Jorus Rompa

“Eigenlijk is pedagogiek een soort van praktische filosofie”

Jorus Rompa (1992) is afgestudeerd pedagoog en werkt o.a. met jongeren die thuiszitten, omdat ze niet meer naar school gaan. Daarnaast werkt hij als zzp’er en bedenkt (kunst)projecten waarmee hij jongeren wil aanzetten tot denken, verwonderen en creëren. Jorus doet veel verschillende dingen. En vaak nét even anders dan anderen.

“Ik ben altijd al gefascineerd door filosofie en kan me steeds weer verbazen over hoe mensen zijn en waarom ze doen wat ze doen. Ik had ook wel filosofie willen studeren, maar dan moest ik naar de universiteit. Pedagogiek sprak me óók aan en filosofie is een belangrijk vak van de studie pedagogiek. Gaandeweg ben ik erachter gekomen dat pedagogiek eigenlijk een soort van praktische filosofie is: je denkt en analyseert, leest theorieën en bedenkt concepten. Maar daarmee ben je er nog niet. Het opvoeden zelf zet je met beide benen op de grond. Je moet handelen, je moet doen.

Uiteindelijk heb ik vijfenhalf jaar over de opleiding gedaan. Dat had te maken met het feit dat ik altijd moest schipperen tussen wat ik zelf wilde en wat er van mij werd gevraagd. Dat botste nogal eens. Ik ben vooral geïnteresseerd in de ontwikkeling van de mens in het algemeen. Er zijn zoveel factoren die een rol spelen bij de opvoeding die een kind krijgt, alleen al het land, de cultuur, de waarden en normen. Uiteindelijk denk ik dat de manier waarop een volwassene de wereld van een kind inleidt bepalend is voor de vorming van een kind. Met andere woorden: wat krijg je als kind mee en in welk systeem zit je?

Als pedagoog wil ik vooral ‘vertaler’ zijn van verschillende contexten. Zoals tijdens mijn stage bij het wetenschapsknooppunt van de Universiteit van Tilburg, waar ik hoogleraren en onderzoekers begeleidde om (hoogbegaafde) leerlingen van basisscholen kennis te laten maken met de wereld van wetenschap. Ik praatte met allerlei onderzoekers over hun vakgebied en maakte dat begrijpelijk voor basisschoolkinderen. Bij leerkrachten van de basisschool stimuleerde ik juist het onderzoekend leren.

Als onderdeel van mijn afstuderen bedacht ik een nieuw concept voor onderwijscafés om leerkrachten van allerlei schooltypen met elkaar in contact te brengen. Hierbij bespraken we onderwijskundige thema’s zoals verwondering, twijfel, autoriteit, de stem van de leerling of bildung. Universitair docenten, mensen van het beroepsonderwijs en kleuterjuffen gingen met elkaar in gesprek en konden tijdens die sessies veel van elkaar leren. Uiteindelijk blijken ze - in een andere vorm - allemaal dezelfde thema’s tegen te komen.

Ik wil zo breed mogelijk met ontwikkeling bezig zijn, via verschillende uitingsvormen. Taal alleen is niet genoeg. In die lijn past ook ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet’, een nieuwe stichting waarmee ik samen met mijn compagnon Mark aandacht vraag voor nieuwetijdskinderen met paranormale gaven. Daarnaast hebben we sinds kort een gezamenlijk atelier annex werkplaats, www.stronkmaakt.nl. Hier begeleiden we verschillende jongeren op basis van persoonsgebonden budget en werken we samen aan opdrachten voor particulieren en bedrijven. Zo hebben we bijvoorbeeld de voorleesstoel van de nationale voorleeswedstrijden gerestaureerd en een soort trapezium gemaakt voor een danseres van een theaterfestival. Deze manier van werken slaat aan: de jongeren voelen zich weer serieus genomen en komen al doende weer in hun kracht.”