Onderzoek

Het lectoraat zal haar onderzoek doen samen met studenten en met het werkveld. Dit krijgt vorm in de onderzoeksprojecten samen met het werkveld, in het praktijkgericht onderzoek van de studenten Master EN en in het onderzoek van de kenniskringleden.
Het lectoraat participeert bijvoorbeeld in het onderzoek ’Van masterstudent naar masterdocent. De betekenis van docentonderzoek voor de onderwijspraktijk.’ Samen met andere Hogescholen en Universiteiten en met het werkveld, onderzoeken we wat de precieze betekenis is van een masteropleiding, en meer in het bijzonder van docent-onderzoek, voor de kennisontwikkeling van docenten en de benutting hiervan in de school. We kijken met name ook naar de betekenis van samenwerken binnen de opleiding en binnen het werkveld daarvoor.

Heb je interesse, heb je onderzoeksplannen of wil je samenwerken met het lectoraat? Neem dan contact met ons op.
Studenten die interesse hebben in dit thema, kunnen nadere informatie vinden bij het TGO thema 'leerkracht in Samenwerken'

Onderzoeksprojecten

Het lectoraat participeert in het onderzoek ‘Van masterstudent naar masterdocent. De betekenis van docentonderzoek voor de onderwijspraktijk’. Dit 2-jarige onderzoek wordt gefinancierd door NRO (nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek). Er wordt in dit project onder meer samengewerkt met Stichting Signum Den Bosch, ICLON Leiden, STOAS Wageningen / Vilentum Hogeschool. Studenten worden gevolgd in de laatste fase van hun studie en in het eerste jaar na afstuderen. Er worden onder meer data verzameld over het samenwerken met anderen en wat dat bijdraagt aan het onderzoek en de onderwijspraktijk.

Op dit moment is een aantal onderzoeksaanvragen waar het lectoraat in participeert (als projectleider of als deelnemer aan het consortium) in behandeling.

Waar willen we meer over weten?

Samenwerken is belangrijk, zeker als het kinderen en jongeren betreft die speciale aandacht nodig hebben. Maar hoe werk je als leerkracht op een goede manier samen? Hoe kan samenwerken een bijdrage leveren aan de ontwikkelingskansen van leerlingen? Hoe kan dat samenwerken het beste plaatsvinden en wat zijn de rol, taak en verantwoordelijkheden van de leerkracht in dat samenwerken? Hoe zorgen we ervoor dat samenwerken toegevoegde waarde heeft in plaats van een extra taak erbij? Over dat soort vragen is nog weinig bekend en dat zijn de vragen die het lectoraat gaat onderzoeken.

De keuze voor dit onderzoekthema is mede bepaald door de ontwikkelingen van Passend Onderwijs en de Transitie jeugdzorg die een groot beroep doen op samenwerken. In dat samenwerken is de school, en zeker de persoon van de leerkracht, een belangrijke factor. Onderwijs, en met name de leerkrachten binnen dat onderwijs, zijn uiterst belangrijk in het leven van leerlingen. Leerkrachten zijn allereerst belangrijk omdat zij hun leerlingen onderwijzen. Maar zij doen meer: al lesgevend leren zij hun leerlingen kennen, ontwikkelen zij een relatie met hen en zijn zij rolmodel. Bovendien zijn zij belangrijk voor de ouders van hun leerlingen met wie zij, in meer of mindere mate, een gedeelde verantwoordelijkheid hebben. Leerkrachten zullen bij het vervullen van die taken en rollen steeds meer netwerkers moeten worden, die vaardig zijn in complexe vormen van samenwerken.

Het gaat dus om samenwerken van leerkrachten met collega’s en met de omgeving van de school, zoals gemeenten, kinderopvang, jeugdzorg, maatschappelijk werk, jongerenwerk, sportverenigingen, het bedrijfsleven, teneinde een professionele bijdrage te leveren aan de ontwikkelingskansen van leerlingen. De ontwikkeling van kinderen en jongeren is een samenhangend geheel, een holistisch proces en wordt beïnvloed door verschillende factoren en personen in onderlinge samenhang. Afzonderlijke beroepsgroepen kunnen nooit een voldoende verklaring of beschrijving geven van een kind of jongere en van de ontwikkeling of het leerproces dat een kind gedurende zijn schoolloopbaan doormaakt. Zij dienen dus samen te werken en elkaars expertise te benutten. Het is zaak een goede balans te vinden waarbij disciplines hun eigen expertise blijven houden en tegelijkertijd onderling optimaal samenwerken. De expertise van de leerkracht is daarbij essentieel.
Leerkrachten dienen op een professionele manier vorm te geven aan dat samenwerken en steeds weer te zoeken naar optimale vormen van samenwerking. Daarbij dienen de betrokkenen rondom het kind van elkaars bestaan en intenties te weten en hun denken en handelen op elkaar af te stemmen. De potentie van de leerkracht zou optimaal benut kunnen worden als zij zich bewust worden van hun kracht en specifieke expertise én als zij, meer dan op dit moment gebeurt, samenwerken met anderen die op hun terrein eveneens een belangrijke positie hebben in het netwerk rondom de leerling.

We willen graag te weten komen hoe de leerkracht diens bijzondere plaats kan benutten zodat de leerling zich optimaal kan ontwikkelen. We kunnen daarbinnen drie subthema's onderscheiden, waarbij er vanzelfsprekend overlap bestaat tussen de thema's.

1.Het ‘HOE’ van het samenwerken: Welke (micro)mechanismen spelen een rol bij het samenwerken, hoe men zich kan positioneren in het samenwerken, wat is de rol van taal en cultuur, etc.
2.Het ‘WAARTOE’ en ‘WAAROM’ van het samenwerken: Welke specifieke toevoeging hebben de betrokkenen die samenwerken aan de ontwikkeling van een leerling (bij voorbeeld in een zorgadvies team) en meer specifiek: wat is de specifieke expertise, vakkennis en toegevoegde waarde van de leerkracht in dat samenwerken?
3.De OUDERS in het samenwerken: Bij elk samenwerken zijn ouders belangrijke partners. Wat is het perspectief, de rol en ervaringen van ouders binnen die samenwerking? Hoe kan de leerkracht bijdragen aan een optimale positie en bijdrage van ouders (en leerling) bij het samenwerken?

Suggesties voor onderzoeksvragen:

Wat verstaan betrokkenen onder samenwerken?
Wanneer kunnen we spreken van complexe vormen van samenwerken?
Wat zijn de doelstellingen van samenwerken in de eigen praktijk, in de mening van betrokkenen en van leerkrachten?
Met welke organisaties, professionals en andere personen zou er moeten worden samengewerkt; met welk doel en hoe?
Wat zet leerkrachten aan om te gaan samenwerken? Welke belemmeringen ervaren zij?
Hoe kan er vanuit onderwijs en jeugdzorg beter op elkaar worden afgestemd?
Hoe kunnen de behandel- en handelingsplannen beter op elkaar aansluiten?
Wat is de specifieke expertise van de leerkracht; waar is aanvulling nodig en welke?
Wat is de specifieke expertise van andere professionals en niet-professionals waar leerkrachten mee samenwerken?
Wat is een goede balans tussen uitgaan van de eigen expertise en benutten van de expertise van andere disciplines?
Hoe kan een dergelijke balans bereikt worden?
Welke rol vervullen ouders bij het samenwerken?
Hoe zien professionals de rol van ouders?
Waar zou de leerkracht de regie moeten nemen in het samenwerken met anderen?
Waar kan/zal de leerkracht zijn rol als change agent op zich nemen en met welk doel?
Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren in het samenwerken?
Welke factoren zijn in deze bepaalde praktijksituatie waar wordt samengewerkt, werkzaam?
Hoe spelen taal, vakjargon, culturele achtergronden etc. een rol binnen het samenwerken?

Interesse?

Studenten die onderzoek willen doen binnen dit thema, sluiten aan bij het lectoraat. Het is mogelijk om deel te nemen aan lectoraatsactiviteiten zoals de workouts en daar eigen onderzoek en onderzoeksresultaten in te brengen.
Ieder van de kenniskringleden heeft een eigen specifiek thema binnen het brede lectoraatsthema. Zij doen zelf onderzoek naar dat thema en benutten daarbij ook de onderzoeksresultaten van de Master EN studenten die zij begeleiden. Op de lectoraatsportal introduceren zij ieder hun specifieke thema (zie https://connect.fontys.nl/instituten/oso/lectoraat/Paginas/default.aspx). Studenten die geïnteresseerd zijn in één van deze specifieke thema’s kunnen contact opnemen met het betreffende kenniskringlid.