Opbouw

Hoe ziet de opleiding eruit

De opleiding bestaat uit drie delen: de propedeuse (1 jaar), hoofdfase (2 jaar) en de afstudeerfase (1 jaar). In deze fases wordt jouw kennis en artisticiteit opgebouwd en ontwikkeld, waarbij je door ervarend leren een proces doorloopt van gestuurd worden door de opleiding naar steeds meer zelfsturing.

Tijdens de opleiding  werk je ook regelmatig samen met medestudenten en met studenten van de andere docentenopleidingen van Fontys Hogeschool voor de Kunsten.


Propedeuse: oriëntatie werkveld en docentschap

Wij vinden het van groot belang dat je al in een vroeg stadium in de opleiding in aanraking komt met het werkveld en het docentschap waarvoor je wordt opgeleid. In de invulling van het propedeuseprogramma ligt vooral een groot accent op het fysieke ontwikkeling van de dansstijlen, waarbij jouw persoonlijke ontwikkeling voorop staat.  De didactische opbouw van het programma bestaat uit vakoverstijgende projecten en doorlopende leerlijnen waarbij je onder andere kennismaakt met het lesgeven in het primair onderwijs middels het project ‘Dans in de school’. De diverse praktische en theoretische vakken en activiteiten dienen als onderbouwing van bovenstaand programma. Op het gebied van kunst- en cultuureducatie creëer je onder leiding van een coach/choreograaf met medestudenten een educatieve productie. Doel van deze productie is jouw ontwikkeling als performer, dansmaker en ontwerper. De educatieve productie gaat op tournee langs basisscholen waar je voorstellingen en workshops geeft. 


Hoofdfase (2de en 3de jaar): ervarend leren, artistieke ontwikkeling, verdieping en signatuur

Het tweede en derde jaar wordt gekenmerkt door een groeiende autonomie van jou als dansmaker en performer wat onder andere zichtbaar wordt in het eigen werk in de vorm van solo’s, duetten en groepswerk. Je ontplooit hierin eigen initiatieven en onderzoekt je eigen choreografische talent. 

Gekoppeld aan het ervarend leren staat in de hoofdfase jouw verdere artistieke ontwikkeling centraal. Je krijgt les in verschillende danstechnieken en -stijlen, didactische vaardigheden, kunst- en dansgeschiedenis, psychologie, anatomie en motorisch leren.  De  dansante en danstechnische ontwikkeling krijgt vorm in de lessen klassiek, modern, jazz, urban en danslab.

Het docentschap is geïntegreerd in de danspraktijk en vindt plaats in de vorm van een stapsgewijze opbouw in de stages.

2de jaar:

Vanaf het tweede jaar loop je stage in het primair onderwijs met leerlingen van 4 tot 12 jaar. Je wordt daarbij gecoacht door stagebegeleiders. 

In het kader van dansmakerschap maak je een solo voor jezelf, en daarna ontwikkel je die solo verder voor een van je medestudenten. Hierbij gaat het natuurlijk om de dans, maar er wordt ook van jou gevraagd om te denken aan muziek, kostuums, grime en attributen. Zo ontwikkel je zowel je dansmakerschap als je performerschap.

In het kader van het ondernemerschap stel je in het tweede jaar, op basis van onderzoek, zelfstandig een projectplan op voor een project dat in het derde studiejaar wordt uitgevoerd bij een educatieve of culturele instelling. Een andere mogelijkheid is om je projectplan te richten op een internationale en/of maatschappelijke uitwisseling.

In het begin van het tweede studiejaar neem je deel aan een werkweek. Deze wordt georganiseerd door vierdejaarsstudenten van de opleiding. Door het uitwisselen en delen van hun ervaringen krijg je zicht op het verloop van de opleiding. Leren met en van elkaar is een essentieel onderdeel in onze opleiding.

3de jaar:

In de derde jaar loop je stage en doet verdere praktijkervaring op binnen de amateurkunsten met diverse doelgroepen en bij diverse instellingen. Vanuit het ondernemerschap ga je jouw projectplan, dat je in het tweede jaar hebt geschreven, uitvoeren bij een zelfgekozen educatieve, maatschappelijke of culturele instelling of tijdens een internationale maatschappelijke uitwisseling.

In het derde jaar volg je ook een van de FHK minoren. Je kunt kiezen uit vier verschillende minoren:

1.Media in performance: je leert dan jezelf op de digitale markt te zetten, door het maken van een eigen website, logo en foto's

2.Interdisciplinaire Projecten: je leert om een interdisciplinaire productie te maken bijvoorbeeld voor een festival.

3.Kunst en Context : dat is een meer theoretische minor.

4.Cultureel Ondernemerschap: je leert de beginselen van ondernemen.


Afstudeerfase: veelzijdigheid, profilering, autonomie, ondernemerschap

In het vierde en laatste jaar van de opleiding komt wat je geleerd hebt over het docent, ontwikkelaar, dansmaker en ondernemer zijn samen. De weg die je in voorgaande jaren hebt ingezet met 'gestuurd worden', mondt nu uit in bijna volledige zelfsturing. Hierin is ruimte voor het verwerven van een eigen signatuur door middel van verdieping en onderzoek.

Omdat de (talent-)ontwikkeling van de student onlosmakelijk is verbonden met vernieuwing en innovaties in het werkveld speelt de relatie met de beroepspraktijk een belangrijke rol tijdens jouw studie.

In de propedeuse en hoofdfase van de opleiding heb je al kennisgemaakt met en vaardigheden opgedaan in diverse beroepskenmerkende situaties. In het 4e  studiejaar, de afstudeerfase, wordt dit voortgezet, deels als verplichte onderdeel en deels door jou zelf in te vullen.

De afstudeerfase bestaat uit 3 arrangementen, namelijk:

    1. Docentschap Voortgezet Onderwijs (VO)

    Dit arrangement is een verplicht onderdeel voor iedere student. Naast de lessen Docentschap VO geef je stagelessen in de onderbouw en bovenbouw van het VO (theorielessen en danslessen).

    2. Persoonlijke Profilering en Training/Hedendaagse Dansvormen

    In het 4e studiejaar maak je een keuze uit één van de onderstaande profielen

    DANSMAKER  PERFORMER  DOCENT

    De profilering staat in het teken van jouw persoonlijke talentontwikkeling en verdieping  binnen het arrangement. Het is een door de student zelfstandig in te vullen leerarrangement  waarin jij jouw eigen leerwens(en) formuleert en daar een leerroute voor ontwerpt.

    Deze leerwens(en) en leerroutes ga je in samenwerking met het werkveld uitvoeren, in de vorm van een ervaringswerkplek.

    Het gehele proces wordt begeleid door zowel docenten van de Academie voor Danseducatie als door experts in het werkveld. Een deel van de studietijd in het vierde jaar gebruik je voor het ontwerpen en uitvoeren van een afstudeeronderzoek. Het onderzoek is gerelateerd aan jouw profilering en heeft een relatie met de ontwikkeling van het docentschap.

    3. Training/Hedendaagse dansvormen

    Natuurlijk moet je danstechnische niveau ook op peil blijven in het laatste studiejaar. Daarvoor biedt de academie diverse trainingslessen en lessen Hedendaagse dansvormen aan.

    Tenslotte is er in het laatste jaar de mogelijkheid om een excursie naar het buitenland te maken waarin verdieping van de gekozen didactiek en van het kunstvakdocentschap centraal staat.