Dat de school relatief klein is en de docenten je niet als een nummertje zien, spreekt me nog altijd erg aan."

Lotte Peltzer, student

 

Opbouw

In het eerste jaar werk je aan de basis. Je leert verhalen analyseren, brengt je spelling op peil en maakt kennis met taalkunde. Bij vakdidactiek leer je hoe je een les Nederlands opbouwt en bij onderwijskunde leer je een klas aansturen. Vanaf oktober ga je bij groep 8 oefenen met lesgeven en na de kersvakantie ga je stagelopen in het voortgezet onderwijs. 

In het tweede jaar verdiep je je in de vakinhoud, vakdidactiek en onderwijskunde en loop je stage. Vanaf eind november mag je tien weken lang, drie dagen per week op een stageschool aan de slag. De overige dagen volg je ondersteunende vakken.

Buiten de stageweken werk je op de opleiding onder andere aan je eigen spreek-, luister- en leesvaardigheden. Je leert over taalkundige onderdelen als fonetiek en semantiek. Op het gebied van letterkunde krijg je de vakken moderne en historische letterkunde. Je leert deze onderwerpen ook over te brengen op leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het mbo.

In het derde jaar heb je weer drie periodes les en loop je ook een periode stage in het voortgezet onderwijs of mbo. Je kunt steeds meer een stukje zelfstandig lesgeven. Natuurlijk verbreed en verdiep je ook je kennis op het gebied van vakinhoud, vakdidactiek en onderwijskunde. Samen met een andere studenten werk je aan een onderzoek over een vakdidactisch onderwerp.

Ook krijg je het vak NT2, waarbij je leert lesgeven aan anderstaligen. Je gaat met de hele klas een week lang op NT2-snuffelstage in Rotterdam.

In het vierde jaar kies je een afstudeerrichting. Je kunt je specialiseren in het beroepsonderwijs (vmbo/mbo) of in het algemeen vormend onderwijs (onderbouw havo/vwo). Je loopt het hele jaar stage in het type onderwijs waar je voor gekozen hebt. Gedurende die stage ontwikkel je je tot een leraar die zelfstandig les kan geven en klaar is voor z’n eerste baan. Daarnaast kies je een keuzeprofiel, bijvoorbeeld Educational Needs, Vakverbreding (je volgt dan vakken bij een lerarenopleiding van een ander vak) of Ontwerpen van onderwijs. Ook werk je aan je een afstudeeronderzoek, waarbij je begeleid wordt door een docent die veel verstand heeft van het onderwerp dat je gekozen hebt