Taalontwikkelend onderwijs

Sfeerafbeelding Fontys

Wij willen u via deze pagina duidelijk maken wat taalontwikkelend onderwijs inhoudt en verwijzen u naar sites en publicaties waar u meer informatie kunt vinden.

Taalontwikkelend onderwijs

In de onderbouw ervaren en ontdekken kinderen aan de watertafel welke voorwerpen blijven drijven en welke voorwerpen naar de bodem zinken.

De leerkracht laat de kinderen eerst uitproberen. Ze brengt onder woorden wat ze ziet en laat ook de kinderen vertellen wat er gebeurt. Op een gegeven moment neemt ze een voorwerp en laat de kinderen nadenken over wat er zal gaan gebeuren: gaat de knikker zinken of blijft hij drijven? Uiteraard wordt er vervolgens uitgeprobeerd of de voorspellingen kloppen. Aan het eind worden de bevindingen besproken: wat gebeurde er met de knijper, bleef die drijven of ging hij zinken? Wat deed de knikker, de sleutel, de kurk? De leerkracht laat niet alleen de begrippen drijven en zinken in een gevisualiseerde context aan bod komen, maar in interactie met de kinderen stimuleert ze hen ook om meer complexe taalfuncties als oorzaak-gevolg en vergelijken te gebruiken. Daar waar nodig geeft ze taalsteun door te parafraseren: “Kijk, de knikker zinkt! Hij zakt naar de bodem!”

In de bovenbouw wordt een zelfde soort experimentje gedaan met drijven en zinken.

Met behulp van een bak water met een overloop, een stuk hout en een weegschaal laat de leerkracht zien wat er gebeurt als je een stuk hout in de bak met water legt. Allereerst wordt het hout gewogen. Dit gewicht is de massa van het stuk hout. Vervolgens wordt het in de bak water gelegd. Het hout blijft drijven, maar het waterpeil stijgt. Een deel van het water verlaat via de overloop de bak water en wordt opgevangen in een maatbeker. De maatbeker wordt gewogen en wat blijkt?! De massa van het stuk hout is gelijk aan het gewicht van het opgevangen water! Zie daar de Wet van Archimedes…

Wat is taalontwikkelend onderwijs?

In de voorbeelden is taal een middel om grip te krijgen op de wereld om ons heen, om die wereld te begrijpen, te ordenen, te relateren aan onszelf. Taal en denken hangen daarbij nauw samen. Hoe meer kennis je opdoet, bijvoorbeeld over de wet van Archimedes, hoe meer taal je verwerft, maar ook hoe meer taal je nodig hebt. Hoe orden je je gedachten, hoe relateer je bestaande kennis aan nieuwe kennis, welke oorzaak-gevolgrelaties zijn er te leggen en waarom? De taal die je hierbij nodig hebt, is vaak abstracter en complexer dan de dagelijkse taal. Om kinderen die meer abstracte en complexe schooltaal aan te leren, is het belangrijk om je als leerkracht bewust te zijn van de talige eisen die bijv. een rekenactiviteit of aardrijkskundeopdracht stelt aan kinderen. Het is ook belangrijk je bewust te zijn van de kansen die zo’n taak biedt om de taalvaardigheid van kinderen daadwerkelijk te laten groeien. Taal is het middel om de wereld te leren kennen, maar af en toe is het nodig om even doelgericht stil te staan bij aspecten van die taal, bijv. bij woordleerstrategieën of begrijpend leesstrategieën. En dan bij voorkeur niet alleen tijdens de taalles, maar ook op andere momenten: tijdens de rekenles, tijdens het experimentje met drijven en zinken, tijdens een les over de tweede wereldoorlog of tijdens een webkwestie over vluchtelingenkinderen. De drie taalgroeimiddelen taalaanbod, taalproductie, feedback spelen daarbij een belangrijke rol, maar dat geldt ook voor de drie pijlers van taalgericht vakonderwijs: context, interactie en taalsteun. Niet in de laatste plaats draagt een gedragen taalbeleid binnen de school of opleiding bij aan het succes van taalontwikkelend onderwijs.

Vragen die in de praktijk aan ons gesteld worden:

  • Hoe kunnen we in het onderwijs zo veel mogelijk gericht zijn op de taalgroei van kinderen in plaats van op taaltoetsing?
  • Hoe kunnen we kinderen hierin een actieve(re) rol geven, waarbij ze zelf –in interactie met anderen- hun taalvaardigheid leren vergroten?
  • Hoe kunnen we zelf taalontwikkelende leraren worden? Hoe worden we ons bewust van onze eigen taalvaardigheid en onze rol in het ontwikkelen van de taalvaardigheid van onze leerlingen?
  • Hoe maken we onze collega’s bewust van de rol die taal speelt in alle vakken, de hele dag door en dus niet alleen tijdens de taalles?
  • En hoe kunnen we dan zowel vak- als taaldoelen nastreven waarbij we rekening houden met het niveau van alle leerlingen?
  • Taalontwikkelend onderwijs kan alleen effectief zijn als er school- en/of opleidingbreed afspraken en keuzes worden gemaakt die zorgen voor samenhangende activiteiten die ondersteund, begeleid en geëvalueerd worden. Hoe kom je tot een gedragen taalontwikkelend taalbeleid?

Aanbod

Hebt u suggesties voor deze pagina of interessante links, artikelen of onderzoek dat u wilt delen? Neem contact op met Katinka de Croon.