Vrijwilligheid versus onvrijwilligheid

Binnen deze onderzoeklijn ligt de focus op het spanningsveld tussen het op vrijwillige of onvrijwillige basis gebruikmaken en aanbieden van ondersteuning en zorg met als doel het creëren en borgen van een gezonde en veilige opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen. Eveneens een dilemma dat een andere invulling krijgt in het licht van de beoogde kanteling, waarin wij als samenleving gezamenlijk verantwoordelijk zijn (geworden) voor bijvoorbeeld het welzijn van jeugdigen. Essentieel binnen dit dilemma is het vraagstuk wie het recht heeft om te bepalen en op grond waarvan iets of iemand dit recht krijgt toebedeeld.

Een vraagstuk dat is gerelateerd aan dit dilemma is hoe om te gaan met zogenaamde ‘zorgmijders’ en/of mensen die een bepaalde mate van vraagverlegenheid (Linders, 2010) ervaren. Mensen die geen gebruik willen, kunnen en soms ook niet mogen maken van de binnen de samenleving geboden zorg en ondersteuning. Is dit een groep om met rust te laten, vanuit een liberale gedachte dat iedereen zijn eigen gang kan gaan zolang deze daarbij het welzijn van anderen niet schaadt? En denken wij hier als sociaal professionals of als samenleving ook zo over op het moment dat een bepaalde manier van handelen het welzijn van een jeugdige schaadt of dreigt te schaden? Of hebben we een pedagogische opdracht (vanuit een meer communitaristisch burgerschapsperspectief) waarmee we allemaal verantwoordelijk zijn voor het eigen welzijn én het welzijn van anderen? Een pedagogische opdracht die in sommige gevallen maakt dat we ‘achter de voordeur stappen’ als een vorm van bemoeizorg. En als we die pedagogische opdracht hebben met elkaar, wie zijn dan deze zogenaamde ‘zorgmijders’, waar vinden we hen, wat hebben ze ‘nodig’ en hoe zorg je er voor dat zij op tijd passende zorg of ondersteuning ontvangen?

Het dilemma resulteert in een spagaat voor professionals wanneer zij tussen het recht van een individu en de opdracht vanuit de overheid komen te staan. Een onderzoeklijn waarbij een filosofische invulling evenzeer op zijn plaats is als een empirische invulling. In het verlengde van dit Bijzonder Domein Jeugd steken we echter empirisch in.

Samenwerkingsverbanden

Naast dat dit Bijzonder Domein Jeugd is geïnitieerd en gefinancierd door zeven werkveldpartners en het Lectoraat Beroepsinnovatie of Social Work en intensieve samenwerking plaatsvindt tussen deze acht partners, wordt vanuit dit Bijzonder Domein Jeugd ook samenwerking aangegaan met andere verbanden en instituten:

  • Overkoepelend overleg Wmo Werkplaatsen thema ‘Jeugd’
  • Overkoepelend overleg Wmo Werkplaatsen thema ‘Informele ondersteuning’
  • Academische werkplaats Jeugd
  • Fontys Hogeschool Verpleegkunde
  • Fontys Hogeschool Pedagogiek