Samenlevingsopbouw

Thema 3. Samenlevingsopbouw

Uit ons eigen onderzoek blijkt dat het werken van professionals aan en met de ‘civil society’ vooral nog een ideaal is (Van der Sanden, Feringa, Peels, & Feringa, 2017). Sociale wijkteams zijn vaak zo druk met individuele hulpverlening dat ze niet (meer) toekomen aan een collectieve aanpak (Hofman & De Boer, 2017). Er wordt dus wel in de wijk gewerkt maar veel minder ‘met de wijk’. Tegelijkertijd krijgen we signalen van gemeenten dat ze weer willen investeren in samenlevingsopbouw ‘nieuwe stijl’ en leeft de vraag hoe we meer preventief kunnen gaan werken in een tijdgewricht waarin aandacht vooral uitgaat naar het realiseren van korte termijndoelstellingen (het oplossen van acute problemen). Langere termijndoelstellingen (preventie) zijn de afgelopen jaren uit het zicht geraakt. Omdat Civil society een sterk beleidsgestuurde term is en samenlevingsopbouw veel meer gerelateerd is aan het vak van sociaal werk hernoemen we dit thema naar Samenlevingsopbouw. De ‘nieuwe stijl’ van samenlevingsopbouw betekent samenlevingsopbouw in een dynamische en diverse samenleving. De wijk van vandaag is een andere dan die van decennia geleden. Een gevolg van de extramuralisering in de zorg is dat veel mensen met een verstandelijke of psychische beperking nu wijkbewoners zijn. Dat geldt ook voor ouderen met een beperking die veel langer zelfstandig wonen. Zij zijn degenen die veel tijd doorbrengen binnen een wijk of buurt onder meer door afnemende mobiliteit. Voorts is de samenstelling van veel wijken de afgelopen decennia sterk veranderd doordat de culturele diversiteit is toegenomen.