Yvonne Sanders: ‘Buiten eigen kaders kunnen en willen denken’

Fontys Online, vrijdag 28 november 2014, door Jessy Kouwenberg, dienst Marketing en Communicatie

Sfeerafbeelding Fontys

Op 1 september jl. werd zij de winnaar van de Denk Groter Prijs, categorie medewerkers, met het project Brabantse Basisscholen in Beweging.

Yvonne vertelt over haar drijfveren en natuurlijk over het project. Benieuwd hoe het bijna drie maanden later met de winnaar is?

Stel jezelf eens voor?

'Ik ben Yvonne Sanders. Ik golf, ben graag bezig met bloemschikken, ga in de winter naar de sneeuw en in de zomer vind ik het heerlijk om uit te waaien aan de zee. Samen met mijn man heb ik mijn handen vol aan drie opgroeiende jongens en een levenslustige hond. Ik ben ambitieus en doelgericht in mijn werk.'

Waar werk je en hoe is je Fontyscarrière tot heden verlopen?

'Sinds 2004 werk ik op Fontys Sporthogeschool. Van docent, naar coördinator, naar teamleider van de bachelor LO en later de bachelor Sport en Bewegingseducatie en projectleider. De laatste anderhalf jaar combineer ik mijn masterstudie, master of management of Education bij TIAS, met het projectleiderschap.'

Wat heeft het winnen van de Denk Groter Prijs je gebracht?

'Het winnen van de Denk Groter Prijs zorgt natuurlijk voor trots maar vooral ook voor verbondenheid. De waardering die Fontys uitspreekt voor dit project heeft er voor gezorgd dat de deelnemende gemeenten en scholen maar ook alle betrokken collega’s van Fontys Sporthogeschool zich gesteund voelen voor hun inzet voor het project Brabantse Basisscholen in Beweging (BBiB). Het winnen van de Denk Groter Prijs bevestigt dat wij iets heel moois in handen hebben. Het project sluit erg goed aan bij de huidige maatschappelijke discussie over de kwaliteit en kwantiteit van bewegingsonderwijs op de basisscholen en verdient voortzetting en inzet van alle betrokken partijen.'

Vertel eens wat meer over het BBiB project?

'Het project BBiB wordt uitgevoerd in de gemeenten Eindhoven, Tilburg, Breda, Den Bosch en Helmond en ondersteund door de provincie Noord-Brabant. Binnen het project wordt gewerkt met beweegteams die in de wijk of in de school werken aan de thema’s schoolbeleid, ouderbetrokkenheid, schoolplein, actief en veilig transport, buitenschools beweegaanbod en bewegingsonderwijs. Door intensieve samenwerking tussen combinatiefunctionarissen, buurt(sport) coaches, studenten FSH en vakleerkrachten bewegingsonderwijs wordt een ‘op maat’ aanpak ingezet met als doel het vergroten van de beweegkansen voor leerlingen tussen 4-12 jaar in en rondom de school. De school/wijk bepaalt aan welke thema’s gewerkt wordt gedurende een studiejaar. Het lectoraat van FSH zet studenten in voor het onderzoek binnen de verschillende thema’s en monitort de resultaten. Wat ik zelf aantrekkelijk vind in dit project is de kennisuitwisseling die zorgt voor een goede afstemming tussen onderwijs en werkveld.'

Wat betekent 'Denk Groter' voor jou persoonlijk? Wat is je volgende uitdaging?

‘Denk Groter’ betekent voor mij vooral buiten de eigen kaders kunnen en willen denken. Hogescholen zijn redelijke autonome maatschappelijke ondernemingen geworden. Deze autonomie geeft de ruimte om eigen keuzes te maken als het gaat om het realiseren van producten, diensten, samenwerking etc. Belangrijk is dat de partijen waarmee we samenwerken het vertrouwen hebben dat wij als hogeschool de juiste maatschappelijke waarde leveren en dat we samen kunnen komen tot nieuwe innovaties voor het werkveld sport en bewegen.

Het krijgen van de Denk Groter Prijs heeft mij wel bevestigd dat ik in staat ben partijen bij elkaar te brengen maar ook langdurig met elkaar te verbinden waarbij ik de belangen van alle partijen goed afweeg om te komen tot passende resultaten. Mijn uitdaging nu is het huidige project goed af ronden en werken aan een doorstart van Brabantse Basisscholen in Beweging na 2016. De wens is om buiten de provinciegrenzen te treden en kijken of we in samenwerking met de vijf andere sporthogescholen er een landelijk project van kunnen maken. Het ultieme doel is dat er geen sprake meer is van een project maar dat de werkwijze is ingebed in beleid van scholen en gemeenten.'