Leerdoelen Pre-assessment versnelde bachelor VWO'ers

Oriƫntatie op de ICT-context

De student kan uitleggen wat voor soort werkzaamheden een HBO-ICT bachelor, afhankelijk van de gekozen afstudeerrichting, uitvoert.
De student kan motiveren waarom de afstudeerrichting ICT & Software Engineering de voorkeur heeft.

Ontwikkelproces

De student kan uitleggen wat voor soort werkzaamheden de software engineer uitvoert tijdens analyse, ontwerp, realisatie, testen en beheer.

Sfeerafbeelding Fontys

Programmeren

De student kan progammacode schrijven, waarbij er aandacht is voor een zekere mate van onderhoudbaarheid: documentatie van programmeercode, het kiezen van betekenisvolle namen van variabelen/methoden en het voldoen aan afgesproken naamsconventies.
De student kan keuzestructuren (if), herhaalstructuren (for, while) en methoden programmeren.
De student kan gebruikmaken van een debugger met breakpoints, inspectievensters, 'step into' en 'step over'.
De student kan de waarde van properties van GUI-objecten aanpassen zowel visueel als in programmacode.
De student kan zelfstandig zoeken naar nuttige eigenschappen/events van GUI-objecten.
De student weet wat de scope van een variabele is.
De student kan gebruikmaken van bestaande methoden, die static zijn en kan uitleggen wat het static keyword betekent.
De student kan collecties en in het bijzonder arrays en lijsten toepassen.
De student kan een foreach-herhaalstructuur (C#) voor een collectie programmeren.
De student kan gegevens naar een tekstbestand schrijven en gegevens vanuit een tekstbestand inlezen.
De student kan excepties in programmacode afhandelen.

Ontwerp van klassen

De student kan uitleggen wat klassen zijn en kan een zelf gedefinieerde klasse met constructor(en), eigenschappen (C#) en methoden programmeren.
De student kan associaties (met multipliciteit) tussen klassen ontwerpen, in de vorm van een UML-klassendiagram.
De student weet wanneer private of public keywords moeten worden gebruikt.
De student kan kleine applicaties programmeren, waarbij er een goede scheiding is tussen programmacode in zelf gedefinieerde klassen en programmacode ten behoeve van de GUI.

Databases

De student kan een Entity Relationship Diagram (ERD) ontwerpen met tenminste drie gerelateerde entiteiten.
De student kan vanuit een gegeven ERD, inclusief een veel-op-veel relatie, een relationele database met primary en foreign keys definiƫren.
De student kan voor een relationele database informatie opvragen, toevoegen en verwijderen. De student kan hierbij de volgende SQL-concepten toepassen: (sub)query, select, insert, delete, inner join, group by en standaardfuncties.
De student kan een relationele database integreren binnen een applicatie.