Verslag Thuistaal en onderwijs: een gouden combinatie?

Inleiding

Op 27 november 2019 organiseerden Fontys Campus Sittard, Leerstoel Taalcultuur in Limburg (Universiteit Maastricht) en het Meertensinstituut in samenwerking met diverse partners voor de vijfde keer op rij een interactieve bijeenkomst rondom meertaligheid. Het thema was dit jaar ‘Thuistaal en onderwijs’.

Het programma bestond uit een plenair deel (5 presentaties) waarbij steeds sprake was van een presentatie van een onderzoeker, gevolgd door informatie vanuit een ervaringsdeskundige over hetzelfde onderwerp.

Na de pauze was er een interactief deel waarbij de deelnemers een keuze konden maken uit 5 onderwerpen en hierbij op een interactieve manier met elkaar, de ervaringsdeskundige en met de onderzoeker aan de slag gingen.

Maurice van Straten fungeerde als dagvoorzitter, Irene Plas zorgde voor de muziek, Eddy Teunissen maakte foto's, Anja van Schijndel stelde het verslag samen en Quirien van Haelen presenteerde op geheel eigen wijze in een gedicht de highlights van de bijeenkomst.

Maurice van Straten Maurice van Straten

Plenaire bijeenkomst Plenaire bijeenkomst

Thuistaal en onderwijs Thuistaal en onderwijs

Plenair deel

Thema 1: Educatief Partnerschap met ouders

De bijeenkomst start met een tweegesprek tussen Hélène Leenders (associate lector bij het lectoraat Diversiteit en Orthopedagogisch Handelen van Fontys Hogeschool Pedagogiek) en Linda Toussaint (Intern begeleider basisschool Petrus Canisius Puth). Een in 2018 door studenten gemaakt filmpje is de basis van het gesprek.

Petrus Canisius is een school die educatief partnerschap met ouders hoog in het vaandel heeft staan. Op de school heeft 66% van de kinderen Limburgs als thuistaal, de andere kinderen spreken ‘alle talen van de wereld’. Petrus Canisius mag dan ook met recht een ‘Wereldschool’ genoemd worden. De school zet sterk in op openheid en op het leren kennen van kansen en talenten van alle kinderen.

Linda noemt voorbeelden van rijke gezamenlijke activiteiten zoals buddylezen en muziektherapie. Ouders worden direct betrokken bij het onderwijs,  liefst bij educatieve taken zoals leesouder. Het blijkt sterk om ouders die taalachterstand hebben, vanuit pedagogiek te laten fungeren als leesouder. De ouder kan ondersteunen omdat ze soms even kan communiceren in eigen taal met kinderen. En andersom leert de ouder veel sneller de Nederlandse taal. Zo zet je ouders in hun kracht. Een veelzeggende quote van Linda: ‘Beter een vierjarige Arabische leerling die de moedertaal goed spreekt en Nederlands leert op school, dan eenzelfde leerling die beide talen niet goed spreekt’.

Thema 2: Voorlezen in meertalige gezinnen

Charlotte Mostaert (docent en onderzoeker Thomas More Antwerpen) doet verslag van haar onderzoek naar voorlezen in meertalige gezinnen. Eerst schetst ze de voordelen van voorlezen op taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en op het schoolse leren. Anders- of meertalige ouders blijken minder voor te lezen dan eentalige ouders. Uit haar onderzoek bij 3-6 jarigen blijkt de meest voorkomende reden om niet voor te lezen, tijdsgebrek te zijn of de gedachte dat het kind nog te jong is. Eentalige ouders lezen vaak niet voor door tijdsgebrek.
Om thuis voor te lezen verkiezen ouders vaak eigen kinderboeken. Eentalige Nederlandstalige ouders hebben gemiddeld significant meer kinderboeken in huis dan anders- of meertalige ouders. Minder dan de helft van de anderstalige ouders leest ook voor in de eigen moedertaal en dat vraagt aandacht.

In het daaropvolgende interview breekt Toos van den Beuken (leesconsulent Bibliotheek Helmond-Peel) een lans voor het voorlezen in de eigen taal. Ze vertelt over haar ervaringen met projecten rond dit onderwerp. Volgens Toos is de bieb de plek waar elke ouder een boek kan vinden, ook in de eigen taal. Ze benadrukt het belang van voorlezen in de ‘taal van het hart’.  

Linda Toussaint en Hélène Leenders Linda Toussaint en Hélène Leenders

Charlotte Mostaert Charlotte Mostaert

Toos van Beuken Toos van Beuken

Thema 3: Hoeveel meertaligheid kunnen peuters aan?

Leonie Cornips (Maastricht University en Meertensinstituut) vertelt wat er uit onderzoek bekend is over meertaligheid in de peuterspeelzaal en kinderopvang. Het blijkt uit onderzoek en ervaring dat dialectsprekende peuters op termijn ook thuis Nederlands gaan praten. Volgens de ‘Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’ kan ook Limburgs gesproken worden in peuterspeelzalen. Leonie Cornips geeft diverse praktijkvoorbeelden van peuters en kleuters die switchen van Nederlands naar dialect en andersom. Er blijkt een hiërarchische rolverdeling te bestaan tussen Nederlands en dialect. Ook blijkt uit onderzoek dat de professionals huiverig zijn om Limburgs te spreken tegen anderstalige peuters. De vraag is of dit terecht is. Hier is nog weinig wetenschappelijke literatuur over gevonden.

Gerry Haagmans- Schuren (Basisschool Triangel Linne) en Ankie Kessels (Kinderopvang Roermond, Echt, Maasgouw) reageren vanuit hun ervaringen in de praktijk op het thema ‘Hoeveel meertaligheid kunnen peuters aan?’.

Irene Plas speelt als intermezzo het toepasselijke ‘Taal van mijn hart’ in het Zuid-Afrikaans en Nederlands.

Maurice van Straten en Leonie Cornips Maurice van Straten en Leonie Cornips

Anja van Schijndel, Ankie Kessels en Gerry Haagmans-Schuren Anja van Schijndel, Ankie Kessels en Gerry Haagmans-Schuren

Irene Plas Irene Plas

Thema 4: thuistaal in de klas, dat kan!

Joana Duarte (NHL Stenden Hogeschool en Rijksuniversiteit Groningen) bepleit het betrekken van thuistalen in de klas en merkt op dat het nieuwe curriculum (Curriculum.nu) hiertoe meerdere kansen biedt. Volgens Joana gaat het om het leren over talen en een open houding over talen, niet persé over het leren van de taal. Taalbewustzijn is belangrijk. Het is zaak meertaligheid ook in de zaakvakken te integreren, niet alleen in de taalvakken. Laat leerkrachten zelf experimenten met meertalig onderwijs, in een veilige omgeving. Dan wordt meertaligheid een integraal onderdeel van het onderwijs. Ze toont beeldmateriaal over hoe zij in haar projecten met meertaligheid aan de slag is gegaan en geeft tips en links voor de praktijk.

Esther van Loo (Docent VO en Levende talen Limburgs) onderstreept: ‘There is no alternative’. Op  school organiseerde ze een thuistaalcaroussels, kinderen geven dan een les in de eigen taal om zo bewust te zijn dat er meer talen zijn.

Brigitte Waelpoel –Vogten (Vitus Zuid en Innovo PO) wil meegeven dat de thuistaal de taal van het hart is, het is je identiteit. Als je ergens komt waar jouw taal niet erkend, maar verboden wordt, dan word je als individu ook niet erkend en dat belemmerd ook het leren van een nieuwe taal. Brigitte pleit voor het zoveel mogelijk laten participeren van nieuwkomers in het reguliere onderwijs.  

Thema 5: ontwikkelingsgericht en muzisch taalonderwijs

Karen Reekmans (Hogeschool PXL Hasselt) geeft uitleg over de manier waarop zij aan diverse projecten werkt, waarin de nadruk wordt gelegd op creativiteit en non-verbale taal. Iedereen heeft een natuurlijke drang om te communiceren met de omgeving, dus ga je imiteren. Daarom pleit ze voor interactief leren waarbij herhaling erg belangrijk is om een taal aan te leren. Open vragen uit instructie komen terug bij het groepswerk.

Joana Duarte Joana Duarte

Anja van Schijndel, Brigitte Waelpoel-Vogten en Esther van Loo Anja van Schijndel, Brigitte Waelpoel-Vogten en Esther van Loo

Karen Reekmans Karen Reekmans

Als afsluiting van het plenaire deel het gedicht van Quirien van Haelen

Quirien van Haelen Quirien van Haelen

Deelsessies

Thema 1: Educatief Partnerschap met ouders

Met een beperkt aantal deelnemers is dieper op dit thema én de onderzoeksresultaten ingegaan. Deels vanuit het basisonderwijs in Rotterdam en de Bibliotheek-wereld, waarbij de vraag vooral zat in het benaderen en bereiken van de gewenste doelgroepen. Het ging met name om aansluiting te vinden bij de grote diversiteit van deelnemers en hoe lastig het kan zijn om dan de juiste toon te vinden. Het gesprek aangaan op basis van gelijkwaardigheid en op basis van een hoge mate van cultuursensitiviteit blijken sleutelbegrippen te zijn. Daarnaast het belang om naast de ouder/deelnemer te gaan staan en jezelf kwetsbaar op te stellen om samen antwoorden te vinden die in het opvoed- en ontwikkelingsproces gevraagd worden.

Thema 2: Voorlezen in meertalige gezinnen

Sessieleider Marjan Middelkoop (Cubiss) gaf aanwezigen eerst een ervaringsopdracht: "lees in tweetallen eens aan elkaar voor in een vreemde taal." Hieruit bleek dat het ingewikkeld is om voor te lezen in een taal die je niet gewoon bent. Je bent wat meer gefocust op de taal dan op de inhoud van het vertaal. Het is ook moeilijker emoties genuanceerd tot uitdrukking te brengen. Het aanbod in boeken voor anderstaligen is beperkt, zowel op scholen als bij bibliotheken. De thuistaal kun je niet ontkennen, die hoort bij de identiteit.

Bij bibliotheken en op scholen zou er meer in andere talen voorgelezen kunnen worden. Het is ook een ervaring om iemand in een andere taal te horen praten, ook al versta je het niet. Charlotte Mostaert, lector en onderzoeker aan Thomas More Hogeschool in Antwerpen,  gaf een voorbeeld waarbij hetzelfde boek in het Russisch en in het Nederlands werd voorgelezen aan een klas.

Vervolgens stelden deelnemers vragen aan Toos van de Beuken (bibliotheek Helmond-Peel) over haar ervaring met voorlezen in de thuistaal en betrokkenheid bij de VoorleesExpress. Bij de VoorleesExpress wordt er gebruik gemaakt van Nederlandse boeken, omdat dit vaak de moedertaal is van de vrijwilligers. Tijdens het bibliotheekbezoek worden de anderstalige boeken wel onder de aandacht gebracht. Bovendien is er nu een pilot waarbij vrijwilligers van de VoorleesExpress 'Rupsje Nooitgenoeg' in het Arabisch en Nederlands meenemen naar de Arabisch sprekende gezinnen.

Charlotte levert een lijst met tips aan hoe je aan anderstalige collecties kunt komen. Verder is volgens Toos het kennen van het boek in het Nederlands een bestelcriterium.

Hoe communiceer je dat je een meertalige collectie hebt? Dat doet de bibliotheek Helmond-Peel met name via de VoorleesExpress. En via de scholen. Daarnaast is er een flyer die in 5 talen vertaald is.

Van belang is verder goed te kijken wat ouders nodig hebben bij het voorlezen. De bibliotheek Helmond-Peel traint ouders in voorlezen. Wat je wil is dat ouders de stap zetten van 1: toeschouwen (kijken naar het voorlezen) naar 2: deelnemen (zelf voorlezen) naar 3: deelnemen met inbreng (zelf de interactie bevorderen) naar 4: deelnemen met reflectie (kunnen reflecteren op het voorlezen).

Marjan Middelkoop brengt het programma ‘Voor jou en je kind’ onder de aandacht. Dit is een programma voor laagtaalvaardige gezinnen. Het is gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid en het vergroten van de taligheid binnen het gezin.

Tot slot: meertaligheid is steeds meer een trend, dat bleek ook uit de sessies in het plenaire deel van het symposium. Dat is voor bibliotheken en scholen een kans om in te zetten op meertalige collecties en meertalige activiteiten.

Thema 3: Hoeveel meertaligheid kunnen peuters aan?

Gespreksleider Anouk Middelkoop start met de ‘trigger’: “Limburgs als onderonsje?” Leonie Cornips geeft aan dat we onbewust veel waardeoordeel meegeven aan onze kinderen. Hier zouden we alerter op mogen zijn in onderwijs en zorg. Want wat geven we onze meertalige kinderen (anderstaligen) mee (impliciete boodschap) als er geen ruimte is voor het Limburgs? Wat zegt dat over hoe wij kijken naar een andere taal?

Door de taal die je kiest (met wie, wanneer, waar gaat het over etc) bepaal je ook hoe belangrijk de taal is. Instructie = Nederlands / even een praatje = Limburgs. Dit werkt remmend op communicatie: mag ik het wel of niet zeggen in mijn thuistaal? Is dit wel gepast? Terwijl veiligheid voorop staat bij ontwikkeling.

Leonie vraagt aan de 16 deelnemers wie er met de Limburgse taal is opgevoed (12 vingers), wie met zijn/haar kinderen Limburgs spreken (4), wie met zijn/haar kleinkinderen … (2).. Ze geeft aan dat ze pessimistisch is over de toekomst. De Limburgse taal sterft op deze wijze uit. Ook vanwege de associatie met ‘minder’ en ‘lager niveau’ .

Leonie geeft aan dat dialect niet puur is, daarnaast moeten we de regels voor het schrijven loslaten (geen beginnen aan). Kinderen ‘meenemen’ in het dialect, ook als er sprake is van TOS. Contact, eigenheid (cultuur) en veiligheid gaat voor: mógen praten!

Optimisme: deelnemers vertellen over de activiteiten van de bieb. Participatie is een kernwoord; ouders mee laten doen, deuren open zetten. Boeken in moedertaal aanbieden en boeken zonder taal, zodat de aandacht gaat naar het voorlezen in de eigen taal. Dus naar taalplezier, contact en interactie. De App Maasgeluide (leer de Limburgse taal) wordt genoemd. In Dordrecht is er een uitwisseling van boeken tussen anderstalige ouders. Gerry Haagmans benoemt dat er een cursus wordt aangeboden op haar basisschool om de thuistaal te onderhouden. Kinderen zijn flexibeler dan je denkt. Het verschil met de Friese taal komt ook aan bod. Zij twitteren bijvoorbeeld volledig in hun eigen taal, terwijl de Limburger er een mengelmoesje van maakt. Een Fries praat / twittert gewoon in de eigen taal door, zegt Leonie.

Bij een peuters is de taal nog niet volledig, dus we moeten alert zijn op het goed en volledig aanbieden ervan.

Een deelnemer (logopediste) vertelt als afsluiting dat haar Twentse vader aangeeft dat hij het Limburgs prima kan verstaan!

Thema 1: Educatief Partnerschap met ouders  Thema 1: Educatief Partnerschap met ouders

Thema 2: Voorlezen in meertalige gezinnen  Thema 2: Voorlezen in meertalige gezinnen

Thema 3: Hoeveel meertaligheid kunnen peuters aan?  Thema 3: Hoeveel meertaligheid kunnen peuters aan?

Thema 4: thuistaal in de klas, dat kan!

Brigitte Waelpoel –Vogten start de deelsessie met enkele (meer)talige opdrachten en bespreekt het gevoel dat deze opdracht oproept bij deelnemers.
Onderwerpen die ter sprake komen in het vervolg van deze deelsessie zijn:

  • Voordelen van meertaligheid: verbreding toegang tot kennis; vergroting communicatiemogelijkheden; stimulering auditieve en sociale vaardigheden; verbetering ruimtelijk inzicht en concentratie; voorkoming van dementie
  • Het advies van de PO-raad adviseert om de moedertaal te benutten. Immers een verbod op, of een afwijzing van, moedertaal vermindert de binding met school en verstoort de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van het kind.
  • Er blijkt weinig taalbeleid te zijn en het beleid dát er is wordt op individuele scholen gemaakt. Van bovenaf lijkt sturing te ontbreken. Terwijl we weten dat een goede beheersing van de moedertaal en een grote woordenschat in de moedertaal helpt bij het leren van een volgende taal en bij het opbouwen van woordenschat in de te leren taal.
  • Richt op school een krachtige taalomgeving in. Hierbij zijn drie factoren heel belangrijk: rijke context, voldoende taalsteun, en zorgen voor veel interactie.

Tips: 

  • Waardeer elke taal in de klas
  • Maak duidelijke afspraken binnen je team en binnen je klas,
  • Maak het gebruik van de moedertaal functioneel: Adviseer kinderen die eenzelfde taal spreken, tijdens de les in de moedertaal te laten overleggen. Bespreek        vervolgens de uitkomst/het resultaat in het Nederlands, met de hele groep. Dit zorgt voor een beter begrip van kernbegrippen en leerstof, voor interactie en      samenwerking en voor competentiebeleving.
  • Maak de talen die in je klas aanwezig zijn zichtbaar, bv door een meertalige woordmuur in de klas, de ontwikkeling van lees- en schrijfvaardigheid en ouderbetrokkenheid
  • Benut het aanbod:
    “Lesactiviteiten Meertaligheid” - SLO
    Toolbox PO: Meer Kansen Met Meertaligheid (3M) - http://3mproject.nl/toolbox/
    Toolbox PO: Talen4all - http://talen4all.nl/toolbox/
    Toolbox VO: Holi-Frysk project – http://www.holi-frysk.nl/activiteiten.html
    Handboek Taalgericht vakonderwijs´ van Mayke Hajer en Theun Meestringa Publicaties van Piet van Avermaet

Thema 5: ontwikkelingsgericht en muzisch taalonderwijs

Karen Reekmans start haar interactieve deelsessie met het voorlezen van een prentenboek in het Frans en laat de deelnemers aan den lijve ervaren op welke manier zij, welke taalstrategieën gebruikt om deelnemers niet te laten blokkeren door de taalbarrière.

Ze geeft voorbeelden van taalstimulering in verschillende talen, bespreekt de ins en outs van taalsensibilisering en authentiek leren. Al doende laat zij de deelnemers good practice ervaren.

Karen geeft het voorbeeld van Sneeuwwitje in allerlei talen en reflecteert hierop met de deelnemers, waarbij blijkt dat non-verbale taal erg belangrijk is.

De deelnemers gaan aan de slag met een casus: ‘Vertaal je verbeelding in muziek, woord, beeld en gebaar!’, waarin mogelijkheden voor taalstimulering en differentiatie, kansen voor transversaal leren en muzisch taalonderwijs aan de orde komen.

Karen bespreekt de kans om woordenschat aan te brengen door te benoemen en te bevragen. Ze legt nadrukkelijk een relatie met andere taalgebieden: spelling, creatief vertellen, schrijven, verwerven van schooltaal en technisch lezen.

Karen verwijst naar haar boek dat ze samen met collega’s Catherine Roden en Kris Nauwelaerts schreef: ‘Vertaalde verbeelding. Muzische inspiratie voor taalstimulering in de meertalige klas’. En als afsluiting wijst ze op de website https://www.pxlexperts.be/?s=meertalig

In de korte plenaire afsluiting blikken de aanwezigen, onder andere door activiteiten op Twitter te bekijken (#thuistaal 2019) terug op ‘Thuistaal en onderwijs: een gouden combinatie?’

Thema 4: Thuistaal in de klas, dat kan! Thema 4: Thuistaal in de klas, dat kan!

Karen Reekmans Karen Reekmans

Interactieve deelsessie Interactieve deelsessie