Inhoud en competenties

De kijk op gezondheid verandert en vraagt andere kennis en vaardigheden van professionals. Van jou dus! Het gaat niet meer om ziekte en zorg, maar steeds meer om gedrag en gezondheid. Hoe kunnen mensen er zélf voor zorgen dat ziekte wordt voorkomen? Of hoe je het beste met je ziekte om kunt gaan? En wat is nodig om leefstijl te kunnen veranderen?

Om dit te kunnen leren, staat de minor in het teken van onderwerpen als gezondheidspromotie, gezondheidsgedrag,  zelfmanagement, eigen regie en health literacy (gezondheidsvaardigheden). Door je in deze onderwerpen te verdiepen, door real-life te coachen en door middel van veel praktijkopdrachten met echte doelgroepen en casussen, word jij een toekomstbestendige professional. Jij kunt als geen ander, op een persoonsgerichte manier, gedrag van individuen en groepen verklaren en beïnvloeden op het gebied van gezondheid en kwaliteit van leven.

De competenties die je ontwikkelt binnen de minor hebben alles te maken met de interactie tussen een (zorg)vrager en de (zorg)professional. In het kort gaat het om:
-           Communiceren
-           Samenwerken
-           Onderzoeken en innoveren
-           Ondernemen en maatschappelijk handelen

Binnen de competenties ga je concreet werken aan de volgende thema’s:

1.         Opbouw en onderhouden van een persoonsgerichte relatie. Dit is de basis van zorg, waarin je vanuit een persoonsgerichte visie op het ondersteunen van mensen leert werken. Hierin leer je onder andere hoe je écht gelijkwaardig contact maakt met mensen, ook als zij totaal anders zijn dan jij. Je onderzoekt binnen dit thema wat jou kenmerkt als professional en je ontwikkelt een beargumenteerde visie op zorg en gezondheid. Ook leer je wat en waarom van zowel mensen met een aandoening als van een (zorg)professional wordt gevraagd in onze veranderende samenleving, waarin eigen regie en het managen van chronische aandoeningen steeds belangrijker worden. Wat kun jij daarin betekenen en wat betekent dat voor jou?

2.         Leven met een (chronische) aandoening. Wat betekent het voor iemand om te leven met een (chronische) aandoening? Wat verandert er en wat is ervoor nodig om de ziekte optimaal in te passen in het leven? Vanaf de diagnose: “ziek…wat nu?”, maar ook daarna, tijdens het langdurig moeten inpassen van een aandoening in het leven: “wat betekent dit voor mijn toekomst?” Het gaat erom hoe mensen hiermee omgaan en vooral ook wat jouw rol als professional daarin is of kan zijn. Hoe kun jij iemand optimaal ondersteunen in dit vaak moeilijke proces van aanpassing?

3.         (Zelf)monitoring. Hoe wordt er door mensen omgegaan met gevolgen van aandoeningen en wat doen ze dan precies, wat voor invloed hebben die barrières op mensen? Daarbij komt zelfmonitoring bij kijken. Zelfmonitoring richt zich bij chronische aandoeningen/ziektes zoveel mogelijk op ‘tertiaire preventie’: voorkomen dat het erger wordt en de gevolgen beperken.

4.         Ondersteunen bij leefstijlaanpassing. Na helder te hebben hoe mensen omgaan met aandoening en wat er zoal zelf kan worden gedaan mbv zelfmonitoring (preventie) is het ook van belang te kijken wat er anders kan. Vanuit de barrières die zijn benoemd kan worden gekeken hoe die barrières kunnen worden omgebogen naar kansen. Wat voor manieren zijn er om barrières om te buigen om op die manier te komen op gewenst gedrag? Daarbij vertrekken vanuit positieve kant van de mens… wat is iemands kwaliteit en wat vindt iemand belangrijk?

5.        Jij als zelfmanagement-ondersteunende professional. Wat neem je mee van het onderwijs dat je volgt? Aan de hand van alle kennis, demonstraties en praktijkervaringen vorm je een eigen visie op alle thema’s welke richting geeft aan je handelen.