Janneke

In gesprek met Janneke

Sfeerafbeelding Fontys

'Als ik respectvol ben naar leerlingen, dan zijn zij dat ook naar elkaar.'

Wat is je achtergrond/ opleiding met betrekking tot gedragsproblemen en waarom heeft het je interesse?

In 2000 ben ik afgestudeerd. Ik was geen natuurtalent. Ik wilde te graag lief gevonden worden en als gevolg daarvan is consequent zijn, lang mijn leerpunt geweest. Mijn kennis m.b.t. gesprekstechnieken vond ik niet toereikend, dus daar heb ik flink wat cursussen voor gevolgd. Ik heb een middenmanagement opleiding gevolgd omdat ik graag meer inbreng wilde hebben in de schoolorganisatie. In 2009 ben ik er samen met een coach achter gekomen dat ik altijd mijn zwakke kanten wil verbeteren, maar nooit vier wat ik goed doe. Mede dankzij haar heb ik dit weten om te draaien en daardoor ben ik meer bewust gaan inzetten op mijn sterke punten, bijvoorbeeld mijn pedagogische kwaliteiten. Vervolgens heb ik een studie gedragsspecialisme gedaan. Hier heb ik heel veel van geleerd en wat fijn was; wat ik leerde kon ik telkens direct toepassen en uitproberen in de praktijk. Ik heb veel extra literatuur gelezen over oplossingsgericht werken en adaptief onderwijs, omdat dit gedachtegoed me erg aansprak.

Op school geef ik nu de faalangstreductietraining, SOVA trainingen en ik help kinderen die gepest worden. Ik ben nu net gestart met een opleiding tot beeldcoach.

Wat vind jij belangrijk voor het voorkomen van uitdagend gedrag?

Elk kind moet voelen dat hij of zij gezien en gehoord wordt. Hiermee voorkom je al veel. Ik ben m.i. respectvol naar iedereen en laat leerlingen in hun waarde en straal dit ook uit. Kinderen leren onder andere door te kopiëren/ te spiegelen, dus als ik respectvol ben naar leerlingen, dan zijn zij dat eerder naar elkaar.

Doordat ik rustig en consequent ben en mijn verwachtingen duidelijk uitspreek, weten leerlingen waar ze aan toe zijn en voelen ze zich veilig bij mij. Ik pas mijn gedrag aan, aan de groep. De ene groep heeft een rustige juf nodig en bij de andere groep kun je wat luidruchtiger zijn. Ik heb meer oog voor de positieve dingen die er gebeuren, dan voor de negatieve dingen. Als een kind normaliter snel boos wordt, maar zich in een bepaalde situatie juist beheerst, dan zorg ik dat ik dat zie en benoem. Zo maak ik de kinderen er zich van bewust dat ze hun gedrag zelf kunnen reguleren en dat ik dat zie, hoor en waardeer. Dit zorgt voor minder uitdagend gedrag.

Verder ga ik niet snel de strijd aan met een leerling. Ik geef een leerling de keuze uit twee opties en loop dan weg. Hiermee geef ik die leerling de kans om het goede te doen en ik straal het vertrouwen uit dat hij of zij de juiste keuze zal maken. Ik zal een kind nooit en plein public voor schut zetten en gezichtsverlies te laten lijden. Ik laat het kind in zijn of haar waarde.

Kinderen zien aan mij dat ik het fijn vind om bij ze te zijn. Ze weten dat ik er elke dag graag ben en dat ik lol heb in wat ik doe. Mocht ik een keer een off day hebben dan benoem ik dit, leg uit waarom en bied indien nodig mijn verontschuldigingen aan.

Ik ga ervan uit dat als er iets met een leerling niet lekker loopt, dit aan mij ligt en niet aan het kind. Ik moet dan een andere ingang zoeken en net zolang zoeken totdat ik het juiste ‘knopje’ heb gevonden.

Mijn mimiek is erg sterk en leerlingen reageren daar op. Niet alles hoeft hardop benoemd te worden, soms volstaat een opgetrokken wenkbrauw en weet de leerling meteen waaraan en waaraf. Mijn belangrijkste advies is: zorg dat je je pappenheimers kent en zorg dat je bij vrije situaties in eerste instantie bij hen in de buurt bent. Als je dan ziet dat bijvoorbeeld het buitenspelen goed verloopt, benoem dit dan ook. Zo conditioneer je ze om dit gedrag vaker te laten zien en kun je incidenten voorkomen en dat is veel beter dan achteraf bijvoorbeeld een ruzie op te moeten lossen.

Wat vind jij belangrijk om te doen als er toch sprake is van uitdagend gedrag?

Ik vind het heel belangrijk om altijd rustig te blijven. Als jij echt boos wordt of je stem laat overslaan dan kan de leerling ook eerder door het lint gaan. Als ik bij uitdagend gedrag correcties moet uitvoeren, dan zet ik verschillende middelen in. Ik word niet boos, maar ik vertel rustig wat ik verwacht. Verder probeer ik veel op te lossen met humor.

Ik reflecteer ook sterk op mezelf en de situatie: wat in mijn woorden, toon of gedrag triggert bepaald gedrag van een leerling? Of waar zit deze leerling mee, dat hij of zij zich op deze manier uit of de aandacht vraagt. Ik ga op zoek naar de oorzaak achter het gedrag.

Wat vind je zelf typerend voor jou als leraar, als het gaat om leerlingen met gedragsproblemen?

Mijn inziens ben ik een juf met humor, rust, warmte, sensitiviteit en duidelijke verwachtingen. Ik weet wat ik van de kinderen wil zien en ik schat in wat ik van hen kan verwachten. Ik zie veel, maar kies bewust waar ik wel of niet op reageer en hoe, ik benoem zoveel mogelijk de dingen die goed gaan. Verder laat ik laat zien dat ik zelf ook fouten maak en ik benoem dat ook. Ik vertrouw op mijn intuïtie.

Hoe typeren leerlingen jou? Kun je dat verklaren?

De leerlingen vinden mij grappig. Ik lach ook graag en veel en vooral hard om mijn eigen grappen. Hiermee zorg ik voor een gezellige werksfeer in de klas. Ze vinden mij lief en aardig. Ik ben vooral respectvol naar kinderen en ik laat hen voelen dat ik hen lief vind. Verder vinden ze dat ik goed uitleg. Mijn instructies geef ik altijd zo compact en duidelijk mogelijk.

Kernwoorden die Janneke typeren:

  • In ontwikkeling
  • Reflectief en bewust van haar eigen rol en invloed
  • Sensitief
  • Duidelijk
  • Vrolijk

    Wat leerlingen fijn vinden bij juf Janneke:

    Groep 6 met 24 leerlingen Aantal
    Ze is grappig (supergrappig)23
    Ze is (heel) lief, aardig17
    Ze legt goed uit, ze geeft goede tips15
    Ze is behulpzaam14
    Ze is onze komkommerjuf! (Ze eet altijd komkommers)9
    Ze is soms vergeetachtig, dan helpen we haar7
    Ze is soms streng (als het nodig is) / ze is een beetje streng en dat is fijn5
    Ze is niet snel boos / ze wordt alleen boos als het echt moet5
    Je hoeft niet altijd alles te maken3
    Ze gaat goed om met pesten3