Interventie 'studeren in coronatijd'

“Je wilt kwaliteit blijven leveren, ook in een crisissituatie. De interventie ‘studeren in coronatijd’ is een specifiek, corona gerelateerd en actueel onderwerp. Het MT steunde ons in de ontwikkeling & uitvoering van dit project in het belang van het welzijn van onze studenten.”– Riny Ortmans, docent gedragswetenschappen & coördinator SLB bij Sporthogeschool (FSH)

Fontys investeert, vanuit de gelden van de Kwaliteitsafspraken, in de kwaliteit van ons onderwijs. Dit doen we op drie thema’s: succesvol studeren, authentieke- en hybride leeromgevingen en docentprofessionalisering, Een mooi voorbeeld van een investering vanuit succesvol studeren is de interventie ‘studeren in coronatijd’. Deze interventie werd ontwikkeld en uitgevoerd door de studiecoaches van de studiecentra Sportkunde en ALO. Tijdens een drietal groepsbijeenkomsten werd er gekeken hoe de dilemma’s van deze studenten, zoals coronamoeheid, motivatieverlies of eenzaamheid, omgezet konden worden naar acceptatie, denk- en werkwijzen om studeren in deze tijd makkelijker te maken. Er werd gestart met een opstartsessie waarin de wensen en behoeftes van de studenten helder werden. Een mooi voorbeeld van een ‘good-practice’, betaald door gelden uit de Kwaliteitsafspraken van Fontys!

Riny Ortmans vertelt: “De interventie ‘studeren in coronatijd’ is ontstaan vanuit een gemeenschappelijke gedragen hulpvraag van probleem binnen onze instituten. En dan niet alleen vanuit de signalering vanuit de studiecoaches. Er kwamen ook hulpvragen van docenten en studenten binnen. We merkten dat de studenten minder gemotiveerd raakten door alle beperkingen van de coronaregels. Er was toen al wel FSH breed afgesproken dat iedere docent het thema ‘hoe houd je jezelf gemotiveerd’ onder de aandacht zou brengen in de klas. Als studiecoaches merkten we echter dat we nog meer voor onze studenten wilden betekenen. We zijn toen samen gaan brainstormen wat we hier aan zouden kunnen doen.

Binnen twee weken hadden we de interventie staan!
Riny: “De meeste ideeën en voorstellen uit de brainstorm konden niet op korte termijn opgetuigd worden. Maar het probleem speelde wel op dát moment, dus er was ook geen tijd voor een idee wat twee tot drie maanden in beslag zou nemen om uit te werken. Toen hebben we besloten om op korte termijn iets op te tuigen wat wél effect zou kunnen hebben op de langere termijn. Met gebruikmaking van alle ervaringen en expertises van onze studiecoachgroep. Het uiteindelijke idee van de interventie werd gezamenlijk met acht studiecoaches gedragen. Ik heb dit toen samen met een andere collega verder opgepakt. We hebben extra afspraken gemaakt en binnen twee weken als een team opgepakt. Ook de collega’s van M&C bij FSH waren betrokken voor o.a. het schrijven van de teksten over de interventie en de communicatie richting onze studenten. De inhoud van interventie werd afgestemd op een ‘evidence-based’ manier met gebruikmaking van alle aanwezige expertises van de collega’s. En binnen twee weken hadden we de interventie staan!”

Hebben veel studenten deelgenomen aan de groepsbijeenkomsten van de interventie?
Riny: “We zijn gestart en hebben gewerkt á la Pipi Langkous: ‘we hebben het nog nooit gedaan, dus we denken dat we het wel kunnen’. We dachten met een handje vol studenten te gaan starten, maar dit handjevol werden meteen zestig studenten. Dit kregen we niet met z’n tweeën geregeld en daarom hebben we de vraag uitgezet naar andere studiecoaches. De oproep was: de aanmeldingen zijn gigantisch, wie wil ons helpen? Er werd, los van ieders uren en thuissituatie, meteen hulp vanuit alle hoeken aangeboden. De zestig studenten verdeelden we in kleine groepjes en per groepje was er één of waren er twee studiecoaches aanwezig als luisterend oor. Ook hebben we een peer student (ervaringsstudent) als rolmodel ingezet tijdens een van de bijeenkomsten. Dit hebben we gedaan om een voorbeeld te laten zien van hoe een andere student in het verleden omgegaan is met bijvoorbeeld minder gemotiveerd zijn voor de studie en de invloed van persoonlijke omstandigheden tijdens de studie. Dit hoorde ook bij het totaalplaatje van het ‘evidence based’ interventies opzetten. Tijdens de interventie merkten we wel dat niet alle studenten genoeg hadden aan de drie georganiseerde sessies.

Meer verdieping voor een aantal studenten
Riny: “We merkten dat er voor een aantal studenten behoefte was aan meer verdieping, dus de interventie heeft ook een vervolg gekregen. Dit hebben we gedaan met gebruikmaking van de ‘ACT methodiek’: een methodiek die je kunt inzetten om aan hulpvragen te werken. Het programma met meer verdieping werd aangeboden aan de studenten die ook bij de eerste drie sessies aangesloten waren en hier behoefte aan hadden. Zo hadden we de beginsituatie van de student goed in beeld en konden vanuit die basis verdiepende interventies aanbieden. Omdat er zoveel vraag was bij de eerste lichting, hebben we binnen het studiecentrum van Sportkunde ook een tweede interventie georganiseerd. We hebben dat overstijgend opgepakt, vanuit beide instituten (Sportkunde en ALO), omdat er dezelfde problematieken speelden.”

Zijn er andere instituten die van jullie interventieprogramma gehoord hebben en die hier ook gebruik van hebben mogen maken?
“Ja. We hebben korte lijntjes met Student Voorzieningen (SV) en zij hoorden van onze interventie. Ze hebben me toen benaderd met de vraag of ik uit wilde leggen wat ik precies gedaan had. Ik heb dit uitgelegd tijdens een SLB-directeurenoverleg. Naast uitleg over de algemene werkwijze van ons studiecentrum, werd mij ook gevraagd om deze ‘good practice’ toe te lichten. Er was veel interesse bij de aanwezigen. Daarom is er daarna nog een aparte bijeenkomst georganiseerd door SV waar ik dieper ingegaan ben op het traject van de interventie: van hulpvraag student tot oplossing tot daadwerkelijke interventie en vervolg. Dus dit is ook gedeeld met de andere instituten.”

Onderbouwen, borgen, samenwerken en professionaliseren
Riny: “Ik zou graag nog even willen uitlichten dat we sterk zijn in het kunnen onderbouwen van de keuzes die we maken. We tuigen niet zomaar iets op. Daarnaast kijken we ook hoe we het kunnen borgen in de organisatie. De interventie met de groepsbijeenkomsten en het programma met meer verdieping hebben allemaal dit schooljaar plaatsgevonden. Samen met het MT hebben we gekeken hoe we groepstrainingen kunnen gaan borgen binnen onze instituten voor de toekomst. We zijn op dit moment bezig om met elkaar een zelfde blik te krijgen op hoe je dat je dat zou kunnen doen. Daarna gaan we gezamenlijk met alle geïnteresseerde studiecoaches in company training. Hiervoor gebruiken we de ACT methodiek. We willen dan volgend jaar als groep, nog verder te ontwikkelen, groepstrainingen aan gaan bieden. Daar zijn deze interventiebijeenkomsten al wel een voorloper van geweest. En van deze ervaring leren wij ook weer. Er wordt nu ook een Connectpagina ingericht waarop we alles goed kunnen borgen voor volgend schooljaar.

Daarnaast zijn we ook sterker geworden in de samenwerking. Samenwerken werkt goed, we vinden het leuk en samen doen bevalt veel beter dan alleen doen. We maken gebruik van elkaars expertises. Fijn dat we hier ook akkoord en ondersteuning van het MT van krijgen. Wij krijgen mooie kansen om hierin te professionaliseren als medewerkers binnen ons instituut.

Wat ik als laatste nog belangrijk vind om te noemen is dat wij ook gebruik maken van de totale expertise van Fontys. SV biedt zelf ook verschillende interventies aan, maar dan Fontysbreed. Wij willen dat wat meer gaan binnenhalen in ons instituut, omdat de drempel dan minder hoog is voor onze studenten. We hebben hele korte lijnen naar SV om bijvoorbeeld uitstelgedrag onder de aandacht te brengen van onze studenten en daarvoor gebruik te maken van de expertises van SV. We kijken naar welke interventies en trainingen er al zijn binnen Fontys en hoe we hier gebruik van kunnen maken. Tegelijkertijd is het ook maatwerk en staat voorop dat wij eerst kijken naar welke behoeftes er bij onze eigen studenten leven. Daar spelen wij op in. Daarna kijken we pas: wat wordt er vanuit Fontys/SV al aangeboden.”