Project

Robots in de klas

Dit onderzoek richt zich op de kansen en beperkingen van de inzet van robots in het onderwijs, zoals gezien door de ogen van huidige basisschoolleerlingen en toekomstige leraren (studenten hbo-lerarenopleidingen).

Onderdeel van:

Wat houdt het project in?

Er is weinig bekend over hun visie hierop, terwijl dit voor de acceptatie en inzet van robots in het onderwijs cruciaal lijkt. Zij zijn het immers die opgroeien in een steeds digitalere wereld en robots eventueel gaan inzetten in het onderwijs van de toekomst. Daarom zijn hun visies hierover verzameld en hun bijbehorende uitspraken geclassificeerd op basis van het functieboek Ons Middelbaar Onderwijs. Zo kan de mogelijke inzet van robots in het onderwijs direct worden gerelateerd aan de verschillende aspecten en deeltaken van het leraarsvak.

Vanwege het explorerende karakter van het onderwerp is gekozen voor een onderzoeksopzet met focusgroepen, waarin de deelnemers op elkaar konden reageren en vrij met elkaar konden discussiëren. In totaal zijn er in vijf focusgroepen studenten hbo-lerarenopleidingen bevraagd (n=28) en in vijf focusgroepen basisschoolleerlingen (N=30). Alle besproken kansen en beperkingen zijn geordend aan de hand van de taakindelingen van de docent en van de onderwijsassistent. Daarnaast is er gebruik gemaakt van een model van technologie-acceptatie (UTAUT) om de voorwaarden die de studenten aan de inzet van robots in het onderwijs stelde, te classificeren.

Basisschoolleerlingen blijken een goed inzicht te hebben in de rol van de mens in educatieve processen. Een uitspraak die dat illustreert is: ‘De meester heeft heel veel meegemaakt vroeger, vertelt heel veel verhalen. Maar die robot heeft niet echt iets meegemaakt, die is gewoon gemaakt.’ Ook studenten zijn kritisch: ‘Nee ik denk niet dat we ooit gaan accepteren dat we levende wezens een gebouw insturen waar robots hun (red.: de basisschoolleerlingen) uit gaan leggen hoe de wereld in elkaar zit.’ De weergave van de resultaten van de tien focusgroepen geeft een breed en rijkelijk geïllustreerd beeld van de impact van de inzet van robots in het onderwijs.

Projectresultaat

Er wordt geconcludeerd dat de kansen voor robots in het onderwijs volgens studenten en basisschoolleerlingen met name liggen op het gebied van administratie en organisatie binnen de ondersteunende taken. Binnen de andere taakvelden lijken de beperkingen van een robot dominanter. Deze beperkingen liggen met name in de beperkte interactie en in het gebrek aan emotie en interpretatie van gedrag. Naast deze inhoudelijke kansen en beperkingen in de taken van een robot, hebben toekomstige gebruikers de nodige verwachtingen rond de inzet van de robot. De belangrijkste daarvan is dat een robot altijd direct en correct moet functioneren. Beperkingen verwachten zij bij de implementatie van robots in de scholen. Deze liggen enerzijds op het gebied van weerstand binnen het docentencorps, anderzijds op fysieke beperkingen als gebouwen, wifi en ICT.

De uitkomsten van het onderzoek kunnen ontwerpers van robots voor educatiedoeleinden helpen bij het ontwerp van de functionaliteiten en de fysieke verschijningsvorm van de robots. Ook geven zij inzicht in welke toepassingen relatief snel omarmd worden vanuit onderwijzend personeel. Wanneer er op alles aspecten wordt gelet kan de robot, op termijn, een passende entree maken in het onderwijs.


Contact

Dr. J.A. (Janienke) Sturm

Lector Mens en Technologie

M. (Michel) Starreveld

Docentonderzoeker

M.G. (Mariëlle) Rosendaal

Onderzoeksassistent

Aan dit project is ook meegewerkt door studenten van Fontys Lerarenopleiding Tilburg