(Groene) Energie

De klimaatambitie van Fontys houdt concreet in dat de bestaande Fontysgebouwen energiezuiniger moeten worden en dat bij einde levensduur van de klimaatinstallaties, deze worden vervangen door gasloze varianten. Ook het merendeel van de elektriciteit die we inkopen moet duurzaam zijn opgewekt.

Kwantitatieve energiedoelen

  • Een jaarlijkse CO2 reductie van ten minste 3% en gemiddeld 5%. We werken toe naar een CO2 neutrale bedrijfsvoering in 2030
  • Het ontwikkelen van een plan om in 2030 voor 75% gasloos te zijn
  • We wekken in 2023 5% van ons eigen energieverbruik zelf duurzaam op door plaatsing van 2.700 zonnepanelen
  • In 2023 zijn alle eigendomslocaties voorzien van tenminste energielabel A

Meerjarenafspraak Energie-efficiency
Fontys neemt sinds 2009 deel aan de Meerjarenafspraak Energie-efficiency HBO sector. Voor de Convenantsperiode 2017-2020 heeft Fontys een energieplan opgesteld met organisatorische-, technische- en gedragsmaatregelen om structureel aandacht te hebben voor energieverbruik. Met dit plan wil Fontys jaarlijks minimaal 2,8% energiereductie realiseren. Dit betekent 11,3% energie-efficiency voor eind 2020. Cumulatief is voor de periode 2017-2020 inmiddels 11,5% gerealiseerd en daarmee de doelstelling behaald.

Grip op energie
Om grip op het energiegebruik van de Fontyslocaties te krijgen en te houden is door het Energieteam met regelmaat aandacht besteedt aan energiezorg en hierdoor ook gelijk aan energie-efficiency. Energiezorg is het op structurele en economisch verantwoorde wijze uitvoeren van organisatorische, technische en gedragsmaatregelen om het gebruik van energie te minimaliseren. De leidraad voor de inrichting van energiezorg is NEN-ISO 50001. Deze ISO norm is gebaseerd op de Plan-Do-Check-Act Deming cirkel voor het blijvend verbeteren van energiezorg.

Energielabel Fontyslocaties
In 2018 en 2019 zijn 20 Fontyslocaties voorzien van een energielabel en een maatwerkadviesrapport voor de energieprestatie en energieverbetermaatregelen voor de gebouwen. 75% van deze gebouwen heeft een energielabel A, 15% een energielabel B en 10% een energielabel C.

Energiemonitoring
Fontys maakt gebruik van een energiemonitoringtool waarbij de energieverbruiken van de inkoop- en eigen energie(tussen)meters dagelijks op gebouwniveau uitgelezen kunnen worden.

Sfeerafbeelding Fontys


Transitie duurzame Energie

Verduurzamen van het energiegebruik is een belangrijk aspect van de klimaatambitie van Fontys.

Fontys verduurzaamd haar elektriciteitsgebruik door:
de gebouwen te voorzien van elektriciteit afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen zoals wind en zon die onbeperkt beschikbaar zijn. Met de aankoop van Garanties van Oorsprong is het elektriciteitsgebruik in 2019 voor 12.152 MWh gecompenseerd door projecten die elektriciteit uit wind, water en zon produceren en daarmee maakt Fontys gebruik van 100% hernieuwbare elektriciteit.

Fontys verduurzaamd en reduceert het gasverbruik door

  • 100% compensatie van de CO2 uitstoot van het totale gasverbruik door de aankoop van certificaten (CO2 credits) met herkomst uit de groen gas productie
  • Uitvoering van rendabele gasbesparingsmaatregelen die door Fontys zijn opgenomen in het Energie Efficiency Plan 2017-2020 vanuit de deelname aan de Meerjarenafspraak Energie-efficiency (WKO en WKD installaties voor verwarmen en koelen van gebouwen)
  • Het verduurzamen van de gebouwen (toepassing betere isolatie gebouwschil, HR+++ glas, vervanging enkele cv ketels door een warmtepomp), nieuwe gebouwen zonder gasaansluiting (gebouw R10 in Eindhoven) en het afstoten van (energie onzuinige) vestigingen. De komende jaren gaat Fontys dit verder voortzetten.


Maximaal rendement uit fossiele brandstoffen
Fontys heeft sinds 2002 op de locatie Rachelsmolen een Warmte-Kracht-Koppeling (WKK). De WKK-installatie verbruikt gas en wekt daarmee elektriciteit op. Bij dit proces komt warmte vrij, vervolgens wordt deze warmte gebruikt om het gebouw of het tapwater te verwarmen. De opgewekte elektriciteit wordt volledig door Fontys gebruikt. De WKK-installatie levert gemiddeld een besparing op van ca. 15% voor het totale energiegebruik van campus Rachelsmolen.

Eigen energie opwekking | Zonnestroom
Eind 2023 wil Fontys 5% van haar energiegebruik zelf opwekken door plaatsing van 2.700 fotovoltaïsche cellen ofwel zonnepanelen waarin zonlicht wordt omgezet in elektriciteit. In 2019 is het dak van gebouw P8 in Tilburg voorzien van 270 zonnepanelen en medio 2020 wordt het dak van gebouw R10 in Eindhoven voorzien van 340 zonnepanelen.

De Fontys Sporthogeschool heeft zonnecollectoren voor de opwekking van warmte aangebracht op de hoge daken van de sporthallen en 450 m2 zonnepanelen. Deze pv-cellen zorgen jaarlijks voor 10% van de opwekking van de gebruikte energie in het gebouw. De Sporthogeschool is voor het verwarmen van het gebouw dubbel uitgelegd (gas en biomassa) en daarmee geschikt gemaakt voor duurzame energievoorziening in de toekomst.

Eigen energie opwekking | Warmte Koude Opslag
Op de onderwijslocaties De Kunsten (Zwijssenplein) en gebouw P8 in Tilburg zijn in 2006 en 2019 WKO-installaties geïnstalleerd. Met deze installatie kan energie in de vorm van warmte of koude worden opgeslagen in de bodem. Aan de hand van deze installatie is het mogelijk het gebouw te verwarmen in de winter of te koelen in de zomer. Alle warmte die WKO-installatie opwekt hoeft niet meer met de ketels opgewekt te worden. Dit leverde de Kunsten in 2019 een gasbesparing op van 71.000 m3.

WKD-installatie
Eind 2016 is de WKD-installatie (Warmte Koude uit Drinkwater) in gebruik genomen. Deze installatie is aan de ene kant verbonden met het drinkwaternet van Tilburg en aan de andere kant verbonden met het bronnensysteem van de WKO. Door het gebruik van de warmte van het drinkwater kan de energie van de WKO bronnen beter benut worden. Hiermee hoeft de CV ketel minder te verwarmen. De CO2-besparing kan dan worden berekend op basis van vermeden ketelinzet. Dit levert voor 2019 een vermeden CO2 uitstoot op van 2.569 kg.

Eén van de doelstellingen van de Duurzaamheidsagenda 2020 –2023 is uitstoot van CO₂, waar mogelijk te reduceren en daarbij ook aansluiting te realiseren bij het onderwijs. Hiervoor is onder meer een reductiescenario ontwikkeld. Het reductiescenario heeft als leidraad de CO2 reductiedoelen uit het Klimaatakkoord. Het opstellen van de CO₂ footprint komt voort uit een resultaatafspraak 2019 uit de vorige Duurzaamheidsagenda 2016 –2019. Hierin werd bepaald dat een rapportage over het meten van effecten moest worden opgezet. Als eerste stap is in 2017 een footprint opgesteld van de mobiliteitseffecten van de medewerkers en de studenten, omdat dit het grootste aandeel van de CO₂ uitstoot vormt. De CO2 footprint 2018 is uitgebreid met de milieugevolgen van de bedrijfsvoeringaspecten van scope 1 (directe uitstoot), 2 (indirecte uitstoot) en 3 (uitstoot in de keten).