Rekenplein

  • Quickscan Rekenplein

    Waarom de Quickscan Rekenbeleid?

    De Quickscan Rekenbeleid helpt u om binnen enkele minuten in beeld te brengen hoe het er bij u op school voor staat op het gebied van uw rekenonderwijs. De verschillende elementen van goed rekenonderwijs zoals deze in het rekendenkkader voorkomen worden in beeld gebracht (visie, aanbod, opbrengsten, monitoring).

    Wie vult in?

    U als IB-er, directie of rekenspecialist vult de Quickscan in als u een schoolbreed beeld heeft van het rekenonderwijs op uw school. Ook kunt u ervoor kiezen om de Quickscan door verschillende personen in te laten vullen om zo de discussie over goed rekenonderwijs op school op gang te brengen.

    Werkwijze:

    In slechts enkele minuten vult u de lijst in door het beantwoorden van vragen op een 2-puntsschaal. Aansluitend krijgt u een advies dat past bij uw school. Het advies wordt in algemene termen beschreven.

    Enkele items uit de Quickscan:

    • Onze school heeft een expliciete en breed gedragen visie op het rekenwiskunde onderwijs vastgelegd.
    • Wij brengen de rekenontwikkeling van alle leerlingen m.b.v. zowel methode toetsen als methodeonafhankelijke toetsen structureel in beeld.
    • Leerkrachten zijn in staat om zicht te krijgen op rekenprocessen bij kinderen.
    • De leerkrachten werken handelingsgericht bij rekenen en wiskunde d.m.v. het opstellen van groepsplannen en /of handelingsplannen.

    Ga aan de slag en kijk hoe uw school ervoor staat!

    Ga naar de Quickscan Rekenbeleid

  • Rekendenkkader

    Rekenen is een belangrijk onderdeel van het leven. In het basisonderwijs wordt de basis gelegd voor het kunnen functioneren in het vervolgonderwijs en de maatschappij. Rekenen begint bij handelend doen en ontdekken, handelingen benoemen en vanuit handelen inzicht opbouwen. Reken-wiskundige inzichten en vaardigheden zijn onmisbaar. Een grote verantwoordelijkheid ligt bij de leraar.

    Een voorwaarde voor goed rekenonderwijs is dat de leraar zicht heeft op de reken-wiskundige ontwikkeling van de leerlingen. De leraar dient goed zicht te hebben op doelen en cruciale leermomenten. Daarnaast krijgt de leraar te maken met grote verschillen tussen kinderen waardoor het nodig is keuzen te maken en prioriteiten te stellen. Recent onderzoek laat zien dat de kwaliteit van de leraar direct effect heeft op de leerprestaties (o.a. Rekenonderwijs op de basisschool, KNAW 2009).

    In dit onderdeel maakt u kennis met:

    1. Het Rekendenkkader
    Vanuit dit kader kan het rekenonderwijs op uw school steeds vanuit verschillende elementen bekeken worden: visie, aanbod, opbrengsten, beleid en monitoring. Het Rekendenkkader zorgt voor samenhang, maar ook voor de mogelijkheid om gericht vanuit een bepaald perspectief informatie te zoeken.
    2. De Quickscan Rekenbeleid
    Wilt u uw school snel in beeld brengen aan de hand van deze drie elementen? Vul dan kosteloos de quickscan die door Fontys Fydes ontwikkeld is en bekijk meteen het resultaat.

    Alle informatie die te vinden is op dit Rekenplein, is geplaatst binnen het Rekendenkkader.
    Het Rekendenkkader is een samenhangend geheel van aspecten die goed rekenonderwijs weergeven.

  •   Model

    We onderscheiden drie elementen die van belang zijn bij het vormgeven van goed rekenonderwijs binnen een school: visie, aanbod en opbrengsten. De drie elementen van het rekendenkkader hebben een cyclisch karakter, ze beïnvloeden elkaar en zullen na verloop van tijd “hernieuwd” en op een hoger plan verkend moeten worden.

    Visie

    Hierin onderscheiden we de onderwijsvisie, de missie van uw school en de manier waarop het team tegen goed rekenonderwijs aankijkt (vier pijlers van goed rekenonderwijs).

    Aanbod

    Hieronder vallen het reguliere en specifieke aanbod dat afgestemd moet zijn op de visie van de school en de specifieke leerbehoeften van de leerlingen. Ook is er aandacht voor recente ontwikkelingen op rekengebied.

    Dit betekent dat in het element aanbod de volgende onderdelen voorkomen:

    • methodisch werken
    • het werken met kansrijke aanpakken
    • rekenen en ICT
    • specifieke leerbehoeften

    Opbrengsten

    Hierin onderscheiden we in eerste instantie het in beeld brengen van de opbrengsten van uw rekenonderwijs (met behulp van dwarsdoorsneden en trendanalyses met bijbehorend actieplan). Daarnaast wordt aandacht besteed aan het werken met kwaliteitsinstrumenten. Ook kunnen externe analyses bijvoorbeeld het inspectieverslag een prima hulpmiddel zijn om beleid te bepalen of aan te scherpen.

    Beleid en monitoring

    Bij het opstellen van beleid zijn niet alleen de drie elementen van belang, maar moet tevens afgesproken worden op welke onderdelen en wanneer er een controlecheck (monitoring) plaatsvindt.

    In het onderdeel Beleid en monitoring vindt u richtlijnen voor het verder analyseren en vormgeven van uw rekenbeleid.

    Wilt u snel een beeld krijgen waar u op dit moment staat met uw rekenonderwijs?
    Ga dan naar de Quickscan Rekenbeleid!

  • Rekenbeleid en monitoring

    Een kwalitatief goed en veelzijdig rekenbod is in het belang van veel leraren, scholen en vooral leerlingen. Kwaliteitsbewaking en kwaliteitsimpulsen zijn noodzakelijk om het bestaande rekenaanbod te kunnen waarborgen en verbeteren. In toenemende mate zien we dat scholen op zoek gaan naar wat beter en efficiënter kan. Daarbij kijken we zowel naar de rekeninhouden als de daarmee samenhangende differentiatiemodellen én niveaus van zorg.
    Bij het vormgeven van beleid is het allereerst van belang om na te gaan welke elementen van het Rekendenkkader aandacht behoeven.

  •   Stappenplan

    Wilt u in 10 stappen naar het opstellen van een actueel rekenbeleidsplan.

    Klik hier voor de 10 tips

  •   Borgen en monitoren

    Zorg voor een kwalitatief goed rekenaanbod is niet alleen een must voor scholen, maar zeker ook voor schoolbesturen. Kwaliteit kan niet zonder vergelijking en kwaliteitsbewaking.

    Ten eerste willen we graag de monitordrieslag introduceren;

    1. Het monitoren van het verloop van het rekenbeleidsplan (of de ingevoerde verandering).
    2. Het monitoren van de resultaten van de leerlingen.
    3. Het monitoren van opvattingen/ vaardigheden van leraren.

    Vervolgens onderscheiden we vier niveaus van monitoring, lopend van resultaten op leerlingniveau, groepsniveau, schoolniveau en tenslotte naar bestuursniveau.

    Het onderscheiden van de monitordrieslag en de niveaus van monitoring kan scholen en schoolbesturen helpen tot het leggen van eigen accenten waarop een vinger aan de pols gehouden kan/moet worden.

    We dagen scholen en schoolbesturen uit om met elkaar afspraken over de nadere invulling van onderstaande monitoringsmatrix.

    Verder uitgewerkt ziet deze monitoring er als volgt uit:

    • Niveau 1: Op dit niveau gaat het erom in hoeverre individuele trajecten van kinderen gewaarborgd zijn en in welke mate evaluerende gegevens consequenties op niveau 2 en 3 moeten krijgen.
    • Niveau 2: Op dit niveau is het van belang zicht te krijgen op de opvattingen en competenties van leraren. Leraren kunnen aan de hand van Persoonlijke Ontwikkeling Plannen (POP) uitgedaagd en ondersteund worden.
    • Niveau 3: Trendanalyses en systematische evaluaties binnen een vaste structuur van kwaliteitszorg en meerjarenaanpak.
    • Niveau 4: Bovenschoolse monitoring

    - Hoe doen de scholen het op de afzonderlijke onderdelen/speerpunten?
    - Wat kunnen scholen voor elkaar betekenen/gezamenlijk aanpakken/uitwisselen/delegeren?

    Niveaus Opbrengsten LVS Methode/ methodiek Competenties/ Opvattingen Taal- beleidplan Niveaus
    Bestuur De scholen op een rij/ Onderzoek naar schoolresultaten (link) Leraren en scholen op een rij Speerpunten op een rij 4
    School Trendanalyse Dwarsdoorsneden/ Opbrengsten in Beeld Doorgaande lijn Afstemming schoolbehoefte <-> Persoonlijke comp- ontwikkeling/scholing Rekenbeleidsplan School-POP Bouw-POP 3
    Leraar Trendanalyse Dwarsdoorsnede Groepsniveau Persoonlijk competent Persoonlijke betrokkenheid POP 2
    Leerling Feedback op Individuele ontwikkeling en zelfreflectie Rapport portfolio 1

    Het spreekt voor zich dat bovenstaande monitoring wordt “gekleurd” door de accenten die gelegd worden op visie, resultaat en afstemming van aanbod op de verschillende doelgroepen. Soms is het noodzakelijk om in uw Rekenbeleidsplan expliciet terug te komen op één of meerdere aspecten van het rekendenkkader.

    Hieronder willen een voorbeeld geven van beleidsmatige vragen die gesteld kunnen worden naar aanleiding van het onderdeel “Opbrengsten in beeld”:

    • Welke rol heeft de rekencoördinator/ intern begeleider naar de leerkrachten toe om leerling- en groepsresultaten, afgezet tegen eigen handelen en curriculumgebruik te bespreken?
    • Wie en hoe worden verschillende personen binnen de school hierbij betrokken?
    • Hoe worden groepsresultaten op schoolniveau besproken in het licht van rekenbeleid en daarbij ook de na te streven rekenresultaten, die je wilt bereiken als school?
    • Hoe worden schoolresultaten op bestuurs-/samenwerkingsniveau met elkaar besproken?
  • Visie

    Het vormgeven van rekenonderwijs op uw school wordt voor een gedeelte bepaald door de schoolpopulatie van de leerlingen, maar vooral door de leraren die op uw school werken.

    • Welke visie heeft het team op leren en ontwikkeling?
    • In welke mate zijn de termen autonomie, competentie en relatie uitgewerkt in een effectief klassenmanagement?
    • En hoe ligt de balans tussen ondersteunen en uitdagen?

    Het is van belang om rekenonderwijs te spiegelen in deze onderwijskundige “Onderlegger”.

    In dit onderdeel maakt u kennis met:

    1. De vier pijlers voor effectief Rekenonderwijs zoals deze ontwikkeld zijn door Fontys. We willen u van harte uitnodigen om conform uw onderwijsvisie deze pijlers nader uit te werken.
    2. Het afstemmen van uw visie m.b.t. rekenonderwijs op de onderwijsvisie van uw school.
  •   Vier pijlers van goed rekenonderwijs
  •   Visie op onderwijsverbetering

    Door de bank genomen zijn er scholen, die sterk programmagericht zijn en scholen die zich meer richten op de ontwikkeling. Beide benaderingen hebben hun sterke en zwakke kanten. Bovendien zien we accentverschillen voor verschillende leeftijden. Van belang is dat het rekenonderwijs kinderen activeert, prikkelt tot het op willen doen van nieuwe informatie, ruimte biedt tot het kunnen uitwisselen en aanscherpen van ervaringen en hen daadwerkelijk rekenbouwstenen meegeeft voor de toekomst.

    Voor beide concepten geldt het belang van betekenisvolle contexten met een duidelijk accent op de mate waarin ondersteuning en/of uitdaging uitgewerkt zijn. Welke onderwijsvisie past nu het beste bij de uitgangspunten van kwalitatief goed rekenonderwijs? Spiegel daarom de vier pijlers van goed rekenonderwijs eens in uw onderwijskundige schoolvisie. Stel u hierbij tevens de vraag: “Willen wij een rekenschool zijn?” of “Een school waarbinnen goed rekenonderwijs wordt vormgegeven?”

    Leiderschap binnen de school/Fullan

    In veel opzichten is de schoolleider de belangrijkste en meest invloedrijke persoon op elke school. Hij of zij is degene die verantwoordelijk is voor alle activiteiten die binnen en buiten de school plaatsvinden. Het is het leiderschap van de schoolleider dat de toon zet voor de school, het klimaat waarin wordt lesgegeven, de mate van professionaliteit en de inzet van de leraren en de mate van hun betrokkenheid bij de leerlingen en wat de toekomstverwachtingen van de leerlingen zijn. De schoolleider is de belangrijkste schakel tussen de maatschappij en de school. De houding van de schoolleider is voor een groot deel bepalend voor de houding van ouders en leerlingen ten opzichte van de school. Als de school een levendige, vernieuwende, kindvriendelijke plek is en algemeen te boek staat als goede school, is de oorzaak van dat succes vrijwel altijd te danken aan het leiderschap van de schoolleider (Wat werkt: Leiderschap op school, Marzano e.a.).

    Michael Fullans bijdrage aan de theorie van leiderschap is veelomvattend, en gericht op veranderingsprocessen en leiderschap in een verbetercultuur.
    Fullan stelt nieuwe denkwijzen voor over verandering zoals:

    • Problemen te beschouwen als kansen.
    • Te beseffen dat verandering niet verplicht gesteld kan worden.
    • Ervoor in te staan dat individualisme en collectivisme met elkaar in evenwicht zijn en.
    • Scholen in te richten als leergemeenschappen.

    Competenties leraar

    De verantwoordelijkheden van de leraar zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te onderscheiden: de interpersoonlijke rol, de pedagogische, de vakinhoudelijke & didactische en de organisatorische. Deze beroepsrollen worden vervuld in vier typen situaties die kenmerkend zijn voor het beroep van leraar: het werken met leerlingen, met collega's, met de omgeving van de school en met zichzelf. Bij dat laatste gaat het om het werken aan de eigen professionele ontwikkeling.

    Rekenbeleidsplan

    Goed rekenbeleid verbetert het rekenonderwijs en de rekenresultaten van de leerlingen. Allereerst wordt de huidige situatie van het rekenbeleid en rekenonderwijs binnen de school in kaart gebracht en geanalyseerd op sterke punten en op punten ter verbetering. Het rekenbeleidsplan wordt vormgegeven op basis van de quickscan rekenbeleid, gesprekken met leraren, rekencoördinator, intern begeleider, ondersteunende leraren en directie en op basis van observaties in de groepen. Klik hier voor de 10 tips.


  • Opbrengsten

    Vanuit de school is het belangrijk om te weten of de resultaten van de kinderen overeenstemmen met de verwachtingen. Dit geldt voor de resultaten op schoolniveau, groepsniveau en individueel niveau. Ook vanuit het toetsingskader van de inspectie wordt onderzoek gedaan naar de leerstofopbrengsten of de resultaten die behaald worden door de school. Daarnaast moeten scholen door middel van de meervoudige publieke verantwoording (MPV) het systeem van kwaliteitszorg en de resultaten daarvan breed verantwoorden aan alle belanghebbenden (ouders, bestuur en inspectie). Op landelijk niveau vindt onderzoek naar de leerstofopbrengsten plaats door het CITO, bijvoorbeeld in het kader van de Periodieke Peilingen van het Onderwijsniveau in Nederland (PPON) .

    In dit onderdeel maakt u kennis met: