Waarderen van diversiteit van leerlingen door samenwerken met Jeugdhulp

Door: Jacqueline van Swet en Mariette Haasen, Fontys OSO

De overgrote meerderheid van de leraren vindt het niet gemakkelijk om in de klas te werken met leerlingen met gedragsproblemen. In alle onderwijssectoren geven leraren aan dat zij behoefte hebben aan ondersteuning hierbij. Als  jeugdhulpverlening wordt ingeschakeld, is dat meestal met de vraag om mee te denken over hoe probleemgedrag aan te pakken. Hen wordt zelden gevraagd om mee te werken aan het stimuleren van positief gedrag in de klas.

Het gevaar bestaat dat, als je je teveel richt op problemen en op wat lastig is, je steeds meer gaat denken dat het niet goed gaat in de klas. Het is echter bekend dat een gerichtheid op wat wel goed gaat en waar je wel vaardig in bent, dikwijls beter werkt: voor jezelf en voor je leerlingen.

De opdracht voor passend onderwijs is om voor alle kinderen een school te bieden die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden, ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Leraren hebben een pedagogische opdracht en de school is bij uitstek geschikt om het sociaal-  en emotioneel leren te stimuleren. Als de expertise van jeugdhulpverlening daarbij aansluiten en zij het onderwijs als werkplek gaan benutten, worden zij de ideale partner.

In deze workshop wordt het onlangs toegekende NRO onderzoeksproject ‘Jeugdhulpverlening in de school. Samen praten en vooral samen doen’ toegelicht.