Narratief medicijndispenser 2

Lisanne Reuser, Joris Zorg, 2019

Onderzoeksvraag

Hoe kan de acceptatie van medicijndispenser bij Joris Zorg worden versterkt onder zorgprofessionals en mantelzorgers?

Het verhaal van een mantelzorger

Op een maandagmorgen zit Dominique in de ontvangstruimte van Joris Zorg. Dominique is mantelzorger voor haar moeder van bijna 90 jaar oud. Haar moeder heeft een groot sociaal netwerk met 7 kinderen, die graag langs komen en ook vaak komen helpen met boodschappen. Elise, een student van de opleiding Verpleegkunde komt bij Dominique op bezoek, voor een interview over de acceptatie van een nieuwe technologie. Elise vraagt aan Dominique of zij in de situatie van haar moeder gebruik zou willen maken van een medicijndispenser. Dominique heeft geen idee wat het is, waarop ze uitleg krijgt over de elektrische medicijndispenser die een alarm afgeeft op het tijdstip waarop medicatie ingenomen dient te worden door de gebruiker. Ter ondersteuning laat Elise een filmpje zien. De houding van Dominique laat zien dat dit hem niet gaat worden. “De medicijndispenser is niet voor mijn moeder geschikt”, zegt Dominique. Elise verbaast zich over de reactie van Dominique, omdat de zorginstelling haar juist in contact had gebracht met deelnemers van wie de naaste voor de medicijndispenser in aanmerking zou kunnen komen. Elise vraagt aan Dominique een toelichting voor haar afwijzende houding. Dominique legt uit dat haar moeder sinds kort wat achteruit is gegaan met signalen van beginnende dementie. Recent heeft haar moeder TIA’s doorgemaakt en ten gevolge daarvan ook nog eens mobiliteitsproblemen gekregen. Dominique omschrijft haar moeder als niet technisch. Sinds zij bij Joris Zorg woont, vindt haar moeder het moeilijk om zorg te accepteren. Dominique merkt op dat haar moeder een type is van keeping-up appearances . Dit is, wat Dominique betreft, dus geen juist moment voor inzet van de medicijndispenser. Door haar beginnende dementie denkt ze bovendien dat haar moeder niet zelfstandig gebruik kan blijven maken van de medicijndispenser. Dominique verwacht dan ook weinig nut of meerwaarde van de medicijndispenser. Ze zegt dat het veel kruim zal kosten haar moeder aan deze innovatie te krijgen. Ze verwacht veel tegenwerking van haar moeder omdat die geen verandering wil en onzeker van het apparaat wordt omdat ze bang is om het fout te bedienen. Ze kan haar magnetron en TV ook al niet meer bedienen. Dominique verwacht dat ze gaat kwartetten met pilletjes en met die zakjes. Ze verwacht dat haar moeder er een grote warboel van maakt en dan iedereen gaat bellen met de klacht dat ze het niet snapt. Volgens Dominique zet haar moeder iedereen op het verkeerde been want zoals ze het verwoordt: 'alles wat je goed organiseert, daar maakt ze meteen een grote chaos van'. Volgens Dominique veroorzaakt die medicijndispenser alleen maar meer onrust en veel meer werk bij zichzelf en anderen.

In het gesprek met Elise gaat het vervolgens over de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de mantelzorger en zorgverlener rondom de taken omtrent de inzet van de nieuwe technologie. Dominique vraagt zich af wie de Medicijndispenser gaat vullen? Wie gaat medicatie controleren of inhoud Baxter klopt met voorschrift? Hoe voorkom je verward gedrag/onrust van naaste bij in gebruik nemen van dit apparaat? Op dit moment is Dominque, samen met de thuiszorg verantwoordelijk voor het signaleren van behoeften van haar moeder. Samen delen ze de verantwoordelijkheid voor de signaleringsfunctie. Ze vindt dat ook belangrijk want zonder samenwerking heb je geen succesvolle inzet. Na een korte stilte vervolgt Dominique dat degene die de Medicijndispenser bij haar moeder introduceert, een vertrouwensband moet hebben met haar moeder. Dominique denkt dat haar moeder wellicht in de war zal raken van verschillende mensen die verschillende dingen zeggen, en al die verschillende mensen zullen haar misschien niet zo goed kennen. Ze geeft als voorbeeld dat haar moeder spuiten die ze eerder zelf zette, niet meer kan omdat ze onlangs zo hard achteruit is gegaan. Volgens Dominique zegt haar moeder zelf dat ze dat wél kan. De zorg gaat daar volgens Dominique nog steeds van uit. Dit terwijl ze vorige week goed had doorgegeven dat haar moeder dat niet meer kan. Onlangs zag ze die spuit weer op tafel liggen waar niet mee gespoten was. Ze baalde van die miscommunicatie. Dominique benadrukt nog maar eens het belang om haar moeder te kennen. Stellig zegt ze 'Mensen die haar niet kennen gaan er ook dan weer van uit dat zij dat zelf kan als zij dat zegt. Ik weet 99% zeker dat dat niet gebeurt.'

Om zeker te weten dat medicatie echt is ingenomen, is er volgens Dominque zowel na als tijdens inzet toezicht nodig op de zelfstandige medicatie inname door haar moeder. Dit met de wetenschap dat de conditie van haar moeder ook achteruit gaat. Dominique kan zich wel voorstellen, zegt ze, dat de Medicijndispenser werkt voor mensen die nog goed genoeg zijn om het te snappen en die er goed genoeg mee uit de voeten kunnen en voor wie het niet veel gevaar oplevert. Ze vindt het echter een minder goed idee als mensen niet goed meer ter been zijn en niet meer zo snel kunnen reageren. Ze voegt hier nog aan toe dat haar moeder vertrouwt op de medicijnen die worden aangereikt, maar dat ze niet weet waar het qua medicatie over gaat. Controle is wat haar betreft des te belangrijker omdat de apotheek ook wel eens fouten maakt.

Gevraagd naar tips om toch te starten met de inzet van de medicijndispenser, zegt Dominique dat haar moeder dan vooral in het begin goed geobserveerd moet worden. Een goed moment voor observatie is volgens haar het tijdstip als dat ding alarm geeft. Op zo’n moment zie je dan of ze onrustig wordt, of ze zich haast met het risico van vallen, of dat ze zich verslikt in de medicatie. Elise vat het gesprek nog eens samen. In haar eigen gedachte, die ze echter niet uitspreekt, worstelt ze met de vraag waarom deze deelnemer uitgekozen is voor deze pilot. Wat haar betreft maakt deze casus het wel extra duidelijk dat je heel goed moet nadenken wie je vraagt om de medicijndispenserbij uit te proberen.