Inhoud opleiding

Inhoud

Tijdens je hbo- of wo-bacheloropleiding heb je voldoende vakkennis opgedaan om snel uit de voeten te kunnen in het onderwijs. In de opleiding leer je hoe je die vakkennis moet overbrengen (vakdidactiek) en ook hoe je moet lesgeven (algemene pedagogische en didactische vaardigheden). Tegelijkertijd werk je aan onderwerpen als leerlingenzorg, omgaan met leerlingen en verschillen tussen leerlingen. Hiervoor ben je twee dagen op het instituut. De andere dagen loop je stage, werk je aan opdrachten en aan je portfolio.

Voordelen van de kopopleiding

  1. in één jaar leraar worden;
  2. meer carrièremogelijkheden;
  3. Meer arbeidsmogelijkheden.

Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)

Je begint de kopstudie met een intake. Op basis van die intake wordt een studieovereenkomst gemaakt. Tijdens de lessen gaan we aan de slag met een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). Dit om het jaar zo efficiënt mogelijk in te richten en om zoveel mogelijk van de lessen direct in je stage toe te kunnen passen. In je POP worden de leervragen vastgelegd. In een portfolio doe je verslag van je ontwikkeling, je gemaakte keuzes, de verantwoording en je reflectie daarop. Daarnaast verzamel je bewijsstukken (zoals een lesopname) waarmee je je bekwaamheid aantoont.

Praktijk

Net als alle andere lerarenopleidingen van Fontys is de kopopleiding sterk praktijkgericht. Leren op de werkplek (stage) maakt dan ook een belangrijk deel uit van de opleiding. Je oriënteert je hierbij op de onderbouw van het havo en vwo en op het beroepsonderwijs en/of de volwasseneneducatie. Je start na een korte oriëntatie al bij aanvang van de opleiding met de hoofdfasestage op een school voor voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs. Je voert dan ondersteunende taken uit en verzorgt vaak al delen van lessen en soms zelfs hele lessen. In de tweede helft van het jaar verzorg je zelf onderwijs en ben je zelfstandig verantwoordelijk voor klassen. Je wordt zowel begeleid door de school als door de lerarenopleiding.

Intervisie en reflectie

De rode draad door de kopopleiding is een intervisie- en reflectietraject. Daarin leer je samen met je medestudenten je eigen leerproces te analyseren en slim gebruik te maken van je sterke en zwakke punten. Aan het eind van het jaar ben je in staat om zelfstandig onderwijs te verzorgen en allerlei verschillende werkvormen te hanteren.

Eindassessment

Tijdens de kopopleiding werk je continu aan je portfolio. In mei rond je het portfolio af en ga je op voor je eindassessment. Je hebt dan een gesprek met een beoordelingspanel waarin je aan moet tonen dat je alle bekwaamheden, die vastgesteld zijn voor het leraarschap, beheerst. Uiteraard word je hierin goed begeleid door je  studieloopbaanbegeleider (SLB).

Heb je het eindassessment met goed gevolg afgerond? Dan ben je geslaagd!

Docent voor een schoolbord

Studiegids

Kopopleiding 2019-2020

Download

Meer informatie en aanmelden

De kopopleiding is een intensieve voltijdstudie met diverse contactdagen, behoorlijk wat studiebelasting en praktijkstages. Dat betekent dat je naast deze opleiding geen volledige baan kunt hebben. Heb je wel een baan? Dan kun je kiezen voor een deeltijdopleiding.

  • Begeleiding en tijdsinvestering

    Het eerste jaar

    Hoeveel uren per week ben je met je studie bezig?

    • 10 uur colleges/lessen
    • 20 uur projecten/praktijk
    • 10 uur zelfstudie

    Hoe is de studie ingedeeld?

    Theorie
    25%
    Zelfstudie
    25%
    Praktijk
    50%


    Bovenstaande getallen zijn een gemiddelde. Het eerste half jaar ligt de nadruk op het verwerven van theoretische kennis. Je bent dan twee á drie dagen op het instituut. Daarnaast loop je een hoofdfasestage. Het tweede half jaar ligt de nadruk meer op de praktijk. Je loopt dan drie dagen stage en bent daarnaast bezig met het uitbreiden van je handelingsrepertoire en het verweven van nieuwe kennis en inzichten.

    Contactdagen

    Dinsdag en vrijdag zijn de instituutsdagen. Tijdens deze dagen krijg je algemeen pedagogische, didactische en vakdidactische bijeenkomsten.

    Begeleiding

    Aan het begin van iedere periode krijg je een studieloopbaanbegeleider (SLB) toegewezen. Jouw SLB staat je bij en helpt je om jouw doelstellingen te verwezenlijken. Aan de hand van jouw POP (Persoonlijk Ontwikkelingsplan) voer je regelmatig gesprekken over jouw studievoortgang en probeer je samen eventuele knelpunten op te lossen.

    Tijdens je stage word je extra intensief begeleid. Naast ondersteuning van je studieloopbaanbegeleider krijg je vanuit je opleiding een instituutsopleider. Ook word je begeleid door een of meer docenten van de school waar je stage loopt (werkplekbegeleider).

  • Hoe krijg je les?

    Je bent het eerste half jaar twee dagen per week op school, op dinsdag en vrijdag. Je krijgt dan onderwijskunde (algemene pedagogische vaardigheden, adolescentiepsychologie en klassenmanagement). Daarnaast heb je coaching- en begeleidingsgesprekken en ga je op excursies.

    Dinsdag 09.30-14.15 uur
    Vrijdag 09.30-14.15 uur

    Op een ander moment in de week, afhankelijk van het vak dat je volgt op dinsdag of vrijdagmiddag, krijg je vakdidactiek.

    De andere dagen van de week zijn bedoeld voor zelfstudie, stage en je actie-onderzoek.

    Theorie en stage

    Naast de theoretische kennis, loop je stage. In het begin van je studie ligt de nadruk op de theorie, later komt de nadruk meer op de praktijk te liggen.

    FLOT kantine
  • Afstuderen

    Tijdens de kopopleiding werk je continu aan je portfolio. In mei rond je het portfolio af en ga je op voor je eindassessment. Je hebt dan een gesprek met een beoordelingspanel waarin je aan moet tonen dat je alle bekwaamheden, die vastgesteld zijn voor het leraarschap, beheerst. Uiteraard word je hierin goed begeleid door je studieloopbaanbegeleider (SLB). 

    Heb je het eindassessment met goed gevolg afgerond? Dan ben je geslaagd!