Inhoud opleiding

Inhoud

Het curriculum van deze deeltijdopleiding is opgebouwd rond beroepsvaardigheden van een toetsdeskundige, zoals het begeleiden van innovaties en uitvoeren van onderzoek, en zes inhoudelijke thema’s: het toetslandschap, systematisch ontwerpen, de balans tussen leren en toetsen, technologie ondersteunend toetsen, toegepaste testtheorie en accountability. De eerste vier thema’s worden in het eerste jaar aangeboden, thema 5 en 6 in het tweede jaar. Aan de hand van beroepsproducten en een digitale kennistoets toon je je kennis- en vaardigheden. De opleiding wordt afgesloten met een masterproef.

Typerend voor deze opleiding

Het programma heeft de volgende kenmerken:

  • Er wordt gewerkt aan beroepsproducten, die zoveel mogelijk passen bij de context waarin je werkzaam bent.
  • Binnen alle thema’s wordt nadrukkelijk verbinding gelegd met jouw beroepspraktijk.
  • Er worden professionele leergemeenschappen gevormd, waarin samenwerking dient als ondersteuning voor de ontwikkeling van de beroepsproducten.
  • Tijdens het werk en de studie krijg je regelmatig feedup, feedback en feedforward van docenten.
  • Binnen de master kun je je persoonlijke leerroute bepalen door een eigen combinatie te maken van beroepsproducten en inhoudelijke thema’s. Onderbouw met objectieve feiten en argumenten.
  • De opleiding is opgebouwd uit face-to-face bijeenkomsten en digitale studietaken.

De opleiding wordt ontwikkeld en uitgevoerd door Fontys Lerarenopleiding Tilburg, in samenwerking met het Research Centrum voor Examinering en Certificering (RCEC | www.rcec.nl).

Sfeerafbeelding Fontys
  • Begeleiding en tijdsinvestering

    De deeltijdopleiding beslaat in totaal 60 EC’s (1680 uur) en is verdeeld over 2 jaar. De verhouding tussen contacttijd en zelfstudietijd is 20:80.

    Het studiejaar bestaat uit vier onderwijsperioden. In elke periode ga je vier keer voor een lesdag naar de opleiding toe. Een lesdag start om 12:00 uur en duurt tot 20:00 uur.

    In de zelfstudietijd voer je verschillende studietaken uit, zoals literatuuronderzoek, gesprekken in de eigen organisatie, schrijven van beroepsproducten, ontwikkelen van toetsproducten, etc.  

  • Afstuderen
    Om af te studeren heb je aangetoond dat je voldoet aan de eindkwalificaties van de opleiding. Je toont dit aan door de beroepsproducten, de kennistoets, deelname aan de Professionele Leergemeenschap (PLG) en de masterproef.
  • In gesprek over de nieuwe masteropleiding Toetsdeskudige

    Welk gedachtegoed gaat er achter deze opleiding schuil?

    Voor de nieuwsbrief van tijdschrift Examens heeft Alex van de Kerkhof, redactielid van EXAMENS, zich bij laten praten over de voor Nederland unieke masteropleiding Toetsdeskundige bij hogeschool Fontys in Tilburg. Hij liet zich informeren door een drietal betrokkenen: door Desirée Joosten-ten Brinke, de Academic Director en daarnaast bij Fontys lector Kwaliteit van toetsen en beoordelen, door Theo Eggen, werkzaam bij Cito en het RCEC, hoogleraar in Twente en nu als docent in de toegepaste testtheorie aan de nieuwe opleiding verbonden, en door Cor Sluijter, oud-voorzitter van de NVE, bij Cito jarenlang verantwoordelijk voor het mbo en hbo, momenteel hoofd van de psychometrische afdeling van Cito en als werkveldvertegenwoordiger nauw betrokken bij de accreditatie van deze nieuwe opleiding. 

    Desirée Joosten-ten Brinke vertelt dat er nog geen landelijke opleiding Toetsdeskundige op masterniveau was die het hele gebied van primair onderwijs tot en met universiteit, van zowel publiek en privaat onderwijs bestrijkt. Deze nieuwe opleiding richt zich niet alleen op de inhoud van toetsen, maar focust ook op advisering, onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Aan de universiteit van Twente heeft men iets vergelijkbaars geprobeerd, maar daar - het zou aan de locatie kunnen liggen -  is het ondanks de degelijkheid van de opleiding en de goede resultaten uiteindelijk helaas stuk gelopen op een gebrek aan belangstellende studenten. Maar de tijdsgeest is veranderd. Juist nu was de tijd rijp voor een nieuw initiatief. Theo Eggen vult aan dat op tal van terreinen het kwaliteitsbewustzijn en de behoefte aan kwaliteitsborging is toegenomen. Deze nieuwe opleiding biedt docenten en beleidsmedewerkers met belangstelling voor toetsen en kwaliteitszorg een mooie gelegenheid zich verder te specialiseren en te professionaliseren. Voor Cor Sluijter is het een simpele waarheid: in Nederland is een steeds verder toenemende behoefte aan mensen met verstand van toetsing. Het mooist zou zijn als er bij elke onderwijsorganisatie ten minste twee gediplomeerde toetsdeskundigen werkzaam zijn, die de collega-docenten kunnen ondersteunen en verder kunnen helpen. Kwaliteitsborging van examens behoeft volgens hem alle aandacht. En vergeet ook niet dat veel nieuwe zelfstandigen straks profijt kunnen hebben van een behaald diploma toetsdeskundigheid. 

    Studenten die zich willen inschrijven voor deze master dienen liefst te beschikken over een werkveld waarin ze het geleerde direct kunnen toepassen. De masterstudenten die inmiddels aan deze studie begonnen zijn, zijn veelal al werkzaam als docent, examenbureaumedewerker, beleidsmedewerker of medewerker kwaliteitszorg. Hun gemiddelde leeftijd ligt dan ook hoger dan bij de doorsnee academische opleiding. Jongere, belangstellende studenten die bijvoorbeeld nog maar net een tweedegraads lesbevoegdheid hebben, wordt geadviseerd om eerst de eerstegraads lesbevoegdheid te behalen alvorens zich verder op toetsvlak te bekwamen. 

    Theo Eggen vermeldt nog een paar andere toelatingscriteria die aan bod komen in een intakeprocedure, die volgens hem voldoende geobjectiveerd is. Aankomende studenten dienen niet terug te schrikken voor wiskundige benaderingen en moeten het havoniveau wiskunde  beheersen. Daarnaast moeten ze het Engels goed beheersen in verband met de uitgebreide vakliteratuur in die taal. Dat er voldoende motivatie moet zijn, spreekt voor zich, maar daarnaast moet ook de beschikbaarheid in tijd en de bijbehorende werklust goed zijn (de niet-geringe studielast wordt geschat op 20 uur in de week). Desirée Joosten-ten Brinke benadrukt verder dat ook toetsvisie en ervaring met toetsbeleid elementen zijn die bij de intake beslissend kunnen zijn. 

    Duidelijk wordt dat deze masterstudie niet alleen met kennisverbreding en training in onderzoek, toetsbeleid en innovatie de volle breedte zoekt, maar ook de diepte, met praktijkgerichte (onderzoeks)opdrachten. Die worden intensief en kritisch doorgesproken tijdens flinke sessies die om de drie weken plaatsvinden. Men reist er uit alle delen van het land voor naar Tilburg. Deze geïntegreerde aanpak is niet te vergelijken met de losse modules die elders in het land worden aangeboden om de kundigheid van medewerkers te vergroten. Deze nieuwe opleiding zou zelfs heel goed ondersteunend kunnen werken bij de verdere professionalisering van de medewerkers van landelijke onderwijsorganisaties, en van de grotere en kleinere toetsinstellingen waarvan we er veel hebben in Nederland. 

    Het enthousiasme onder de eerste lichting van ongeveer 25 deelnemers, die nu in het tweede studiejaar zitten, is groot. Al werd er bij een onlangs gehouden evaluatie ook flink gezucht over de studielast. De studenten zijn tevreden over de docenten die veelal hun ervaring opdeden bij Cito, of die aan gedegen kennisuitwisseling doen met dit Arnhemse instituut. 

    Het zou mooi zijn, sluit Theo Eggen af, als op het congres van de Association for Educational Assessment Europe, dat in 2018 in Arnhem plaatsvindt, wat deelnemers van deze masteropleiding een presentatie geven. Iedereen kan dan zien dat het bereikte niveau bepaald niet gering is.

    Bronvermelding: nieuwsbrief tijdschrift Examens
    www.e-xamens.nl