Inhoud opleiding

Inhoud

Tijdens de lerarenopleiding leer je algemene pedagogische en didactische vaardigheden. Hierbij kun je denken aan communicatieve vaardigheden, methodes om kennis over te dragen en het omgaan met verschillende leerlingen. Maar je leert ook vormen van samenwerking en het functioneren binnen een schoolorganisatie. De kennis, die je tijdens de lessen opdoet, breng je vervolgens in de praktijk tijdens je stages. De lesstof is gedeeltelijk in het Engels en gedeeltelijk in het Nederlands. Ben jij goed in Engels en lijkt het je leuk om tweetalig onderwijs te geven? Dan kun je naast je lerarenopleiding, het driejarige traject BEES (Bilingual Education/English Stream) volgen.

Stage

Al snel ga je op oriënterende stage op een school voor voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs (MBO). Dat doe je samen met een ‘buddy’, een medestudent. Je hebt steun aan elkaar en kunt van elkaar leren. Hoe verder je in de opleiding komt, hoe meer stage je loopt. En dat is fijn, want dan kun je de theorie meteen in de praktijk brengen!

Onderzoek

Het uitvoeren van praktijkonderzoek is een belangrijke vaardigheid die je als leraar onder de knie moet hebben. Hiermee kun je bijvoorbeeld je lessen verbeteren, meer te weten komen over je vakgebied, iets leren over de verschillen tussen leerlingen of bijdragen aan grotere vraagstukken binnen de school. Als leraar blijf je constant kritisch naar jezelf en zoek je naar mogelijkheden om te verbeteren.

Vak en vakdidactiek

Om specialist te worden op jouw vakgebied, krijg je vakinhoudelijke vakken. Daarnaast leer je bij vakdidactiek hoe je de leerstof van jouw vak op een goede manier kunt overbrengen.

Zie ook de Studiegids en Onderwijs- en examenregeling

  • Opbouw

    Het eerste jaar

    In de propedeutische fase krijg je de basiskennis die je nodig hebt voor je verdere studie. Je leert op een geografische manier te denken en werken. Ook verdiept je je in de centrale begrippen en theorieën. Daarnaast word je voorbereid op het lesgeven in het voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

    Hoeveel uren ben ik in het eerste jaar met mijn studie bezig?

    • 804 uur Zelfstudie
    • 700 uur Theorie
    • 176 uur Praktijk

    Hoe is de verdeling theorie, praktijk en zelfstudie?

    Theorie
    40%
    Zelfstudie
    50%
    Praktijk
    10%


    Een studiejaar bestaat uit 4 periodes van 10 weken.

    Opmerkingen:

    • Theorie bestaat uit het verwerven van vak- en beroepskennis, vaardigheden en algemeen inzicht;
    • Praktijk kan bestaan uit projecten, stage, trainingen, groepswerk met andere studenten, studiereizen e.d.;
    • Zelfstudie is zelfstandig studeren.

    Het tweede en derde jaar (hoofdfase)

    Voor het verdiepen van je geografische kennis focus je je in de hoofdfase op thema’s als de werking en samenhang van de verschillende systemen op Aarde, duurzaamheid en klimaatverandering. Deze onderwerpen pas je toe op verschillende landen en regio’s zoals Brazilië, Nigeria, Rusland en het Midden-Oosten. Binnen de hoofdfase richt je je ook op andere vakken binnen het leergebied Mens en Maatschappij.

    Het vierde jaar (afstudeerfase)

    In de afstudeerfase kies je voor een afstudeerrichting, waarmee je jezelf specialiseert voor het algemeen vormend onderwijs (onderbouw havo/vwo) dan wel het beroepsonderwijs (vmbo/mbo). Je krijgt specifieke vakonderdelen, werkt aan je afstudeeronderzoek en loopt de afrondende stage. Dit gehele jaar staat in het teken van het werkveld waarin je aan de slag wilt.

    De studie duurt 4 jaar, verdeeld over een propedeutische fase, hoofdfase en afstudeerfase. Een studiejaar bij de lerarenopleiding bestaat uit 4 periodes van 10 weken. Aan het einde van iedere periode doe je tentamen.

  • Stage en afstuderen

    Stage

    De praktijk van het leraarschap leer je op school. Stages vormen daarom een belangrijk onderdeel van de opleiding. We noemen dat Professioneel Handelen. Het voordeel is dat je de theorie die je op school leert, meteen in de praktijk kunt brengen. En dat werkt motiverend.

    Wanneer ga je op stage?
    Al vanaf het eerste jaar loop je stage. Hoe verder je komt in de opleiding, hoe meer uren stage je loopt.

    Eerste jaar (propedeuse)
    In het eerste jaar ga je in september al een week, in een groep, naar een school voor voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs. Daarna voer je (in duo’s) ongeveer twintig weken lang één dag in de week taken uit binnen een school, op basis van de (leer)doelen die je wilt bereiken.

    Tweede jaar (hoofdfase)
    In het tweede jaar loop je een periode van ca. vier maanden twee dagen in de week stage. Je leert de basisvaardigheden van het lesgeven, de basisvorming en om te gaan met (de verschillen tussen) leerlingen. Wat je precies wilt leren, bepaal je samen met je opleidingsteam (instituutsopleider, schoolopleider en werkplekbegeleider).

    Derde jaar (hoofdfase)
    In het derde jaar ga je twintig weken lang twee dagen in de week stage lopen. Het begeleiden van leerprocessen van leerlingen krijgt meer nadruk. Je geeft niet alleen les, maar je begeleidt ook leerlingen en je werkt meer binnen de vaksectie.

    Laatste jaar (afstudeerfase)
    In het laatste jaar, de afstudeerfase, doe je de afrondende stage. Dit is het sluitstuk van de opleiding, de kroon op je werk. Je voert zoveel mogelijk zelfstandig de verschillende leraarstaken uit. Tijdens deze stage ontwikkel je ook de beroepsproducten voor het afstuderen (Onderwijs Pedagogisch Handelen en Vakdidactisch Ontwerpen).

    Waar loop je stage?

    Je loopt stage op zowel (v)mbo-scholen als scholen voor havo en vwo.

  • Afstudeerrichtingen

    In het vierde jaar kies je voor een van de twee afstudeerrichtingen: beroepsonderwijs of algemeen vormend onderwijs.

    Kies je voor algemeen vormend onderwijs, dan specialiseer je jezelf in het lesgeven in de onderbouw van het havo en vwo. Kies je voor beroepsonderwijs, dan ontwikkel je jezelf tot startbekwame leraar voor het vmbo en mbo. Ondanks dat je kiest voor één afstudeerrichting, ben je na je afstuderen voor beide werkvelden bevoegd.
    De afstudeerrichting omvat 60 EC’s (1 European Credit staat voor 28 studiebelastingsuren) en houdt in dat de afrondende stage én de twee afstudeermodules in het teken staan van de schoolsoort die je hebt gekozen.

  • Hoe krijg je les?

    Een studiejaar bij de opleiding Leraar Aardrijkskunde bestaat uit 4 periodes van 10 weken. In zo’n periode volg je hoor- en werkcolleges. Aan het einde van iedere periode zijn er tentamens. De colleges volg je in groepen van zo’n 25-30 personen in het eerste jaar. Tijdens de colleges werk je soms aan opdrachten en kun je direct vragen stellen aan de docent. Er vindt veel interactie plaats tijdens de colleges.

  • Tweetalig onderwijs

    Ben jij goed in Engels en lijkt het je leuk om tweetalig onderwijs (tto) te geven? Dan kun je in Tilburg naast je lerarenopleiding, het driejarige traject BEES (Bilingual Education/English Stream) volgen. Je krijgt een extra programma-aanbod, gericht op taalvaardigheid Engels en Europese & internationale oriëntatie en CLIL, de didactiek van het tweetalig onderwijs. Het voordeel van de opleiding is dat je je Engelse taalvaardigheid gedurende je studie langzaam opbouwt. Hierdoor ontwikkel je een gedegen kennis van de Engelse taal. Je neemt tijdens dit traject deel aan 2 externe examens (CAE en CPE). Daarnaast verdiep je je in Europese en internationale samenwerking op scholen zodat je voorbereid bent op het werken op een tto én/of ELOS-school. In je vierde jaar is het mogelijk om tijdens je afrondende stage te werken aan het Cambridge Certificate in Teaching Bilingual Learners. Dit programma van 30 credits komt bovenop je reguliere bachelor-studie, dus kandidaten worden geselecteerd op voorkennis van het Engels, motivatie en inzet.

    Stage

    Een deel van de stages vindt plaats op tto afdelingen van de samenwerkende opleidingsscholen.

    Werkgelegenheid

    Op dit moment zijn er 130 tweetalige scholen in Nederland. Het grootste deel daarvan biedt het onderwijs aan op havo en/of vwo. Het aantal scholen dat tweetalig onderwijs (ook) aanbiedt op vmbo-niveau groeit gestaag. De werkgelegenheid voor docenten tweetalig onderwijs is dan ook gunstig. Zie voor méér informatie www.nuffic.nl.

    Coördinator

    Brenda de Vries

    Sfeerafbeelding Fontys

  • Studie in cijfers
    Een studie kiezen die echt bij jou past kan lastig zijn. Het is dan ook goed om te weten hoe studenten hun opleiding beoordelen en hoe er landelijk over gedacht wordt.

    Bij Fontys vinden we eerlijke voorlichting heel belangrijk, want we zien graag dat je op de juiste plek terechtkomt. Daarom vind je hieronder een handig overzicht, waarin je snel ziet hoe de opleiding scoort ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Zie de toelichting voor meer informatie.
    Sfeerafbeelding Fontys

  • Studiebegeleiding

    Aan het begin van elk studiejaar krijg je een studieloopbaanbegeleider toegewezen. Dit is je eerste aanspreekpunt en jouw persoonlijke begeleider gedurende je hele studie. Samen stellen jullie een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) op, waarmee je tijdens je studie aan de slag gaat. Met je studieloopbaanbegeleider bespreek je je studieresultaten en bij hem of haar kun je ook terecht met eventuele vragen of problemen.

    Begeleiding tijdens je stage

    Tijdens je stage word je extra intensief begeleid. Naast ondersteuning van je instituutsopleider krijg je vanuit je opleiding een werkplekbegeleider. Ook word je begeleid door een of meer docenten van de school waar je stage loopt.

  • Typerend voor deze opleiding

    Typerend voor de Lerarenopleiding Aardrijkskunde is dat deze opleiding erg breed is. De grote vraag bij de opleiding is: ‘Wat is waar gelokaliseerd en waarom juist daar?’. Om een antwoord op deze vraag te krijgen ben je afhankelijk van vele factoren, zoals: cultuur, sociologie, economie, politiek etc. Uiteindelijk heb je dus met al deze vakgebieden te maken. Daarnaast is de persoonlijke benadering van de docenten en laagdrempeligheid zeer typerend voor deze opleiding.

    Didactisch concept

    Fontys Lerarenopleiding Tilburg wil de best mogelijke leraren opleiden. Maar wat maakt een leraar tot een goede leraar? Het antwoord op deze vraag is niet objectief vast te stellen, maar wordt sterk bepaald door de perceptie van degene die het antwoord geeft. We kunnen het woord “goed” dus niet gebruiken zonder het betekenis te geven. Bij Fontys Lerarenopleiding Tilburg beschouwen we vijf pijlers als cruciale factoren voor goed leraarschap. Meer informatie over de vijf pijlers, klik hier.