Inhoud

De minor bestaat uit vier onderdelen, waarbij de eerste drie onderdelen een aanzienlijk theoretisch karakter hebben waarbij gebruik wordt gemaakt van wetenschappelijke literatuur en concepten met als doel de student een instrument in handen te geven voor de analyse van diverse ontwikkelingsvraagstukken. Studenten kunnen kiezen voor een Engelstalig of een Nederlandstalig programma waarbij moet worden aangemerkt dat er ook in de Nederlandstalige versie soms gebruik wordt gemaakt van Engelstalige literatuur.

De vier onderdelen zijn:

  • A Rechtvaardigheid
  • B Inleiding in het ontwikkelingsvraagstuk
  • C Cultuur en Interculturaliteit
  • D De meesterproef in de praktijk

ad A: Rechtvaardigheid

Ontwikkelingsvraagstukken kunnen ook gezien worden als verdelingsvraagstukken. Bij de module rechtvaardigheid staat telkens de vraag centraal in hoeverre de wijze waarop verdeeld wordt, rechtvaardig is. Het oordeel of een bepaalde verdeling rechtvaardig is of niet, hangt niet alleen af van de feitelijke verdeling maar ook van de opvatting over rechtvaardigheid. De student maakt binnen de module rechtvaardigheid kennis met verschillende theorieën over rechtvaardigheid, analyseert situaties op micro-, meso- en macroniveau aan de hand van deze theorieën en kan aan de hand van deze theorieën tot een eigen opvatting over rechtvaardigheid en een oordeel over verdelingsvraagstukken komen.

ad B: Inleiding in het ontwikkelingsvraagstuk

In deze module maak je kennis met diverse ontwikkelingsvraagstukken in de wereld. Daarvoor leer je in eerste instantie vanuit een algemeen kader tegen vraagstukken aan te kijken. Dat kader bestaat uit een selectie van literatuur over ontwikkelingstheorieën, opvattingen over (duurzame) ontwikkeling, systeemdenken, globalisering en toekomstdenken. Vervolgens pas je deze kennis toe op vijf cases, zoals het grondstoffenconflict in de Democratische Republiek Congo ofhet kidnappen van bruiden in Kirgizië. Uiteindelijk toon je aan dat je in staat bent om mogelijke oplossingen voor ontwikkelingsvraagstukken te beoordelen.

Deze module vormt als het ware de ruggengraat van de minor. Met een groot aantal colleges gedurende twee periodes, workshops en een behoorlijke hoeveelheid literatuur ga je aan de slag om bijbehorende analysevaardigheden in de vingers te krijgen.

ad C: Cultuur en Interculturaliteit

Je leert in dit onderdeel, hoe culturele identiteit geconstrueerd wordt en cultuur/culturen te analyseren aan de hand van theoretische concepten uit de culturele antropologie en aan de hand van culturele dimensies. Tevens kun je na afloop van de cursus de centrale waarden van de Nederlandse cultuur en hun belang voor het eigen oordelen en communiceren herkennen en theorieën over interculturele communicatie in concrete situaties toepassen. Je kunt je eigen culturele positie en die van anderen aan de hand van opvattingen over cultuur (cultuurvisies) reflecteren en geopolitieke conflicten vanuit een culturele invalshoek analyseren.
De theorie uit deze module gebruik je om de cultuuranalyse van de meesterproef te maken.

ad D: De meesterproef in de praktijk

Als je gedurende de hele minor kennis hebt gemaakt met het ontwikkelingsvraagstuk, met rechtvaardigheidsprincipes én met interculturele communicatie, dan is een meesterproef bij uitstek hét moment om al het voorgaande samen te laten komen. Tijdens een stage van vier weken, participeer je in een bestaand project in een ontwikkelingsland, waarbij je – naast inhoudelijke doelen – zult moeten laten zien dat je in staat bent om intercultureel te communiceren.

Houd er rekening mee dat dit onderdeel van de minor de nodige financiële en organisatorische consequenties kan hebben!

Uiteraard denkt je begeleider van de minor met je mee, zodat je in alle gevallen een functionele stage kunt organiseren. Deze stage* mag ter verdieping of juist ter verbreding dienen van je major.
In de maanden voorafgaand aan de stage wordt je tijdens de wekelijkse bijeenkomsten van de meesterproef voorbereid op je verblijf in het buitenland. Aan de hand van een werkplan formuleer je voor jezelf leerdoelen, beschrijf je het project en bereid je je voor op de lokale omstandigheden. Een goede voorbereiding is noodzakelijk om je naar je stageland af te laten reizen. De voorbereiding bestaat onder andere uit het maken van het eerder genoemde werkplan, een cultuuranalyse en diverse gastcolleges van experts.

* Je bent vrij in het kiezen van een stageplaats. Echter, in verband met hechtingsproblematiek is het niet toegestaan om stage in een kindertehuis te lopen.

image6233516105282801658.jpg image3584640816512138653.jpg