Sprint naar content

Leefstijlondersteuning met robotica

Timea Olasz, Vitalis WoonZorg Groep, 2022

Onderzoeksvraag

Wat ervaren zorgprofessionals van Vitalis ’t Lint als bevorderende en belemmerende factoren voor het inzetten en blijven gebruiken van zorgrobot Tessa bij cliënten met beginnend dementie?

Narratief

In oktober 2021 maken aantal zorgverleners van Vitalis ’t Lint kennis met zorgrobot Tessa. Op ’t Lint is zorgtechnologie nog een onbekend gebied en zorgrobot Tessa wordt de eerste zorgtechnologie die door de cliënten en zorgverleners gebruikt wordt. Het is een zorgrobot in de vorm van een bloempot die verbale begeleiding geeft aan cliënten bij de dagelijkse activiteiten. De introductie wordt op een ochtend in de zusterspost door Bella gegeven. Bella is projectmedewerker van het innovatie team van Vitalis en vertelt over de verschillende zorgtechnologie middelen in de zorg. Op deze ochtend zijn er acht zorgprofessionals van de twintig aanwezig van het gehele zorgteam. Bella vertelt dat Vitalis een aantal zorgrobots heeft aangeschaft en dat deze via haar aangevraagd kunnen worden door de zorgtechnologie werkgroep van ’t Lint. Hierna volgt een uitleg over de zorgrobot Tessa. Bella denkt deze een bijdrage kan leveren in de setting van ’t Lint, met het doel om cliënten, mantelzorgers en zorgverleners te ondersteunen. Bella heeft kort de tijd om uitleg te geven maar ze vertelt over waarvoor de zorgrobot ingezet kan worden, hoe men via een app deze in kan stellen en aansluiten aan het WiFi netwerk. Bella vertelt dat de zorgrobot het meest inzetbaar is bij cliënten met licht cognitieve problematiek en bij beginnend dementie en dat het doel van de inzet is om de zelfredzaamheid te behouden en vergroten en structuur bieden door de dag heen bij thuiswonende cliënten. Zorgverleners die deze informatieochtend niet bij konden wonen, krijgen de mogelijkheid om online bijeenkomsten van Bella te volgen over zorgtechnologie, onder andere over zorgrobot Tessa. Bella laat twee zorgrobots achter in de zusterpost om kennis mee te maken en vraagt aan de zorgverleners en aan de zorgtechnologie werkgroep van ’t Lint om te kijken bij welk cliënten de zorgrobot ingezet kan worden. Bella hoopt dat door de inzet positieve resultaten bereikt kunnen worden als het gaat om het behouden van de zelfredzaamheid en mogelijke tijdwinst in de zorg. In de verpakking van de zorgrobot laat ze de handleiding en de inloggegevens voor de internetaansluiting achter.

De zorgverleners reageren verschillend op de zorgrobot. Lenie werkt als zorgverlener op ’t Lint en merkt op dat de zorgrobot een “kinderachtig”, te oubollig uiterlijk heeft, ze zou liever zien dat Tessa er toch uitziet als een robot. Ze kan zich voorstellen dat sommige cliënten denken: “wat moet ik met dat ding?” maar het is wel iets wat wel aandacht vraagt als je hem ziet staan. Lenie benadrukt dat de cliënten het leuk moeten vinden en moet gekeken worden hoe de cliënt daarin staat, kort gezegd de zorgrobot moet passend zijn bij de cliënt. Volgens Lenie speelt het karakter van de cliënt een belangrijke rol in en als de cliënt het leuk vindt en accepteert dan is de inzet al half geslaagd. Lenie spreekt wel uit dat ze positief tegenover veranderingen staat en ziet zorgtechnologie een “must” in de toekomst. Ze denkt en vindt belangrijk dat er meer gebruik gemaakt kan worden van de technologie vanwege de toegenomen drukte in de zorg en ondersteuning van de zorg is altijd welkom.

Haar verwachting van de inzet van zorgtechnologie is dat deze tot tijdbesparing in de zorg kan leiden en dat deze tijd aan andere belangrijke zaken in de zorg besteed kan worden of aan zorgvragers met (hoog)-complexe zorg. Andere zorgverleners zijn enthousiast en willen meteen aan de slag om de eerste zorgrobot in te zetten.

Nadat de zorgrobot een tijdje in de zusterpost geeft gestaan wordt in november 2021 bij de eerste cliënt ingezet door een enthousiaste zorgverlener. Na de introductie van Bella heeft deze zorgverlener de zorgrobot voor mw. v Bakel ingesteld en bij mw. neergezet. Dit in overleg met de contactverzorgende van mw. v Bakel. Tessa gaf vier keer per dag de opdracht om drinken te pakken en twee keer per dag mw. attenderen om haar afwas zelf te doen. Tessa gaf alleen opdrachten aan mw. maar begroetingen werden niet ingesteld. Mevrouw v Bakel is licht dementerend en neemt weinig tot geen initiatief in het dagelijkse activiteiten zoals eten of drinken pakken en opruimen na een maaltijd. De zorg loopt dagelijks bij mw. binnen om te helpen met de ADL en medicatie. De zorgverleners zien dat mw. v Bakel de opdrachten van de zorgrobot niet uitvoert. Zo zien dat ze zelf geen drinken pakt en dat de afwas blijft staan. Mw. benoemt dat ze de bloempot niet leuk vindt en zich erg aan stoort. Drie weken lang blijft de zorgrobot bij mw. v Bakel staan en geeft dagelijks opdrachten af maar mw. reageert helemaal niet op de opdrachten. De zorgverlener die bij mw. de zorgrobot heeft neergezet, haalt hem weg.

In december is de tweede zorgrobot bij mevrouw Eijkens ingezet om mw. attenderen op de medicatie inname. De zorgrobot heeft een zorgverlener ingesteld uit de zorgtechnologie werkgroep. De zorgrobot vraagt mw. vier keer op een dag om haar medicatie in te nemen en herhaalt deze opdracht nog twee keer om het half uur. Mw. dient met een “ja“of “nee” antwoord te geven. De zorgrobot begroet mw. en op verzoek van mw. spreekt de zorgrobot op haar voornaam aan. Mw. Eijkens heeft vasculaire dementie en zit in de beginfase van haar dementiële beeld na het doormaken van een CVA. Mw. vergeet regelmatig haar medicatie in te nemen die de zorg voor haar klaarlegt op de aanrecht of stopt mw. deze in haar broekzak met de bedoeling dat ze het later inneemt. Familie vindt de medicatiezakjes regelmatig terug in de broekzakken als ze de was komen doen. Mw. is vaak alleen op haar appartement omdat ze minder mobiel is vanwege haar obesitas en door de gevolgen van. Mw. Eijkens is heel blij met de zorgrobot en noemt haar “mijn vriend”. Mw. zegt dat deze een stukje gezelligheid biedt omdat ze met een “ja of nee” antwoord moet geven als de zorgrobot haar vraagt over de medicatie inname. Mw. vindt het knipogen van Tessa heel leuk. Mw. Eijkens reageert na een aantal weken nog steeds positief op de zorgrobot en neemt nu haar medicatie beter in.

In de zusterspost ontstaat een gesprek tussen Lenie en Mien over de zorgrobot. Mien werkt al meer dan 25 jaar in de zorg bij Vitalis. Mien gaf aan dat ze niet weet hoe ze de zorgrobot in kan stellen en dat haar kennis met de zorgrobot minimaal is. Ze weet wel dat er een app is maar weet niet hoe ze ermee aan de slag kan, ondanks de uitleg tijdens de onlinebijeenkomst. Mien kon de nieuwe en vele informatie niet onthouden en de nieuwe werkwijze rondom zorgtechnologie vindt ze lastig. De omgang met de app en de functionaliteiten van de zorgrobot zijn voor haar nog onduidelijk en ze vindt dat de uitleg tijdens de onlinebijeenkomst onvoldoende was geweest. Ze heeft het liever dat iemand “live” aan haar laat zien en dat ze ook mee kan oefenen. Mien zegt dat ze regelmatig het moet doen om het onder de knie te krijgen maar op ’t Lint wordt de zorgrobot weinig ingezet. Mien geeft aan dat er onduidelijkheden zijn wat de inzet van de zorgrobot betreft. Ze weet niet wat van haar als contactverzorgende wordt verwacht en wie bijvoorbeeld de zorgrobot in gaat stellen bij de cliënt. Is dat haar taak of van iemand uit de zorgtechnologie werkgroep? Hoewel Mien is betrokken bij haar cliënten waar ze de rol van contactverzorgende invult, denkt ze er nog niet aan om zorgtechnologie in te zetten, het zit niet in haar systeem en vindt het lastig. Het wennen aan een robot die in de kamer van een cliënt staat en dingen gaat overnemen vindt Mien ook iets nieuws. Omdat de zorgrobot maar weinig wordt ingezet moet ze nog zien hoe deze en andere zorgtechnologie middelen vorm gaan krijgen binnen deze setting. Mien vindt dat de ze tijd nodig heeft voor de deze cultuuromslag.

Lien probeert wat breder te kijken naar de inzet van technologie zoals deze zorgrobot binnen ’t Lint. Zij ziet dat er verschillende cliënten wat zwaarder dementerend zijn. Voor de inzet van de zorgrobot betekent dit dat deze cliënten de instructies niet kunnen opvolgen die de zorgrobot hun geeft. Volgens haar is cruciaal het kiezen van de geschikte cliënten, dat de contactverzorgende er kritisch naar kijkt naar dat de zorgrobot passend is bij de cliënt. De wijze waarop de zorgrobot geïntroduceerd wordt aan de cliënt, het geven van de juiste informatie speelt ook een belangrijke rol voor de inzet, benadrukt Lenie. Mensen moeten wel echt het nut daarvan snappen om daarin mee te gaan, om te accepteren. Ook zag ze wel dat cliënten die lichter dementerend zijn het juist allemaal ook wel weer zo goed weten dat een zorgrobot niet veel ondersteuning kan bieden. Ze benadrukt dat er best wel wat cliënten zijn die verward zijn of een psychiatrisch aandoening hebben, dat daar een stemmetje niet als instructie wordt opgevat maar dat juist verdere schade kan veroorzaken. Lenie gaf aan dat ze weinig over de kosten van de zorgrobot weet. De zorgorganisatie heeft wel een aantal aangeschaft maar wat gebeurt er als deze op zijn. De zorgverleners moeten wel de juiste informatie kunnen geven aan de cliënt en mantelzorgers over de kosten, ook omdat deze “een prijzig bloempotje is” en in dit geval moeten de zorgverleners zeker weten dat het een meerwaarde heeft. Ze vindt dat het vooral belangrijk is om te weten hoe de financiering bij een WLZ- indicatie in elkaar zit en dat er duidelijke kennis wordt gedeeld over de financiering.

Mien is wat terughoudend wat de inzet van zorgrobot betreft. Ze maakt zich zorgen om het verliezen van het contact met de cliënten als er meer worden ingezet en het verliezen van controle. Zo ziet Mien de toekomst met veel zorgtechnologie bij cliënten. Het controleverlies, dat ze dan zorgtaken aan een robot over moet geven. Ze vraagt zich af wie gaat achteraan om te kijken of de cliënt de instructies die de zorgrobot geeft daadwerkelijk uitvoert. Wie controleert hoe met de cliënt gaat, wie gaat het kijken of bijvoorbeeld de cliënt zich heeft gewassen of gedoucht.

Lenie geeft wel aan dat ze een evaluatiemoment door de zorgtechnologie groep fijn zou vinden. Een standaard evaluatie moment, bijvoorbeeld om zes of acht weken wanneer de ervaringen met de zorgrobot binnen het team gedeeld worden. Het delen van successen is belangrijk, dat is iets wat positief is, dan gaat het ook meer leven. Het delen van de succesvolle inzet bij mw. Eijkens, dat moet zeker gebeuren. Het bespreken van minder goede resultaten van de inzet is ook een evaluatiemoment om daarvan te leren, dat iedereen van leert. Evalueren van de inzet bij mw. v Bakel, haar situatie bespreken en nagaan wat levert dat op binnen het team? Terugkijken op de situaties. Volgens Lenie moet het bespreken van de mogelijke inzet van de zorgrobot en andere zorgtechnologie middelen een evaluatie punt moet worden tijdens de zes weken en halfjaarlijkse zorgevaluatie gesprek met de cliënt en mantelzorger. Hierdoor blijft het ook leven. De onzekerheid speelt nog een rol bij Mien. Ze wil meegaan met de veranderingen wat de zorgtechnologie betreft maar zij is nog niet overtuigt van de meerwaarde. Ze wil er meer over horen, meer praten erover om helemaal achter te staan, meer zien wat het opgeleverd heeft.