Inhoud opleiding

De masteropleiding biedt een verdere verdieping, zowel vakinhoudelijk als vakdidactisch. De vakinhoudelijke kennis stelt je als aanstaande eerstegraads docent in staat om los van methoden te kunnen werken, leerlingen uit te dagen en hun specifieke belangstellingssferen aan te spreken. De vakdidactische kennis brengt je op een niveau, waarmee je in staat bent bij te dragen aan de visieontwikkeling op onderwijs van jouw vak op school en in regionaal en landelijk verband. Het gaat hierbij om visie op de formulering van mogelijk nieuwe kerndoelen en het meebepalen en implementeren van nieuwe eindexamenonderwerpen.

De opleiding legt accenten op vakinhoud, onderzoek en de brede rol die de eerstegraads docent heeft binnen het Voortgezet Hoger Onderwijs (VHO).

Een intensieve vakinhoudelijke en vakdidactische verdieping (60 EC’s)

De vakinhoudelijke en vakdidactische kennisontwikkeling is gericht op verdieping en verbreding in de specifieke domeinen en integratie daarvan tijdens de stage en het onderzoek. Het vakspecifieke opleidingsprogramma, dat tweederde van de totale masteropleiding omvat, levert bij uitstek een bijdrage aan de vakinhoudelijke en vakdidactische competentie.

Algemene professionele vorming (6 EC’s)

Met het onderdeel Algemene Professionele Vorming (APV) verdiep je je kennis en vaardigheden op wetenschaps-theoretisch, gedragswetenschappelijk, leerpsychologisch en schoolorganisatorisch gebied. APV is gecentreerd rond de thema’s leren en instructie, organisatie en innovatie van het onderwijs en kenmerken van de bovenbouwleerling. De cursus APV vindt plaats in het eerste jaar.

Masterstage (9 EC’s)

Tijdens de masterstage, die plaatsvindt in het derde en laatste jaar, geef en begeleid je onderwijs in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en werk je in teamverband aan onderwijsontwikkeling. Je reflecteert op het eigen didactisch handelen en verbetert dat. Aan de hand van een portfolio toon je aan dat je voldoet aan het mastercompetentieprofiel. De stageperiode bedraagt minimaal 20 lesweken, zodat een geleidelijke opbouw van leerervaringen gegarandeerd wordt. Het plannen van de stagedagen vindt altijd plaats in overleg met de stagebegeleiders.

Praktijkonderzoek (15 EC’s)

In het laatste jaar van je opleiding verricht je een praktijkonderzoek, startend bij een praktijkvraag uit de eigen les- en/of schoolpraktijk. Het onderzoek leidt tot aanbevelingen voor de praktijk, die gebaseerd zijn op een synthese tussen enerzijds een literatuurstudie en anderzijds empirische gegevens, verzameld met behulp van sociaal-wetenschappelijke onderzoeksmethoden.

Download studiegids

Geschiedenis 2019-2020

Download

Losse cursus volgen?

Wel kennis vergroten maar geen tijd voor een volledige opleiding? Volg vrijblijvend korte cursussen door middel van contractonderwijs.

Onderwijs- en examenregeling (OER)

In de OER vind je info over:

- de inhoud
- de toetsing
- de begeleiding

lees meer
  • Begeleiding en tijdsinvestering

    Je krijgt bij aanvang van de studie een studiecoach toegewezen. Hij is je eerste aanspreekpunt voor onderwerpen als studieresultaten en zaken die te maken hebben met je studievoortgang.

    Tijdsinvestering

    De masteropleiding wordt aangeboden in twee jaar en omvat 90 EC’s (European Credits).

    Tijdens de opleiding werk je aan het aantonen van eenheden van leeruitkomsten. Op het moment dat jij via de toets hebt aangetoond dat je een eenheid van leeruitkomsten beheerst, ontvang je de studiepunten (ec’s). Dit is ongeacht de hoeveelheid tijd die je eraan hebt besteed en je deelname aan het onderwijsaanbod.

    De studieduur is afhankelijk van een aantal factoren, zoals je voorkennis, ervaring, persoonlijke situatie en studietempo. Op basis hiervan stel je samen met je studiecoach een persoonlijke studieplanning op. Eventuele vrijstellingen leveren mogelijkheden op om de studielast te beperken of zelfs om je studie te versnellen. Ook relevante ervaringen en kennis, die niet meteen in een vrijstelling zijn omgezet, zorgen voor minder studielast.

    De tijdinvestering verschilt dus per student. De verwachting is wel dat de ‘gemiddelde’ student minimaal 20 uur per week aan de studie zal besteden.

  • Afstuderen
    Het laatste jaar loop je stage en voer je je afstudeeronderzoek uit. In een eindgesprek (criteriumgericht interview) en in je portfolio toon je aan dat je voldoet aan het mastercompetentieprofiel.
  • Hoe krijg je les
    Het studiejaar is verdeeld in vier blokken van tien weken. De eerste acht weken volg je hoor- en werkcolleges, workshops, practica en werkgroepen. In week negen en tien vinden de tentamens en hertentamens plaats.