Feedbackgeletterdheid

In een wereld die snel verandert is het belangrijk dat je leert om zelf sturing te geven aan je leren. Dat geldt voor leerlingen maar zeker ook voor (aanstaande) leerkrachten, leraren en andere onderwijsprofessionals en leidinggevenden. Er zijn immers steeds nieuwe uitdagingen, nieuwe dingen te leren, nieuwe technologie en noem maar op! Om zelf sturing aan je leren te kunnen geven heb je input van anderen nodig – feedback – die je helpt om inzicht te krijgen in je leren. Deze feedback (inclusief feed forward en feed up) wordt echter pas nuttig als de ontvanger er ook echt iets mee doet. Maar dat blijkt nog niet zo eenvoudig! Sinds september werkt Fontys Hogeschool Kind en Educatie aan het versterken van feedbackgeletterdheid.
Sfeerafbeelding Fontys

Waarom werken aan het versterken van feedbackgeletterdheid?

Om te bereiken dat feedback ook echt gebruikt wordt kan je je afvragen welke feedback de gewenste reactie uitlokt of je kunt reflecteren op hoe feedback wel of niet effectief is. Je kan ook kijken vanuit het perspectief van de ontvanger, de student in dit geval, wat hij of zij nodig heeft of moet kunnen om de feedback te gebruiken. In Engelstalige literatuur wordt wat de student nodig heeft en moet kunnen om feedback te verwerken, aangeduid met de termfeedback literacy(ofwel: feedbackgeletterdheid). Het gaat hierbij om een set van kennis en vaardigheden én attitude om de leerwaarde van feedback te (h)erkennen en hier vervolgens ook consequenties aan te verbinden. Studenten die feedbackgeletterd zijn, stellen krachtige en doelgerichte feedbackvragen, doen proactief suggesties om de feedbackdialoog gaande te houden. Zij vragen om verduidelijking, of verduidelijken hun eigen standpunt op een constructieve manier, waardoor ze in gesprek blijven over de eigen prestatie en de gekregen feedback. Feedbackgeletterde studenten gebruiken doelen (kritische handelingen, leeruitkomsten) en (succes)criteria om inzicht te krijgen in de kwaliteit van hun werk en hier gericht vragen over te stellen aan elkaar, aan opleiders en aan begeleiders in de beroepspraktijk (bv mentoren, coach).

Sfeerafbeelding Fontys

Waar gaat feedbackgeletterdheid over?

In het model van Carless en Boud (2018) wordt feedbackgeletterdheid uitgewerkt in vier kenmerken: waarderen van feedback, oordelen (over eigen werk en de feedback), emoties reguleren, en overgaan tot actie (zie figuur 1).

Het kunnen waarderen van feedback kan worden onderverdeeld in twee aspecten: het waarderen van feedback over leren en van feedback om te leren. Met andere woorden, een student kan feedback waarderen omdat dit inzicht geeft in of bevestiging geeft van wat hij of zij tot dan toe heeft bereikt, maar een student kan feedback ook waarderen omdat het handvatten biedt om nieuwe stappen te zetten in de ontwikkeling. Hoe dan ook, het gebruik van feedback begint met erkenning van de student dat feedbackinformatie bruikbaar is. De student laten reflecteren op feedback, voordat je de daadwerkelijke beoordeling geeft, kan de waardering voor feedback vergroten (Jackson & Marks, 2016).
Om feedback op waarde te kunnen schatten en om vervolgacties op te maken uit de feedback, moet de student in staat zijn om zelf een oordeel te kunnen vormen over het eigen werk. Het participeren in peer feedback kan bijdragen aan het ontwikkelen van deze vaardigheid. Hierbij is het wel van belang dat er ook aandacht is voor de oordeelsvorming en het kennen en toepassen van de beoordelingscriteria (Leenknecht & Prins, 2018).
Zoals we allemaal weten kan sommige feedback, hoe leerzaam en correct ook, soms even slikken zijn. Studenten moeten dus ook in staat zijn om hun emoties te reguleren. Vooral defensieve reacties zijn ongewenst, omdat de student zich dan niet openstelt voor nieuwe inzichten. Dit vraagt continue aandacht voor het focussen op ontwikkeling en niet op falen. Benadruk dat een student die feedback heeft gehad met veel verbeterpunten zich gelukkig mag prijzen, omdat hij of zij veel mogelijkheden aangereikt krijgt voor (persoonlijke en professionele) ontwikkeling.
Het waarderen van feedback, kunnen oordelen over eigen werk en de feedback, en emoties reguleren zijn voorwaarden voor het kunnen overgaan tot actie. Hierbij is het van belang dat studenten een repertoire opbouwen van strategieën om feedback te verwerken (zoals ze ook strategieën hebben om bijvoorbeeld teksten te bestuderen). Het is dan ook niet gek om ook samen met studenten te bespreken hoe ze de feedback hebben opgepakt en hoe ze dat een andere keer eventueel anders of beter kunnen aanpakken.

Project versterken feedbackgeletterdheid

Het model van Carless en Boud is simpel. Maar het vertalen daarvan naar de praktijk van de opleiding is dat niet. Het vergt een herbezinning op het feedbackproces in de opleiding en een creatief ontwerp. Sinds September 2022 werken een tiental leergemeenschappen in de diverse basisteams van FHKE elk aan een eigen praktijkvraagstuk rondom feedbackgeletterdheid. Doel van elke PLG is om inzicht te verkrijgen in de achterliggende problematiek en vervolgens een eenvoudige tool of handreiking te ontwerpen voor studenten en of docenten/begeleiders. De tool draagt bij aan het versterken van feedbackgeletterdheid.

Vraagstukken

Tijdens de Fontys Kind en Educatie-dag in September ’22 en tijdens de POS-dag zijn de meest urgente vraagstukken opgehaald die we ervaren in de opleidingspraktijk (vanuit opleiding en werkveldperspectief). Deze vraagstukken zijn gegroepeerd in tien verschillende thema’s:

  • Emoties
  • Feedbackvraag formuleren
  • Diverse feedbackgevers
  • Kwaliteit van de feedback
  • Peerfeedback
  • Relatie met doelen
  • Portfolio
  • Leeromgeving
  • Haalbaarheid feedbackproces voor docenten
  • Zelfsturing

Werkwijze leergemeenschappen

In de leergemeenschappen werken docenten samen met studenten en collega’s uit de school aan het ontwerp van een prototype. Dit gebeurt in een achttal bijeenkomsten waarin een eenvoudige ontwerpcyclus wordt doorlopen. De eerste drie bijeenkomsten staan in het teken van het verkennen van het vraagstuk, kennis verdiepen en komen tot ‘de vraag achter de vraag’ (focusvraag). Met deze focusvraag worden diverse ontwerpopties bedacht en afgewogen tegen ontwerpeisen (sessie 3 en 4). Daarna wordt het meest kansrijke ontwerp uitgevoerd en getest in de praktijk (sessie 5 en 6) waarna het prototype wordt bijgesteld en er evaluatie en reflectie op het proces plaatsvindt (sessie 7 en 8). De leergemeenschappen maken hierbij gebruik van de Toolkit Innovatieteams.

Sfeerafbeelding Fontys

Prototypes

Hier verschijnen binnenkort prototypes die in de diverse leergemeenschappen zijn ontwikkeld.

Sfeerafbeelding Fontys
Sfeerafbeelding Fontys
Sfeerafbeelding Fontys

Blogs

Benieuwd naar aanvullende informatie over dit onderwerp?

Lees hier de verschenen blogpost.