Kenniskring professionalisering van lerarenopleiders

In studiejaar 2016-2017 hebben acht lerarenopleiders deelgenomen aan de kenniskring van het lectoraat ‘Professionalisering van leraren en lerarenopleiders’. Van hen waren er zeven afkomstig van FLOT (instituutsopleiders) en één uit het voortgezet onderwijs (schoolopleider).

Alle deelnemers deden een praktijkonderzoek gericht op hun eigen handelen als lerarenopleider. In een doorlopende lijn van vijf gezamenlijke bijeenkomsten werd vorm gegeven aan het eigen onderzoek. In de eerste bijeenkomst stond de rol als ‘leraar van leraren’ (Murray en Male, 2005) centraal en werden diverse opleidingsdidactische modellen besproken. Vanuit dit gezamenlijke vertrekpunt koos iedere deelnemer een eigen leervraag om verder te onderzoeken. Het onderzoek van de kenniskringleden is te typeren als ‘self-study’ ((o.a. Loughran, 2004., Lunenberg, Zwart, Korthagen, 2010) of als een voorbeeld van de LOEP-benadering (Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk) (Kelchtermans, Vanassche & Deketelaere, 2014). Het belangrijkste kenmerk van een self-study is dat het eigen handelen onderwerp van onderzoek is.

Onderwerpen van self-study

De onderwerpen die onderzocht werden hadden allemaal te maken met het eigen handelen als opleider. Voorbeelden zijn:

-          Congruent opleiden… doe ik dat zelf eigenlijk wel? Hoe geef ik het nu vorm, hoe kan ik het meer structureel maken?

-          Hoe kan ik in begeleidingsgesprekken meer diepgang aanbrengen?

-          Hoe kan ik in mijn onderwijs modeling inzetten?

De deelnemers hebben gebruik gemaakt van een grote diversiteit aan gegevensverzameling uit de eigen onderwijs- of begeleidingspraktijk. Sommige opleiders hebben eigen lessen of begeleidingsgesprekken opgenomen op video en (met collega) geanalyseerd. Anderen hebben studenten en collega’s geïnterviewd en ook heeft iemand een analyse gedaan van de feedback die zij had gegeven op verslagen van studenten. De opdracht voor alle deelnemers was om het onderzoek klein te houden, dus te beperken tot een paar interviews, één of meer lessen of gesprekken.

Opbrengsten uit de self-studies

Het analyseren van de gegevens leidde voor alle deelnemers tot nieuwe inzichten voor zichzelf en soms ook voor collega’s. Voorbeelden hiervan zijn:

-          Mijn ervaring is dat ik meer inzicht krijg in het leerproces van mijn studenten. Mijn voornemen is meer stil te staan bij dat wat de student ervaart tijdens de bijeenkomst en explicieter de koppeling te maken naar theorie en de eigen lespraktijk.

-          Ik heb de deelname aan dit traject als zeer inspirerend ervaren.  Samen kennis delen, nieuwe inzichten krijgen, werken met een data-analyse-model etc, weer allemaal nieuwe input om te gebruiken in mijn eigen onderwijspraktijk.

-          Ik wil door met het (uitbouwen van) collectief leren, ontmoeten van de ander en gesprek/ dialoog aangaan over onze eigen opleiderspraktijk.

Professionalisering door onderzoek naar de eigen praktijk

De werkwijze met self-study projecten van lerarenopleiders heeft geleid tot meer kennis en inzicht in de eigen rol als opleider en tot ervaring in het toepassen van en onderzoekscyclus. De gezamenlijke bijeenkomsten vormden de rode draad, hierin werd zowel ingegaan op de inhoud van het onderzoek als op de aanpak. Deelnemers gaven elkaar feedback op de onderzoeksplannen en – aanpak en wisselden ervaringen uit over hun praktijk en hun bevindingen. Als groep werd zodoende gezamenlijke kennis opgebouwd.

Alle opleiders sloten het traject af met een presentatie en een beknopt verslag over hun onderzoek en nagenoeg allemaal willen ze volgend jaar weer aan de slag op deze manier: self-study smaakt naar meer!