STARR: Machtsstrijd voorkomen

Voorkomen van machtsstrijd door het bieden van keuzes, rust en vertrouwen.

Kern:

Een leerling gaat regelmatig een machtsstrijd aan met de juf. De juf heeft dit probleem aangepakt. Zij geeft hem nu steeds een keuze: je doet het nu of na schooltijd en loopt dan rustig weg.

Situatie:

In mijn begintijd als leraar had ik een leerling in groep 6, waar ik flinke aanvaringen mee heb gehad. Zijn thuissituatie was niet gemakkelijk; zijn moeder was overleden en zijn vader vond het moeilijk om hem op te voeden. Deze jongen deed regelmatig niet wat ik zei. Hij reageerde vaak heel brutaal op me. Als ik iets aan hem vroeg, dan zei hij keihard nee en hij deed het niet. Gaf ik bijvoorbeeld de opdracht om zelfstandig te gaan werken, dan zette hij niets op papier en ging ondertussen de boel verstieren in de klas. Ook als ik hem aanspoorde, deed hij het echt niet. Ik probeerde naar mijn idee van alles, maar niets hielp. Op een dag werd ik zo boos op hem dat ik tegen hem ging schreeuwen. Ik zag aan hem dat hij de situatie niet prettig vond; hij kreeg een rood hoofd, maar aan zijn ogen zag ik dat hij niet toe ging geven. Ik dacht bij mezelf: waar ben ik mee bezig, ik schreeuw tegen een kind.

Taak

Ik vond van mezelf dat ik er boven moest staan, zodat ik niet tegen hem ging schreeuwen. Schreeuwen is een teken van machteloosheid. Ik ben de professional, dus ik moet veranderen en niet het kind. Ik moet het knopje bij hem vinden waarbij ik wel goed met hem om kan gaan.

Ik probeerde hem de baas te zijn, maar dat lukte niet. Ik wilde het op een andere manier gaan oplossen. Zo’n juf, die schreeuwt tegen kinderen, wilde ik niet zijn. Dat is in mijn ogen niet hoe het hoort.

Actie

Ik besloot om hem beperkt keuzes te gaan geven. Als hij niet luisterde, gaf ik hem twee keuzes: of je maakt het nu óf je maakt het in de pauze/na schooltijd. Nadat ik hem die keuze gaf, liep ik weg, erop vertrouwend dat hij voor één van de twee opties zou kiezen. Als ik zou blijven staan, dan zou ik een machtsstrijd met hem aangaan.  Door weg te lopen was de keus echt aan hem. Ik bleef daardoor veel rustiger en besteedde minder aandacht aan zijn gedrag. Als hij op dat moment niets deed, was het ook prima, maar dan zorgde ik wel dat hij in de pauze of na schooltijd bij mij zat. Ik bleef rustig en zei dan in de pauze of na schooltijd: Je hebt ervoor gekozen om je werk daarstraks niet te doen, dus ga je het nu maken. Ik belde dan zijn vader op om te zeggen dat zijn zoon iets later zou zijn. Ik deed dit in nauw overleg met zijn vader, die deze aanpak steunde en ermee akkoord ging dat zijn zoon na schooltijd nog wat dingen moest maken. Uiteindelijk bleek dit maar een paar keer nodig te zijn. Daarna koos hij ervoor om in de les te gaan werken.

Ik benaderde hem ook positiever. Elke keer als hij iets goed deed, dan gaf ik hem een compliment. Ik deed dat sinds dat moment veel bewuster. Ik zorgde ervoor dat hij mijn positiviteit voelde. Ik koos er ook bewust voor waarover ik wel met hem de strijd aanging en waarover niet.

Resultaat

Ik bouwde een band met hem, doordat ik rustig bleef en wegliep als ik hem voor een keuze had gesteld. Ik gaf hem daarmee het vertrouwen dat hij zelf de juiste keuze kon maken en daardoor was er geen strijd nodig. Hij kreeg geen rood hoofd, hij hoefde niets te bewijzen, het was voor ons allebei duidelijk, dat hij de taak een keer ging maken. Hij lachte veel vaker. Ik voelde dat de band beter werd, door de positieve aandacht. Ik kon daarna ook meer de humor van zijn grapjes en gedrag inzien. Hij hield bijvoorbeeld bij hoe vaak ik ‘eeuh’ had gezegd op een dag. Dat vond ik grappig, en dan hadden we weer een onderonsje samen.

Reflectie

Ik denk dat het vooral de duidelijkheid en de rust waren die de ommekeer brachten. Consequent zijn is daarbij belangrijk: als je zegt dat je iets gaat doen, dan moet je dat ook doen. Zijn gedrag kwam voort uit een behoefte aan aandacht: hij had liever een negatieve reactie dan helemaal geen reactie. Dit was in de loop der jaren een patroon geworden dat hij met eerdere leerkrachten had ontwikkeld. Ik reageerde nu echter niet meer boos op zijn brutale reacties, ik bleef rustig.

Hij was niet gewend aan zo’n goed contact. Hij was gewend aan negatieve aandacht, om altijd meteen de strijd aan te gaan. Ik was in zijn patroon gestapt, hij was dat gewend en ik wist niet wat me overkwam. Hij heeft door mijn andere aanpak echt geleerd dat het ook anders kan. 

Voor mij was het echt een eyeopener: ik kan dat zelf veranderen. Kinderen zijn niet altijd zelf bij machte om hun gedrag te veranderen. Kinderen worden niet lastig geboren, zij zijn zo, bijvoorbeeld door hun thuissituatie. Kinderen hebben op school dan extra hard een plekje nodig waar ze worden gezien en gehoord.