Achtergrond

De idiopathische klompvoet is een van de meest voorkomende aangeboren orthopedische aandoeningen. Bij een klompvoet is er een afwijking van de stand van de voet met drie kenmerken;

  1. de voet staat naar beneden
  2. en binnen gekanteld
  3. en de voorvoet wijst naar binnen waardoor een kommavorm ontstaat.

In Nederland worden ongeveer 200 kinderen per jaar met één of twee klompvoeten geboren.(1)

Behandeling nu: Ponseti methode*

In 2014 nam de Nederlandse Orthopaedische Vereniging de richtlijn 'Primaire Idiopathische Klompvoet' aan. Daarmee is in Nederland de Ponseti methode de officieel vastgestelde eerste behandeling voor klompvoet patiënten. De richtlijn is opgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijk literatuur en consensus binnen de richtlijncommissie, die bestond uit orthopedisch chirurgen en ouders van klompvoet patiënten. Arnold Besselaar was voorzitter van deze richtlijncommissie.(2)

Een klompvoet is niet te genezen. Doel van de behandeling is om een zo normaal mogelijk functionerende voet te creëren, die in normale schoenen past.

Terugval van behandelde klompvoeten

Over het algemeen leidt de Ponseti methode tot goede resultaten. In de literatuur worden succespercentages tot boven de 95% gerapporteerd. Helaas heeft de klompvoet sterk de neiging om terug te vallen in de oorspronkelijke klompvoet-positie. De opsporing en behandeling van klompvoeten met een terugval, een relapse klompvoet, is in de wetenschappelijke literatuur nog een onderbelicht onderwerp. Terwijl bij 11-48% van de klompvoetpatiënten sprake is van een relapse klompvoet.(3) Vroege opsporing is hierbij van belang aangezien dit de noodzaak tot operatief ingrijpen voorkomt en uiteindelijk leidt tot betere resultaten.(4) De kinderfysiotherapeut en orthopedisch schoenmaker kunnen wellicht ook een rol spelen bij de behandeling van relapse klompvoeten.

*

De Ponseti methode

De behandeling met de Ponseti methode start kort na de geboorte. Met de hand wordt het voetje soepel gemaakt (manipuleren), waarbij het geleidelijk zover mogelijk in de juiste stand wordt gecorrigeerd. Deze gecorrigeerde stand wordt vastgelegd (geïmmobiliseerd) met gips, waarbij ook het bovenbeentje wordt ingegipst. Het gips wordt een keer per week gewisseld. Als laatste stap van de gipsperiode, wordt de achillespees van het kind doorgehaald. Als de gipsperiode is afgerond, volgt een intensieve braceperiode. Daarbij draagt het kind drie maanden lang, 23 uur per dag en daarna tot de vierde verjaardag tijdens het slapen, een brace die de gecorrigeerde klompvoet(en) in de juist stand houdt.

(1)Besselaar et al., submitted

(2)Besselaar et al., 2017 Acta Orthopaedica

(3) Hosseinzadeh et al., 2017 J Pediatr Orthop

(4)Radler & Mindler, 2015 Foot Ankle Clin N Am