoriënteerd op het gebied van plaats en tijd. Op het moment dat dhr. Peeters wordt opgenomen op de revalidatieafdeling laat hij cognitieve hiaten zien, zoals een verminderd tijdsbesef, vergeetachtigheid en weinig initiatief in dagelijkse activiteiten zoals eten, drinken en verzorging.
Het doel van de inzet van de robot is volgens dhr. Peeters dat hij zelfstandiger wordt en minder afhankelijk is van de zorg in de ADL en eet- en drinkmomenten. Hij vindt het belangrijk om de regie terug te krijgen over de dagstructuur en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid. Elle stelt in de eerste instantie in wat de robot zegt en vermeldt dit alles in het ECD als rapportage. Ze zorgt ervoor dat er ieder eet- en drinkmoment een herinnering wordt uitgesproken, hierbij zegt de robot hoe laat het is en wat dhr. Peeters mag doen bijvoorbeeld naar de huiskamer komen voor het eten of iets te drinken pakken. Daarnaast zegt de robot in de ochtend en avond dat dhr. Peeters de verpleging mag bellen voor hulp bij het omkleden en het wassen. Tot slot wenst de robot in de avond dhr. Peeters nog een goede nacht en sluit vervolgens zelf ook de ogen.
Bij het plaatsen van de robot geeft dhr. aan dat de robot er leuk en lief uitziet, samen stellen ze het volume in op de gewenste stand. Ook zijn dochter Yvonne en de zorgverleners Karin en Lynn geven aan een positieve eerste indruk van de robot te hebben, ze is duidelijk verstaanbaar en ziet er leuk uit. Na het eerste gesprek, 2 dagen na de inzet met Yvonne, krijgt ze van Elle de inloggegevens voor de app, Yvonne zet er voornamelijk in wanneer er bijzonderheden zijn of er mensen op bezoek komen. Later koppelt ze terug dat het een gebruiksvriendelijke app is. Wel mist Yvonne een beknopte gebruiksaanwijzing voor mensen die niet zo bekend zijn met techniek.
De inzet van de robot gedurende de opname van dhr. Peeters laat een wisselende invloed op de dagstructuur zien. In het begin van de inzet van de robot benoemt dhr. of het ochtend of avond is en controleert dhr. Peeters op zijn horloge hoe laat het is. Door de actieve herinnering van de robot waarbij in iedere oproep de tijd wordt benoemd weet dhr. Peeters welk moment van de dag het is.
Zo begint hij in de ochtend met uit bed komen na de oproep van de robot of zegt dat hij het nog te vroeg vindt en soms doet hij zijn pyjama aan wanneer de robot zegt dat het bijna tijd is om naar bed te gaan. Na 8 dagen wordt er gemerkt door zowel Karin, Yvonne als Elle dat dhr. Peeters niet meer weet welke tijd het is, hij blijft in bed liggen en reageert nog alleen op de robot door het openen van zijn ogen.
De actieve oproepen van de robot om bijvoorbeeld te gaan eten of om naar bed te gaan hebben een minimale invloed op het verbeteren van de zelfredzaamheid. Tijdens de hele inzet van de zorgrobot laat dhr. Peeters ondanks de oproepen van de robot om te gaan eten, zich te gaan omkleden of te bellen voor hulp weinig initiatief zien in eet- en drinkmomenten en de zorgmomenten. Gedurende het gebruik van de robot praat dhr. Peeters de robot na of legt hij de boodschap uit aan derde. Maar naast de oproep van de zorgrobot heeft hij een actieve mondelinge herinnering nodig van de zorgverleners op de afdeling. Yvonne geeft een week na het ziek worden van haar vader aan bij Elle op de afdeling dat het lijkt of hij de opdracht niet kan omzetten in actie, dit wordt ook erkend door de Karin en Lynn.
Een week na de inzet van de zorgrobot wordt Dhr. Peeters ziek en hierdoor gaat zijn gezondheid hard achteruit, hij heeft steeds meer hulp nodig. Yvonne vertelt aan Elle na 12 dagen proberen dat ze denkt dat de robot geen toegevoegde waarde heeft voor haar vader, ze denkt dat het vooral energie kost in plaats van een toevoeging is. Dhr. Peeters vertelt tijdens een zorgmoment twee weken na inzet van de robot aan Elle de robot vervelend te vinden, in overleg met hem is het besluit genomen uit ethische redenen de robot weg te halen.
Karin geeft aan dat er op dit moment nog maar weinig gebruik wordt gemaakt van zorgtechnologie op de afdeling, ze ziet graag dat we mogelijke zorgtechnologieën, zoals de medicijndispenser of een zorgrobot, tijdens de opname inzetten. Met het doel deze vervolgens thuis te kunnen vervolgen om zo mensen langer veilig thuis te laten wonen. Ondanks de niet gewenste afloop van de inzet en het stopzetten van de inzet is haar positieve blik op zorgtechnologie niet anders dan aan de start van de pilot. Ze wil de robot graag inzetten bij anderen cliënten wanneer deze er behoefte aan hebben, hier sluit Lynn zich bij aan. Ook Yvonne geeft aan de robot bij anderen aan te raden en sluit zich aan bij de positieve blik op zorgtechnologie. Beide spreken uit dat ze verwachten dat de robot een toegevoegde waarde zal hebben bij iemand met cognitieve problemen die zelfstandig nog vooruit kan maar mondelinge sturing nodig heeft. Echter benoemt Lynn dat ze verwacht dat een cliënt met veel cognitieve problemen geen meerwaarde heeft van de robot.
Elle besluit als nabespreking verslag van de casus over te brengen aan de leverancier van de robot, Guus. Wanneer hij het verhaal leest vraagt hij zich af of er met diverse zaken rekening is gehouden, zoals het stellen van in- en exclusiecriteria, of er een doelstelling was voor de inzet en hoe de cliënten zijn betrokken. Hij zegt het jammer te vinden dat de meneer zo achteruitging waardoor de robot niet meer werkte. Daarnaast verwacht hij dat de inzet van de robot als hulpmiddel bij een cliënt waar de inzet is voortgekomen uit een zorgvraag een beter resultaat geeft.
Karin en Lynn geven aan open te staan voor nadere uitleg en over de mogelijkheden met betrekking tot zorgtechnologie, zodat hier in de toekomst meer gebruik van kan worden gemaakt. Een mogelijk bredere inzetbaarheid van de zorgrobot op de afdeling zien Karin en Lynn als een optie. Zo zegt Karin de voorgenomen activiteit van de ergotherapeut om de robot eventueel in de huiskamer te plaatsen voor het verbeteren van de zelfredzaamheid voor meerdere cliënten een goed plan te vinden. Lynn benoemd dat het een hele mooie aanvulling kan zijn op een extra stukje zorg maar dat ze de robot vaker zou willen gaan inzetten bij cliënten en kritischer moet gaan kijken bij wie ze hem inzetten.

In het narratief is gebruikgemaakt van fictieve namen, hiermee wordt de anonimiteit van betrokkenen gewaarborgd.