Maarten Brzoskowski's Road to Rio

Tijdens de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro, zullen een aantal Fontys studenten Nederland vertegenwoordigen in hun sport. Een van die studenten is Maarten Brzoskowski.

Hoe ziet jouw gemiddelde week eruit?

“Ik sport heel veel. Zo’n 25 a 30 uur in de week. Elke ochtend tussen 8 uur ’s ochtends en 12 uur ’s middags. Om 2 uur ’s middags even een dutje en dan weer sporten van 5 uur ’s middags tot 7 uur ’s avonds. Daartussen kijk ik series ofzo. In het weekend is het meestal relaxen of een wedstrijd zwemmen.”

Heb je wel tijd om naar school te gaan?

“Ik probeer tussendoor wel naar school te gaan. De meeste lessen zijn vaak ’s ochtends en dat is dus een beetje lastig. Gemiddeld ga ik maar 1 dag per week naar school.Ik heb er weleens aan gedacht om echt een pauze te nemen met de studie, maar tot nu toe haal ik wel al mijn toetsen. Alle informatie die ik nodig heb kan ik online vinden. Voor reguliere lessen heb ik eigenlijk helemaal geen tijd.”

In hoeverre helpt Fontys jou bij het combineren van je sport en studie?

“Fontys helpt mij daar enorm mee. Ik ga weinig naar school, waardoor ik de opkomstplicht niet haal. Gelukkig kent Fontys de ‘Topsportregeling’, waardoor ik alsnog met de toetsen meedoe of zelfs een toets verzet als de toetsdag mij niet uitkomt. Door al die mogelijkheden kan ik alsnog sporten en studeren. Als ik de regels voor reguliere studenten had moeten volgen, had ik nooit op hetzelfde niveau kunnen blijven sporten. Dan zou ik niet eens aan de studie begonnen zijn.”

Voelt dat niet een beetje als een soort van uitzonderingspositie?

“Het is heel goed dat Fontys de ‘Topsportregeling’ heeft voor sportende studenten.Op deze manier is de keuze tussen studeren of sporten niet aan de orde. Ik heb niet het gevoel dat ik mijn studie niet goed of écht doe dankzij het beleid. Nu kan ik mezelf blijven ontwikkelen tijdens het sporten en het studeren. En dat voelt niet als een uitzonderingspositie.”

Hoe ben je met je sport in aanraking gekomen?

“Mijn broer deed aan judo en zwemmen. Ik ging altijd mee naar de trainingen, waar ik op mijn 7e besloot dat ik zelf wilde gaan zwemmen. Daar bleek dat ik aanleg had om te zwemmen en ben ik me steeds verder gaan ontwikkelen. Dus eigenlijk komt het door mijn broer dat ik ben gaan zwemmen!”

Ken je de andere gekwalificeerde Fontys studenten?

“Ik ken Uschi Freitag, die meedoet bij het onderdeel Schoonspringen. Wij zitten allebei bij de Koninklijke Nederlandse Zwem Bond (KNZB) en trainen in hetzelfde zwembad.”

Weten andere Fontys studenten dat jullie gekwalificeerd zijn?

“Voor zover ik weet alleen mijn klasgenoten. Ze volgen me actief en zijn erg enthousiast. Verder denk ik dat bijna niemand het weet, omdat ik ook bijna nooit op school ben.”

Maarten maakt samen met zijn sponsor, Personato, video's en blogs over zijn #RoadtoRio

Hoe hoorde je dat je gekwalificeerd was?

“De NOC*NSF (Nederlands Olympisch Comité) en de KNZB hebben samen verschillende tijdslimieten ingesteld. Bij vier aangewezen wedstrijden kun je je kwalificeren als je sneller zwemt dan een bepaalde limiet. Bij mij was dat tijdens de Amsterdam Swim Cup, afgelopen december, op de 400 meter vrije slag. Dat haalde ik in 3:47:32, sneller dan de gestelde limiet van 3:48:41 dus.”

Net op het randje dus?

“Voor jou voelt het misschien net op het nippertje, maar in zwembegrippen is het best ruim.”

Wat ging er door je heen toen je hoorde dat je gekwalificeerd was?

“Toen ik aantikte zag ik meteen wat mijn tijd was en dat ik het dus gehaald had. Normaal ben ik niet zo uitbundig als ik win, maar ik was nu wel volop aan het juichen (en aan het slaan op het water). Later heb ik de wedstrijd ook nog paar keer teruggekeken. Het is toch wel een heel gaaf moment om jezelf te zien winnen.”

Je mag nu Nederland vertegenwoordigen op de Olympische Spelen in Rio. Hoe is dat voor je?

“Je krijgt ineens heel veel media-aandacht. Toen ik aantikte was ik alleen maar blij dat ik naar de Spelen mocht gaan. Later krijg je pas het besef dat het veel meer is dan alleen dat. Het draait niet alleen om mij, maar ook om de rest van het team en heel Nederland. Ik denk dat ik ook pas na de Spelen kan beseffen op hoeveel mensen dit allemaal effect heeft.”

Heeft die plaatsing extra impact op je studie?

“Ik blijf evenveel trainen. Alleen de activiteiten eromheen zijn tijdrovend. Alle interviews die ik moet geven, de documentaire over de ‘Road to Rio’ die ik aan het maken ben met mijn sponsor, Personato, en dergelijke; het kost allemaal tijd. Mijn studie stond sowieso al op een laag pitje, maar ik doe wat ik kan doen.”

Heb je eigenlijk nog wel tijd voor een sociaal leven?

“Niet zo zeer. Al mijn vrienden zijn zwemmers. We zitten in hetzelfde schuitje, dus we begrijpen elkaar heel goed en ook wat je moet doen en laten. Zelfs mijn vriendin is een zwemster. Toch heb ik ook gewoon ‘normale’ vrienden. Alleen snappen zij mij soms minder goed. Biertjes drinken op zaterdag zit er niet in voor mij, omdat dat niet goed is voor mijn trainingen. Eigenlijk vind ik het ook wel jammer dat ik niet meer ‘normale’ vrienden heb. De wereld is immers groter dan alleen de zwemwereld.”

Naar Rio gaan is een hoogtepunt in je carrière. Zijn er ook dieptepunten?

“In 2013 ben ik een half jaar ziek geweest door de ziekte van Pfeiffer. Toen het net weer goed ging, brak ik in week 1 van het nieuwe zwemseizoen mijn elleboog. Door het ziek zijn ben ik ook van vwo naar havo gegaan op de middelbare school. Opzich was dat niet zo erg, want ik wilde graag fysiotherapie gaan doen en dat is op HBO niveau.”

Wat maakt Maarten eigenlijk gewoon Maarten?

“Ik probeer dingen heel optimistisch te zien, ben toegewijd aan mijn sport en studie en ben erg enthousiast.”

image63801668624153461.png