Project

Impliciete en expliciete opvattingen over vaderschap en moederschap van professionals in de kinderopvang

Samen met studenten en Stichting Kinderopvanggroep onderzoeken we welke impliciete en expliciete opvattingen professionals in de kinderopvang hebben over vaderschap en moederschap.

Wat houdt het project in?

In Nederland heerst een sterke moederschapscultus: een ideologie over wat goed moederschap inhoudt. Zoals ook spreekt uit een van de anekdote waar ik deze rede mee begon. Hier hangen allerlei attitudes en stereotypen mee samen, zoals dat vrouwen zorgzaam zijn en dat zaken die het kind aangaan met name een zaak zijn van moeders (Cullen, Cullen, Band, Davis, & Lindsay, 2011). Daar volgen bewuste en onbewuste keuzes en gedrag uit die opnieuw deze norm bevestigen en er zo toe bijdragen dat vrouwen het grootste deel van de zorg en opvoeding op zich blijven nemen, terwijl vaders meer tijd besteden aan betaald werk.

Zo vind je nog altijd advertenties waarin wordt gevraagd om voorleesmoeders, luizenmoeders, en overblijfmoeders. In deze advertenties worden vaders expliciet uitgesloten. De zeldzame dappere vader die zich aanmeldt voor het luizenpluizen opereert dan onder de naam luizenmoeder. Maar ook een meer genderneutrale benadering (overblijfouders, overblijfmedewerkers en voorleesvrijwilligers) zorgt er meestal voor dat moeders betrokken worden en zijn, omdat de culturele normen en associaties van moeders en zorg-en opvoedtaken zo sterk zijn (Cullen et al., 2011). Daarbij speelt ook het schuldgevoel van werkende moeders mee, zoals een van de anekdotes waar ik mee begon, illustreert. In Nederland geldt sterk de norm dat de prioriteitvan moeders de zorg voor hun kinderen zou moeten zijn, terwijl de prioriteit van vaders de kost verdienen zou moeten zijn (Haines & Stroessner, 2019; Aarntzen, Derks, Van Steenbergen, & Van der Lippe, 2020).

Ouderbetrokkenheid bij school, kinderopvang of andere leefwerelden van kinderen buiten het gezin heeft een positief effect op het zelfvertrouwen, het welzijn, de motivatie en de ontwikkeling van kinderen. Ouderbetrokkenheid zorgt voor een gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel (Leenders, De Jong, Monfrance, & Haelermans, 2021) en kan diverse vormen aannemen – van het thuis voorlezen van een kind, tot het uitwisselen van informatie over het kind of samen een plan maken en uitvoeren. Het kan echter zijn dat (onbedoeld) vooral moeders worden aangesproken of zich aangesproken voelen. Vanuit het lectoraat doen we samen met de Kinderopvanggroep onderzoek naar hoe impliciete en expliciete opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid van pedagogisch professionals samenhangen met hun normatieve opvattingen van vaderschap en moederschap en hoe dat vervolgens interacties met vaders en moeders beïnvloedt. In een tweede fase van dit project gaan we op een aantal locaties samen met professionals uitproberen hoe alle ouders en andere opvoeders betrokken kunnen worden en wat daarin werkt. .

Periode

Looptijd: start september 2021- december 2023


Contact

Foto van persoon

Dr. I. (Iris) Andriessen

Lector Diversiteit en (Ortho-)pedagogisch Handelen

Foto van persoon

I. (Inge) Saris-van Bijnen

Docentonderzoeker