Thema's Lectoraat

  • Impliciete ondersteuningsbehoeften
    Thema 1. Impliciete ondersteuningsbehoeften
    De schroom van mensen om een hulpvraag te stellen blijft een venijnig vraagstuk waarover het lectoraat vragen blijft krijgen, zowel vanuit burgerinitiatieven als van gemeenten. We varen daarbij als lectoraat een koers waarin we dit thema meer accent geven. Wijkbewoners vragen zich bijvoorbeeld af hoe ze mensen kunnen bereiken die hulp nodig hebben maar er niet om vragen en de aangeboden steun ook niet accepteren. Gemeenten zoeken naar manieren om ‘verwarde personen’ te bereiken of mensen met een LVB niet uit het oog te verliezen als ze 18 worden. Van zwaar tot overbelaste mantelzorgers weten we dat zij zeer vraagverlegen zijn als het gaat om hun eigen ondersteuningsbehoeften. Welke strategieën zijn hiervoor in te zetten? Hoe verhoudt zich het ideaal van zelfredzaamheid en de idee van vraaggericht werken tot de realiteit dat er mensen zijn die zelden of nooit aan de bel trekken? Extra aandacht besteden we aan mensen die eenzaam zijn of zich in een sociaal isolement bevinden. Dat betekent dat we een extra accent leggen op mensen met een impliciete ondersteuningsbehoefte.
  • Professionele verantwoordelijkheid in domein overstijgende multidisciplinaire samenwerking

    Thema 2. Professionele verantwoordelijkheid in domein overstijgende multidisciplinaire samenwerking
    De wijze waarop de professionele verantwoordelijkheid van de ene professional zich verhoudt tot de verantwoordelijkheid van anderen in een gegeven situatie blijft relevant. Gepraat wordt er genoeg, maar echt samenwerken komt lang niet altijd ten goede aan de situatie van burgers en cliënten (Feringa, Peels, Van der Sanden, & Linders, 2017). Naast de uitdaging om deze samenwerking binnen het sociaal domein aan te gaan, vraagt de huidige tijdgeest in toenemende mate van social workers om ook domein overstijgend multidisciplinair samen te kunnen werken. 
    Waar de samenwerking binnen het sociale domein al moeizaam verloopt, is samenwerking over leefgebieden heen al helemaal niet vanzelfsprekend. Hoe kan die nu gestalte krijgen, gericht op het realiseren van de doelstellingen van burgers? Hun vragen, waarden, problemen, en doelen zijn immers meestal niet in hokjes op te delen. Nog veel te vaak staan zorg, welzijn, onderwijs, wonen, financiën, veiligheid etc. los van elkaar, terwijl een meer integrale en rechtvaardige aanpak het voornemen was.
    Onduidelijkheid over wie waar verantwoordelijk voor is, vormt geregeld een belemmering in het kiezen wat te ‘doen’ en met wie samen te werken. Hierdoor stranden pogingen tot domein overstijgende multidisciplinair samenwerking. Professionals zijn nog steeds zoekende naar hoe je nu regie en dus verantwoordelijkheden deelt met anderen. Die anderen, dat zijn niet alleen andere professionals maar ook burgers in hun rol als vrijwilliger, mantelzorgers, wijkbewoner, cliënt enzovoorts

  • Samenlevingsopbouw

    Thema 3. Samenlevingsopbouw

    Uit ons eigen onderzoek blijkt dat het werken van professionals aan en met de ‘civil society’ vooral nog een ideaal is (Van der Sanden, Feringa, Peels, & Feringa, 2017). Sociale wijkteams zijn vaak zo druk met individuele hulpverlening dat ze niet (meer) toekomen aan een collectieve aanpak (Hofman & De Boer, 2017). Er wordt dus wel in de wijk gewerkt maar veel minder ‘met de wijk’. Tegelijkertijd krijgen we signalen van gemeenten dat ze weer willen investeren in samenlevingsopbouw ‘nieuwe stijl’ en leeft de vraag hoe we meer preventief kunnen gaan werken in een tijdgewricht waarin aandacht vooral uitgaat naar het realiseren van korte termijndoelstellingen (het oplossen van acute problemen). Langere termijndoelstellingen (preventie) zijn de afgelopen jaren uit het zicht geraakt. Omdat Civil society een sterk beleidsgestuurde term is en samenlevingsopbouw veel meer gerelateerd is aan het vak van sociaal werk hernoemen we dit thema naar Samenlevingsopbouw. De ‘nieuwe stijl’ van samenlevingsopbouw betekent samenlevingsopbouw in een dynamische en diverse samenleving. De wijk van vandaag is een andere dan die van decennia geleden. Een gevolg van de extramuralisering in de zorg is dat veel mensen met een verstandelijke of psychische beperking nu wijkbewoners zijn. Dat geldt ook voor ouderen met een beperking die veel langer zelfstandig wonen. Zij zijn degenen die veel tijd doorbrengen binnen een wijk of buurt onder meer door afnemende mobiliteit. Voorts is de samenstelling van veel wijken de afgelopen decennia sterk veranderd doordat de culturele diversiteit is toegenomen.

  • Sociale reflexiviteit

    In onze diverse, ongelijke, geïndividualiseerde en complexe samenleving is het leggen van verbindingen tussen verschillende groepen essentieel en een van de kerntaken van sociaal werk. Het blijkt vaak lastig om de communicatie en afstemming met al die partijen voor elkaar te krijgen en daarbij de focus op burgers/cliënten vast te houden (Feringa, Peels, Van der Sanden, & Linders, 2017; Linders & Feringa, 2014).

    Een van de voorwaarden om echt goed samen te kunnen werken met anderen is je te verplaatsen in anderen en je voor te stellen wat nou de verschillen en overeenkomsten zijn met ‘hen’. Deze verbeeldingskracht, gecombineerd met het vermogen om binnen je eigen groep zo te communiceren dat je uit de ‘bubbel’ van je eigen kringetje geraakt, noemt Lichterman sociale reflexiviteit: “Social reflexivity is a collective practice of imagining: it requires talking about differences and similarities straightforwardly, in the midst of forging relationships beyond the group” (Lichterman, 2005, p.47).