Inhoud opleiding

Sfeerafbeelding Fontys

Inhoud

Je start in een groep met 12 tot 14 studenten. Het 1ste jaar is verdeeld in vier blokken van tien weken. Aan het einde van een blok zijn er toetsen waarvoor extra studietijd is ingeroosterd. De lessen bestaan uit een mix van theorie en praktijk. Je bestudeert hoe een lichaam in elkaar zit, hoe het werkt en welke ziektes er zijn, maar je bent ook praktisch bezig met het oefenen van verpleegkundige- en communicatieve vaardigheden. Stage speelt een grote rol en al in het 1ste jaar ga je acht weken op stage. In het tweede en derde jaar duurt de stage steeds 18 weken. In het laatste jaar combineer je stage met een afstudeerproject in de praktijk. De lessen zijn in het Nederlands, maar je komt ook Engelse literatuur tegen.

Je hebt overdag les, maar het kan incidenteel voorkomen dat je in de vroege avond les hebt.

Onderwijs- en examenregeling

In de Onderwijs- en examenregeling (OER) vind je informatie over inhoud, toetsing en begeleiding. Bekijk hier de OER van Verpleegkunde.

  • Opbouw

    Het eerste jaar

    Alle onderdelen binnen een onderwijsperiode zijn met elkaar verbonden zodat theorie, praktijk en projecten een op elkaar afgestemd geheel vormen.

    Hoeveel uren per week ben je met je studie bezig?

    • 12 uur theorie en projecten
    • 20 uur voorbereiding en zelfstudie
    • 8 uur vaardigheden en praktijk

    Opbouw van de studie

    Wat kom je in het 1ste jaar allemaal tegen

    1. Projecten

    Verpleegkundigen werken systematisch en doelgericht. Nauwkeurig observeren, grondig onderzoeken, kritisch zijn, bestuderen van literatuur en het ordenen van alle gegevens, moeten er voor zorgen dat de zorg die jij geeft, de beste zorg is. Tijdens verschillende projecten leer je hoe je een onderzoek uitvoert of een zorgplan moet opstellen. Dit doe je samen met studiegenoten door theorie te bestuderen, opdrachten uit te voeren en deze te bespreken.

    2. AFP: Anatomie, Fysiologie en Pathologie

    Bij deze lessen gaat het om ziekteleer en kennis over het lichaam. Het geeft jou handvatten om een vooruitziende blik te ontwikkelen, aan de hand van wat je ziet en merkt aan de patiënt.  Vóór iedere les bestudeer je literatuur, bekijk je video’s en maak je vragen over de verschillende onderwerpen. In de les ga je hier dieper op in.

    3. Kernmodule

    In deze vorm van interactief onderwijs staat samenwerkend leren centraal. Aan de hand van een opdracht ga je op zoek naar informatie over een zorgvraag. In de les bespreek je dit met elkaar, wissel je kennis uit en discussieert om zo tot een zorgplan te komen.

    4. Verpleegkundig practicum

    Je leert verpleegkundige vaardigheden zoals injecteren en het verzorgen van wonden. Hier hoort ook een theoretische voorbereiding bij, vaak met voorbereidende video’s. Je moet veel oefenen om de verpleegkundige vaardigheden goed onder de knie te krijgen. Buiten de les om kun je daarom nog oefenen in het skills lab.

    5. Communicatieve vaardigheden

    Als verpleegkundige zorg je voor mensen. Je praat, ondersteunt, luistert, handelt, geeft informatie en stelt vragen. Je staat continu in contact met patiënten en hun familie, met collega’s, artsen en andere zorgverleners. Verplegen is communiceren! Hoe je als verpleegkundige effectief communiceert in verschillende situaties staat in dit vak centraal. Simulatiepatiënten worden ingezet om kennis en vaardigheden te oefenen en te toetsen.

    6. Leven lang leren (LLL)

    Dit vak loopt als een rode draad door de opleiding waarbij jouw persoonlijke en professionele ontwikkeling centraal staan. Je leert zelfstandig op zoek te gaan naar antwoorden en het ontwikkelen van zelfsturing. Hoe houd jij je staande in de veranderende maatschappij en welke vaardigheden heb je daarbij nodig? En wat betekent dat voor het verpleegkundig vak?

    7. Stage

    Stage noemen we bij de opleiding ‘praktijkleren’ en dat ga je in het eerste jaar 8 weken doen. Je krijgt je stageplaatsen toegewezen dus daar hoef je zelf niet naar op zoek. Voorafgaand aan de stage bereid je je voor tijdens lessen op school. Lees hier meer over stage en afstuderen.

    In de klas Sfeerafbeelding Fontys
  • Na je propedeuse

    In het 2de jaar vervolg je de opleiding met een mix van theorie en praktijk. Ongeveer de helft van het schooljaar ga je op stage. De opleiding zet in op flexibel onderwijs en biedt in het tweede jaar naast het standaard leerplan een keuzemodule aan. Voorbeelden hiervan zijn: Kind-kraam-jeugd, Verslaving en ‘Goed in gesprek’.

    In het derde jaar ga je ook weer een half jaar stagelopen. In de andere helft volg je een minor. Er zijn divere opleidingsminoren maar het staat je vrij om een minor elders bij Fontys of bij een andere onderwijsinstelling te kiezen.

    In het laatste jaar van de opleiding combineer je stage met een afstudeerproject waarmee je de opleiding afsluit. Je bent nu klaar om als beginnend verpleegkundige de arbeidsmarkt op te gaan.

    Sfeerafbeelding Fontys

  • Struikelvakken

    Voor studenten die geen biologie hebben gehad, is het vak Anatomie, Fysiologie en Pathologie (AFP) vaak moeilijk. Een goede voorbereiding en het bijhouden van de leerstof helpen je hierbij.
    Wat studenten in het begin lastig vinden is het lezen en interpreteren van onderzoeksartikelen. Belangrijk is dat je goed en zorgvuldig leest. Veel artikelen zijn in het Engels, dus het beheersen van de Engelse taal is zeker een pre.
    Zorgvuldig en nauwkeurig rekenen is van wezenlijk belang voor een verpleegkundige. In het eerste jaar krijg je hier, als dat nodig mocht zijn, ondersteuning in.

    Sfeerafbeelding Fontys
  • Stage en afstuderen

    In het eerste jaar ga je 8 weken stage lopen (niet voor de vwo-stroom) waarbij je veel te maken krijgt met ouderenzorg, bijvoorbeeld in een ziekenhuis, in de psychiatrie of in de thuiszorg. Op die manier kom je in aanraking met de vele facetten van het verpleegkundig beroep en kun je ontdekken wat écht bij jou past. Tijdens je stage krijg je één dag dag, op de werkplek of op school.

    Zit je in de vwo-stroom, dan ga je in het 1ste jaar een half jaar op stage.

    Zorginnovatiecentra en –netwerken (ZIC/ZIN)

    Praktijkleren, ofwel stage, kan plaatsvinden in een Zorginnovatiecentra of Netwerk. Verpleegkundigen en studenten werken hier samen en je leert met en van elkaar.

    Meer informatie over de Zorginnovatiecentra- en netwerken.

    Naar het buitenland

    Het is mogelijk om één van je stages in het buitenland te volgen. Dat kan in verschillende landen binnen en buiten Europa. Een stage naar het buitenland kan je verrijken, zowel op persoonlijk als op professioneel gebied. Laat die kans niet liggen als je hier iets voor voelt!

    Sfeerafbeelding Fontys

    Afstuderen

    Na 3 jaar ben je bekend met het opzetten en uitvoeren van projecten. Tijd om af te studeren! In het vierde jaar werk je aan een groot afsluitend afstudeerproject. Dit project komt voort uit een opdracht vanuit het werkveld. Hierbij krijg je begeleiding van een projectbegeleider (docent) en een begeleider uit het werkveld.

    Sfeerafbeelding Fontys Sfeerafbeelding Fontys
  • Hoe krijg je les?

    De lesgroepen bestaan uit 12 tot 14 studenten waardoor een persoonlijke benadering mogelijk is. Docenten en studenten leren elkaar goed kennen. In de lessen worden veel praktijksituaties besproken en behandeld. We werken in de lessen ook met simulatiepatiënten die jou laten ervaren hoe je als verpleegkundige in de praktijk geconfronteerd kunt worden met problemen en kritische situaties.

    Docenten

    De docenten richten zich op het bieden van inzicht en zijn kritisch, ook naar zichzelf. Omdat de groepen klein zijn en de aanpak persoonlijk is, kennen studenten en docent elkaar snel. Vanzelfsprekend houden de docenten ook hun vakliteratuur bij en zijn ze op de hoogte van de ontwikkelingen in de praktijk.

    Voorbereiding

    Een goede voorbereiding op de lessen is nodig zodat je in echt met de stof aan de slag kunt. Dit gebeurt ook aan de hand van filmpjes. Bij het verpleegkundig practicum kijk je bijvoorbeeld van te voren hoe je een katheter inbrengt, om vervolgens in de les meteen te kunnen oefenen.

    Sfeerafbeelding Fontys

  • Begeleiding
    Studieloopbaanbegeleider en studentconsulent

    Iedereen heeft een persoonlijke studieloopbaanbegeleider. Je bespreekt met hem of haar de voortgang van je studie. Tijdens de afspraken met de studieloopbaanbegeleider komen de volgende onderwerpen aan de orde:
    • Opleidingsgerichte informatie zoals leerplannen, systemen, toetsen.
    • Studievaardigheden: hoofd- en bijzaken, samenvatten, plannen en doelen stellen.

    Daarnaast kun je ook nog terecht bij de studentconsulent wanneer je tegen problemen in je studie aanloopt, die bijvoorbeeld worden veroorzaakt door gebeurtenissen in je privéomgeving. De studentconsulent helpt jou bij het analyseren van de problemen. Samen kom je dan tot een plan om het probleem op te lossen of om te leren hoe er mee om te gaan.

    Sfeerafbeelding Fontys
  • Studie in Cijfers
    Een studie kiezen die echt bij jou past kan lastig zijn. Het is dan ook goed om te weten hoe studenten hun opleiding beoordelen en hoe er landelijk over gedacht wordt.

    Bij Fontys vinden we eerlijke voorlichting heel belangrijk, want we zien graag dat je op de juiste plek terechtkomt. Daarom vind je hieronder een handig overzicht, waarin je snel ziet hoe de opleiding scoort ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Zie de toelichting voor meer informatie.

    Extra toelichting

    Bij deze opleiding is extra aandacht voor studentbegeleiding door loopbaanbegeleiders en studentconsulenten.

    Sfeerafbeelding Fontys

  • Typerend voor deze opleiding

    Je krijgt les in kleine groepen, maximaal 13 personen en de aanpak is persoonlijk. De docent kent de klas en je leert de docent en ook je medestudenten goed kennen. De docent is ook coach en begeleider die jouw ondersteunt in het leerproces.

    De werkvormen zijn zeer gevarieerd en vaak interactief. Niet achterover leunen maar actief meedoen. In kleine groepen ontkom je daar niet aan. De praktijk is altijd in beeld en nauw verbonden met de theorie. Veel opdrachten komen uit de praktijk en gedurende de jaren voer je die ook uit in de praktijk. De digitale leeromgeving helpt je bij de voorbereiding van de lessen en er wordt steeds meer gebruikt gemaakt van instructievideo’s.

    Stagelopen, of praktijkleren, beslaat een groot gedeelte van de opleiding. De stageplaatsen worden met zorg gekozen en het werkveld is nauw bij betrokken bij het onderwijs.

    Sfeerafbeelding Fontys