Joyce Verstijnen wint prijs met afstudeerproject

Sfeerafbeelding Fontys

Joyce Verstijnen: “Wij denken vaak in twee verschillende werelden: de natuur en de stad.”

In oktober nam Joyce Verstijnen, masterstudent Architectuur van Fontys Hogeschool voor de Kunsten, trots de prijs voor beste afstudeerproject van de Blauwe Kamer bij de masteropleidingen in ontvangst. De jury roemde haar poëtische kwaliteiten en de diepgang van het achterliggende onderzoek bij haar project Ecofield. Maar hoe kwam dat project tot stand en wat drijft Joyce in de architectuur?

Met Ecofield wil Joyce de ecosystemen in een gebied van Haarlem tot aan zee versterken en verrijken. Ze ziet het gebied als één ecologische ruimte, waardoor ze de tweedeling tussen stad en land probeert te overstijgen. Daarnaast is het een wandelroute waarlangs de wandelaar op een unieke wijze de verschillende habitats leert kennen en begrijpen. “Ik ben altijd al op zoek geweest naar de relatie tussen het natuurlijke landschap en architectuur. De meeste mensen zullen bij architectuur niet automatisch denken dat het een positieve bijdrage kan leveren aan de natuur. Er is altijd de tweestrijd tussen die twee. Wij denken vaak in twee verschillende werelden: de natuur en de stad.”

Deze houding hoopt Joyce te veranderen, door met haar architectuur die link juist te leggen. In haar project Ecofield heeft zij langs de wandelroute gebouwtjes ontworpen in acht verschillende landschapstypologieën, allemaal bedoeld voor een specifieke diersoort die leeft in dat bepaalde gebied. “Dat heten sleutelsoorten, ze zijn belangrijk voor de activatie en het behoud van het ecosysteem. Ik heb voor mijn afstudeerproject veel onderzoek gedaan naar de dieren die daar leven en de ecosystemen in die verschillende gebieden. Ik wilde weten welke dieren er nodig zijn en hoe je het voor die dieren moet indelen. Het was eigenlijk een erg biologisch onderzoek.”

Joyce benadert haar project ook vanuit een filosofisch perspectief. “Om in staat te kunnen zijn om architectuur als een ecologische conditie te zien, heb ik eerst uitgebreid onderzoek gedaan naar onze conceptie van de natuur en hoe deze sinds de wetenschappelijke revolutie veranderd is.” Haar doel was een holistische structuur creëren waarin beiden onderdeel zijn van het ecosysteem.

Gevoel en intuïtie spelen een belangrijke rol in dit project, omdat de wandelaar het landschap dat hij doorkruist op een unieke wijze moet kunnen beleven. Tijdens een tocht die Joyce maakte door Scandinavië zag ze hoe de verschillende landschapssoorten in elkaar overvloeiden. Ze legde het gevoel dat deze omgeving bij haar opwekte, vast in haar schetsboek. Deze methode gebruikte ze ook bij haar project toen zij meerdere malen de route die onderwerp werd van haar project bewandelde. Op deze route, van Haarlem tot de kust, legde zij wat zij zag en voelde vast op papier. “Het klinkt een beetje zweverig, maar het was een hulpmiddel om de atmosferische kenmerken die onze zintuigen prikkelen vast te kunnen leggen. En dat zijn eigenlijk ook aspecten die je heel moeilijk kunt vastleggen met een programmatische of functionele beredenering.”

Daarom heeft Joyce enerzijds heel analytisch onderzoek gedaan, naar de biologie en ecologische systemen. En anderzijds heeft ze veel meer vanuit intuïtie geprobeerd dat landschap en het gevoel ervan vast te leggen, middels schetsen en collages. “Een dergelijke benadering, gebaseerd op de sensitieve aspecten van ruimte, is soms lastig uit te leggen omdat het moeilijk meetbaar is. Maar het is wel degelijk belangrijk. Bepaalde landschappen, steden of plekken doen simpelweg iets met mensen. Ik hoop een waardevolle plek vorm te geven door in het ontwerp op zoek te gaan naar een betekenisvolle relatie tussen mens en landschap. Dat staat wel centraal in mijn werk.”

Een duidelijke stijl en opvatting is dus te herkennen in het werk van Joyce: de samenhang tussen architectuur en natuur, oftewel; binnen en buiten. Niet gek, want ze heeft inmiddels de titels ‘Interieurarchitect’ en ‘Architect’ op haar cv staan. De link tussen deze twee disciplines is volgens haar heel belangrijk. “Er moet een overeenkomst zijn tussen de binnenkant van een gebouw en de buitenkant, deze interactie versterkt en verbindt de binnen- met de buitenruimte. Want als je je als mens door de wereld beweegt, ben je feitelijk gezien onderdeel van één ruimte, ongeacht of deze een binnen- of buitenklimaat heeft. Daarom ben ik continu op zoek naar het schakelen tussen die schaalniveaus, van interieur naar architectuur en van architectuur naar de buitenruimte. Het is een zoektocht naar een relatie met het landschap.”

Sfeerafbeelding Fontys

Auteur: Sabien Froger, student Fontys Hogeschool Journalistiek
21 december 2018