Column November 2020

‘We zijn allang begonnen, maar nu begint het echt’

Ik denk dat ik een jaar of negen was toen ik mijn eerste boek van Joke van Leeuwen las. De aanstekelijke titel, die uitdrukking geeft aan de ambigue tijd tussen beginnen en begonnen zijn, is me door de jaren heen altijd bijgebleven. Recent moest ik er weer aan denken tijdens de voorbereiding van de startbijeenkomst van ons project Bloeiende Broedplaatsen op 5 november jongstleden. Een doorstartbijeenkomst om precies te zijn, want de oorspronkelijke aftrap was dit voorjaar – om het op haar Van Leeuwens te zeggen – volledig in de soep gelopen. Zoals wel meer zaken in 2020 een valse start hebben gekend.

‘We zijn allang begonnen…’ is het verhaal van Pieke die rondloopt op de wereld met een idee, een gevoel eigenlijk, dat zich moeilijk in woorden laat vatten. Met hulp van haar vrienden gaat ze op zoek naar manieren om dat ideegevoel tot uiting te brengen: door te gebaren, te dansen en te zingen. In de loop van het boek heeft Pieke steeds meer mensen nodig, elk met hun eigen talent, om haar project tot leven te wekken. Er komt iemand die met licht werkt, iemand met de juiste materialen, en iemand ‘die het verschil snapt tussen dichtbij en veraf’ – een decorontwerper. Zonder de woorden ervoor te gebruiken laat Van Leeuwen de vriendengroep van Pieke al spelenderwijs theater uitvinden. Ze toont daarbij en passant hoe creatieve productie mede tot stand komt dankzij een netwerk van ondersteunende en randvoorwaardelijke factoren.

Maken onder moeilijke omstandigheden

De voorbije maanden zijn voor velen een proef geweest in aanpassingsvermogen. Niet in de laatste plaats voor de creatieve sector. Podia en exposities werden gesloten, projecten en producties uitgesteld en inkomsten droogden op. Voor sommige makers was de beginfase van de crisis een periode om te innoveren. Om nieuwe concepten en uitingsvormen te ontwikkelen of samenwerkingen aan te gaan. De voorlopige resultaten van een survey van Fontys en TU/e in Gelderland laten zien dat zo’n vier op de vijf makers het afgelopen half jaar op een andere manier zijn gaan werken. Dat geldt overigens vooral voor makers buiten de beeldende kunsten, want bij die laatste groep ligt het percentage aanmerkelijk lager. Wellicht dat dit te maken heeft met het feit dat voor veel beeldend kunstenaars de maakcondities sowieso structureel instabiel zijn en dat men, gewild of ongewild, een modus vivendi heeft gevonden om met deze onzekerheid om te gaan.

Dat laat onverlet dat de rek van de sector eindig is. Zeker omdat corona niet het enige is dat de productieomstandigheden onder druk zet. In Amsterdam luidden recentelijk verschillende partijen de noodklok over het oplopende tekort aan makersplekken 1. Voor Platform BK vormde de situatie de aanleiding om een symposium te organiseren over het creatieve klimaat in de stad, met de omineuze titel ‘Het einde van de broedplaats?’. Ook elders in het land leven vergelijkbare zorgen. Zelfs in Rotterdam, de stad die van oudsher over een schier eindeloos reservoir aan rafelranden lijkt te beschikken, klinken ongeruste geluiden 2.

Wendbaarheid in een veranderlijk speelveld

Tijdens de doorstartbijeenkomst van Bloeiende Broedplaatsen werd duidelijk dat creatieve huisvesters, sectororganisaties en gemeenten deze zorgen herkennen. Gelijktijdig klonk er een gedeeld vertrouwen in de kracht van de sector. En optimisme over de kansen om het belang van ateliers en broedplaatsen steeds beter onder de aandacht te brengen van bestuurders, beleidsmakers en burgers. Juist in tijden van onzekerheid is het vermogen van makers om zin en betekenis te geven, vragen te stellen en de samenleving een spiegel voor te houden van onschatbare waarde. De creatieve sector beschikt bovendien van nature over een grote mate van vernieuwingskracht die haar wendbaarder maakt dan veel institutionele structuren.

Het vermogen om zichzelf steeds opnieuw uit te vinden geldt overigens niet alleen voor de makers zelf, maar ook voor de organisaties die makersplekken ontwikkelen en beheren. Atelierstichtingen en creatieve hubs, verenigd in het Landelijk Overleg Ateliers en het Dutch Creative Residency Network, zijn volop bezig om zichzelf te opnieuw uit te vinden. Het project Bloeiende Broedplaatsen heeft de ambitie om deze ontwikkeling met raad en daad te ondersteunen en daarbij en passant nieuwe inzichten te verkrijgen over de waarde van broedplaatsen voor de stad.

Het project richt zich naast professionalisering en het delen van kennis en ervaring, nadrukkelijk ook op een strategische herpositionering. Steeds meer partijen herkennen het belang van broedplaatsorganisaties als intermediaire speler in het krachtenveld van cultureel, ruimtelijk en economisch beleid. Binnen de complexe arena van institutionele krachten en de belangen van individuele makers kunnen broedplaatsen een vitale rol spelen om de veerkracht van de creatieve sector te versterken en te borgen. Net als bij Piekes voorstelling vraagt creatie steeds om co-productie: tussen makers onderling en tussen makers en mogelijkmakers.

dr. ir. Bart de Zwart is projectleider van Bloeiende Broedplaatsen

1. ‘Amsterdam zit voor kunstenaars op veel fronten op slot’, NRC, 21 oktober 2020; ‘Zelfs de rand van Amsterdam wordt te duur voor kunstenaars’, Parool, 4 november 2020

2. ‘Kunstenaars luiden de noodklok: groot tekort aan ateliers in Rotterdam’, Algemeen Dagblad, 26 oktober 2020

Sfeerafbeelding Fontys

Bart de Zwart

Projectleider Bloeiende Broedplaatsen