Taaldenkkader

Sfeerafbeelding Fontys

In het taal-leesbeleid staan de volgende aspecten centraal namelijk visie, aanbod en opbrengsten. Elk aspect heeft invloed op de ander. De drie onderdelen worden hieronder in het kort beschreven.

Visie

In uw onderwijsvisie geeft u aan waar u als school voor staat. Wat zijn de uitgangspunten en doelstelling die wij nastreven in zijn algemeenheid en met betrekking tot taalonderwijs in het bijzonder. Ten aanzien van taal kan uitgegaan worden van de drie taalpijlers van interactief taalonderwijs te weten dat taal:

  • betekenisvol dient te zijn; uitgaande van een bepaalde context die de kinderen aanspreekt en waarbij de context als kapstok dient voor het aanbieden van activiteiten en inhouden;
  • sociaal dient te zijn. Kinderen leren in interactie van en met elkaar en onder leiding en begeleiding van een leraar;
  • strategisch dient te zijn. Bij het leren van taal speelt het plannen, uitvoeren en evalueren va n taalgedrag een belangrijke rol. De leraar dient hiertoe de voorwaarden te scheppen, waarbij de kinderen zich kennis en vaardigheden eigen maken en leren toepassen in andere situaties.

Aanbod

Elke school heeft een aanbod op het gebied van taal- en leesonderwijs. Via dit aanbod wilt u bepaalde doelen realiseren (zie bijvoorbeeld de referentieniveaus en passende perspectieven, de kerndoelen en de leerlijnen voor taal en lezen), activiteiten organiseren en via evaluatie nagaan of de gestelde doelen bereikt worden. Hierbij dient aangesloten te worden bij de leerbehoeften van de kinderen. Bij het aanbieden van een aanbod spelen (nieuwe) inzichten in taal- en leesonderwijs een rol zoals bijvoorbeeld het toepassen van het geleerde binnen wereldoriëntatie, het inzetten van ondersteunende middelen en ict-toepassingen, het verbeteren van de woordenschat.

Opbrengsten

De opbrengsten kunnen zowel via observatie, gespreksvoering, methodegebonden toetsing als methodeoverstijgende toetsing in beeld gebracht worden. Bij het laatste wordt dit veelal gedaan met behulp van dwarsdoorsnedes en trendanalyses. Hierbij kunnen vragen gesteld worden zoals: “Passen de opbrengsten bij de verwachtingen”, “Passen de opbrengsten bij onze leerlingpopulatie?”, “Op welk terrein dienen acties ondernomen te worden?”. 

Naast het in beeld brengen van de opbrengsten dient nagegaan te worden of de leraren over de juiste kennis en vaardigheden beschikken, of er organisatorische aanpassingen plaats dienen te vinden in de planning en uitvoering van de lessen die gegeven worden. Dit proces vereist een voortdurende monitoring en gedeelde verantwoordelijkheden binnen een lerende organisatie

Sfeerafbeelding Fontys